Post Tagged ‘verdriet’

Les van mijn vader

Geplaatst op: 12 juli 2011 door Geert van den Munckhof in Thema: Les
Tags:, , , ,

‘Houd de eer maar aan jezelf’. Een uitspraak van mijn vader die me is bijgebleven. Als hij niet al in 1994 was gestorven, zou hij op 8 april 2011 84 jaar zijn geworden. Meer dan zeventien jaar geleden en nog steeds zijn de herinneringen levend. ‘Houd de eer maar aan jezelf’, zei hij vaak, als finaal antwoord op de discussies die we hadden. Voor hem was het de ‘ultieme oplossing’ voor de problemen die wij hem voorlegden. Niet altijd werd hem die slotwijsheid in dank afgenomen. Als het gesprek te lastig leek te worden, was het die uitspraak waarmee hij dan een soort van laatste woord uitsprak. Voor hem was de kous daar mee af. Degene waarmee hij op dat moment praatte, had eigenlijk maar twee opties: Het advies ter harte nemen of niet. En dat was geen voor de handliggende keuze. Want zijn uitspraak werd niet zelden vertaald als een blijk van zwakheid. Goede raad die goedkoop leek. Een dooddoener die niet het antwoord was dat je zocht. Integendeel, er kwam eigenlijk een vraag bij. Hoezo, de eer aan je zelf houden? Betekende dat toegeven? Stilzwijgend en eervol ‘ten onder gaan’? De ander gelijk geven en zelf blijven zitten met ‘de eer’? En wat had je dan? Niks toch? Hij knikte dan alleen maar en zei niets.

In de zeventien jaar na zijn dood komt zijn uitspraak nog regelmatig in mijn herinnering. Op momenten dat ik twijfel over de dingen die ik doe. Maar ook op momenten dat ik heel zeker ben van mijn acties. Ik moet er zo nu en dan aan denken als ik twijfel over wat anderen doen. Maar ook als ik hun acties juist geweldig indrukwekkend vind. Een teer gevoel van eer begint in mij te groeien, ondanks dat ik zeker én niet zeker weet wat goed of slecht is. Trots wanneer mijn mening wordt gevraagd, en op een andere manier trots wanneer die niet wordt gevraagd. Steeds meer begrijp ik hoe het voelt om de eer aan mezelf te houden. Vooral omdat ik merk dat ik de eer, mijn trots, steeds vaker ook met anderen deel. Dat voelt goed. En ook soms niet. Maar net zo goed, de eer, die houd ik aan mezelf. Ik heb zijn uitspraak destijds gebruikt bij een afscheidsgedicht dat ik, namens broers en zussen, voor hem maakte. Op 9 november 1994 is hij gestorven. Ik lees zijn gedachtenisprentje nog een keer en voel me… ik voel me…

Is er een woord dat zowel bedroefd als trots betekent? Ja, dat woord is er. Dat is ‘eer’ voor mij. Ik voel me vereerd… Met dank aan mijn vader.

Niet veel zeggen,
niet veel vragen,
‘houd de eer maar aan jezelf’

want hoeveel
een mens kan dragen
blijkt uiteindelijk
heel vanzelf…

Al die jaren,
veel verdragen,
met ons samen,
met jezelf,

was nog in de laatste dagen,
steeds de eer toch bij jezelf.

Welke engel kwam jou dragen?
Herkende je die engel zelf?

Niemand kon jou dat nog vragen,
maar echt, lieve pap,

Jouw eer die zit nu
in ons zelf…

Doodgewoon weer Augustus

Geplaatst op: 6 augustus 2010 door Carolien Geurtsen in Thema: Dood
Tags:, , , , , ,

Vandaag is het 6 augustus 2010 en is mijn neefje Jelle 3 jaar geworden. Ik heb net met hem geskyped. Hoe leuk dat ook was, er bekruipt mij langzaam ook weer een ritje ‘down memory lane’, vandaar dat ik er nog eens het stuk bijpak wat ik vorig jaar schreef. Met onze schrijfbloq collega’s schrijven we vaak rondom thema’s! En dit schreef ik rond het thema ‘DooD’.
Geschreven op 30 augustus 2009 en eerder gepubliceerd op Linkedin IEDP-columns  en op  Caro’s Blog


…Het is nu  twee jaar en een week geleden dat ze op vrij dramatische wijze overleden is. Ze was alleen thuis en kreeg midden in de nacht een hartaanval, belde 112 en stierf tijdens dat gesprek. terwijl de centrale probeerde haar te laten zeggen waar ze woonde. Ik ben nog steeds verbijsterd dat daar geen automatisch trace system voor bestaat via nummer herkenning,  maar dat terzijde. Ze waren toch niet op tijd geweest vermoed ik.  Ik mis haar dagelijks en ik kan er  ook goed mee zijn dat ze er persoonlijk niet meer is.

Ik mis haar niet omdat het overal en heel vaak voelt alsof ze er gewoon nog is, sterker nog, dat is hoe ik haar ervaar: omni-aanwezig. En als je denkt dat voelen en ervaren hetzelfde is, voor mij  is dat in ieder geval niet zo. Ervaren is dieper, meerdimensionaler, niet op de voorgrond maar alom en compleet.

In het begin was het soms erg schrikken als ik me realiseerde dat ze dood was: “Ze bestáát helemaal niet meer echt, ze is dood!”

Heftig bizar en intens die momenten, en ik barstte dan gerust in huilen uit. Dat was meestal in de Albert Heyn omdat we daar regelmatig samen gingen shoppen. Door de tijd heen is dat verzacht, met af en toe nog flinke schrikdraad-ervaringen.

Tegenwoordig, als ik me redelijk prettig tot zeer goed voel, en haar ineens zo vanzelfsprekend aanwezig ervaar, dan is er op zo’n moment een warme glimlach op mijn lippen en voel ik dat mijn ogen stralen, zo vervullend is die sensatie. Als ik me klote en eenzaam voel – niets menselijks is mij vreemd – dan is er nog steeds een – op zo’n moment licht verdrietige glimlach en verwondering voelbaar en  dan glanzen mijn vochtige ogen. Als ik het intens diepe verdriet van mijn zus zie, ben ik blij en dankbaar met dat ik ben waar ik ben en wie ik ben en met wat ik durf te voelen. Ik voel me rijk met mijn ervaringen.

Evengoed was ik als een kind zo blij en opgelucht, toen ik ruim een jaar geleden voor het eerst eindelijk ook eens over haar droomde, of het in ieder geval kon onthouden. Voor zo een notoire droomonthoudster als ik, had het eindeloos lang geduurd. Ze dacht vast in haar grote alwetendheid van omnipotent bewustzijn, dat ik het niet ‘nodig’ had, zoals ze ook tijdens haar leven altijd wel dacht dat ik me alleen goed kon redden, wat ook zo is. Maar het is prettig en heerlijk om liefde en aandacht te ervaren en af en toe bevestigd te krijgen en niet alleen te weten dat die liefde er is. En een berichtje van gene zijde stel ik altijd zeer op prijs!

De droom was erg ‘matter of factly’ en misschien juist daarom zo prettig:

– In de keuken van het huis in Utrecht waar we vanaf mijn 6e woonden, stond ze een maaltijd te koken voor mijn vader en mij. Mijn zus en broer waren niet in de picture, en – zoals dat in dromen kan gaan – dat deed er ook niet toe. De keuken was nog van vóór de verbouwing, klein en met een granieten aanrecht; mijn moeder ook ongeveer van de leeftijd die ze had toen ik 6 jaar was. Ik was mijn goeie zelf van nu, jong van hart en ouder van leden. Ik vroeg haar waarom ze niet voor haarzelf had gekookt. Ook weer erg matter of factly zei ze: “Omdat ik dood ga”. Die mededeling schokte me niet, wel zei ik tegen haar: “Nou dat is geen reden om tot die tijd niet lekker te eten, ik ga wat voor je maken!” En ik maakte voor haar een maaltijd klaar met zeekraal.

Daar eindigde de droom of in ieder geval mijn herinnering eraan. Ik verbaasde me over de zeekraal, had er wel eens vaag van gehoord maar niet in verband met voedsel of met mijn moeder. Eerder met het bedreigd milieu enzo. Toen heb ik op zeekraal geGoogled en in mijn droom zag het er net zo uit als op de foto’s die tevoorschijn kwamen. “Leuk”, dacht ik nog. Ik heb tenslotte wel vaker helderziende dromen.

Ik heb de droom aan mijn vader verteld. Tussendoor kreeg ik in die week uit heel andere, voedseldeskundige bron, zeekraal geadviseerd als gezond voor mij. Dat vond ik grappig opmerkelijk, gezien mijn droom en de timing. Volwaardig voedsel dus ook nog. Ik voelde me als een vis in het water. Cool.
Mijn vader vond de droom boeiend, keek me verwonderd aan en vertelde dat zeekraal een van haar lievelingssnacks was, die ze regelmatig bij haar visboer haalde, een feit waar ik dus totaal niet van op de hoogte was.

Ik was al tevreden uit de droom wakker geworden de week ervoor en nu begon ik  me nog beter te voelen, een diepe sensatie van tevredenheid breidde zich in me uit en aan mijn vader te merken werkte dat aanstekelijk. Hij was duidelijk ook in zijn sas. Het is dat ik nooit geduimd heb, maar zo knus als ik dat vroeger eruit vond zien, zo voelde ik me nu. Hij vertelde over zijn helderziende dromen van toen hij kind was, waar zijn moder zich het lazerus van schrok. Die lagen dan ook in de orde van grote van: “Tante Mien, die is toch dood?” Terwijl mijn oma van niets wist en een half uur  later een familielid buiten adem op de fiets kwam aanrijden om te vertellen dat tante Mien net was overleden. Mijn vader had zijn vermogens fijntjes leren verbergen door de ontzette reacties van zijn familieleden. Nu haalden we samen bij een kop thee herinneringen op aan zijn vrouw, mijn moeder. Blij ben ik met monze band met mijn verworvenheden, blij dat mijn ouders nooit geschrokken zijn van mijn ‘gekke’ invallen, bizarre voorgevoelens en bijbehorende carriere-pad.

’s Avonds reed ik in mijn auto naar huis, mijn vader nog steeds onwennig alleen achterlatend en zette “Elisabeth slaap zacht ” op, net als nu. Een van de nummers die we ook op haar crematie hebben gedraaid, vandaag twee jaar geleden. “Mam, ik mis je”, zinghuil ik zachtjes mee.

Maar ook:
“Fijn Mam, dank voor je bezoekje, en dank voor de zeekraal tip!” Helend en hartverwarmend. Wat een zegen dit contact! En net als de zeekraal en japans zeewier die we nu elke week wel een keer eten, doodgewoon heerlijk.

De eerste keer…

Geplaatst op: 28 april 2010 door Geert van den Munckhof in Thema: De eerste keer
Tags:, ,

Mijn eerste keer was op mijn achttiende. Een beetje gemiddelde leeftijd denk ik maar zeker weten doe ik dat eigenlijk niet. Hoewel, als ik er over nadenk, dan was ik misschien wel vrij jong. Je moeder hoort niet te sterven als je pas achttien bent, toch? Ze stierf op 9 mei, midden in mijn examenperiode. De dag voor Nederlands opstel. En twee dagen voor Wiskunde. Dat vertaalde zich uiteindelijk in respectievelijk een negen en een anderhalf. Op mijn eerste examen zou een jaar later een tweede keer volgen…herkansing was geen optie. Ik zat daar toen niet zo mee. En nu ik dit zo opschrijf zie ik pas de wrange paradox: de dood geeft ook geen herkansingen… Mijn moeder was dood. Bleef dood.

Niet al mijn broers en zussen gingen naar haar kijken. Sommigen wilden de herinnering aan haar niet blootstellen aan het onbekende. Die keuze had alles te maken met het gegeven dat mijn moeder in onze kindertijd vaker opgenomen was in overspannen en psychotische toestand. Elke keer kwam ze dan gelukkig ook weer thuis. Alleen die keer in mei niet… Ze stierf in de inrichting en daar lag ze ook opgebaard. Ik zag op tegen die laatste ontmoeting, maar ben wel gegaan. Het was de eerste keer dat ik een dode zag. Mijn overleden moeder. Een hele vreemde gewaarwording…

Ze lag daar. En er lag een briefje bij. Haar naam stond er op. Dat briefje heb ik als heel dubbel ervaren. Oneindig overbodig en tegelijkertijd zo elementair allesomvattend. Het was er koud. Of misschien was ik dat zelf wel. Ik kan me er verder niet zo veel van herinneren. Ik weet bijvoorbeeld niet wie er naast mij nog meer bij haar was. Ik denk achteraf dat de spanning van het moment me verdoofde. Rouw, nog in de beginfase van ontkenning. Mijn verdriet en pijn, gevangen in een wellicht noodzakelijk maar op dat moment ijzig kil verwerkingsmechanisme. Ze voelde ook koud…

Weer thuis ben ik alleen het bos ingewandeld. Heb ik elke boom toegehuild. Uitgeschreeuwd wat ik niet begreep. En het bos troostte in stilte. De warmte van mei, ze werkte voor mij.

Ik heb het verdriet kunnen delen. Met mijn broers en zussen. Met mijn vader. Met familie.en bekenden. Een paar dagen lang. Heel intens. Thuis. Tijdens de begrafenis. Bij de dienst in de kerk. Waar het licht van de zon door de donkerrode glas-in-lood-ramen naar binnen scheen. Toen we achter haar aan de kerk uitliepen, viel er een roos van haar kist. Die heb ik opgeraapt omdat ik voelde dat die voor mij was. Net zoals de mei-zon in het bos toen voor mij was. En uiteindelijk van iedereen werd. Elk jaar weer opnieuw. Van mei, naar mei, naar mij. Dankzij…die eerste keer!