Post Tagged ‘museum’

De slang. Altijd de slang.

Daar een met slippers en vuile tenen.

Sandalen. Hakjes. Kuiten.

En de reuk van lichamen. Oksels.

Warm, bezweet. Moe. En bier.

Soms wiet. Roze zoet. Tussen dijen.

Kauwgumplakken, grijs. Leeg foliezakje.

Peuken. Filtereinde. Shagkontjes.

En de bocht om. Slang kronkelt.

Blikjes, bakjes, vorkjes.

Nieuwe geur. Zwaar parfum.

Asfalt in de zon. Uitlaatgassen.

Zonnebril weer op.

En hij met zijn stomme paaltje.

Paaltje met vlaggetje.

Verduren moet hij dit. Zoveelste.

Kijk naar beneden. Kijk niet.

De slang verandert niet. Beweegt alleen.

Naast hem blote wreef met dikke zwarte haren.

Milyen furcsa ország.

Een knieholte, rood van bulten met witte toppen.

Plakt een zoom aan vast als been beweegt.

Wit vlees. Tanige scheen. En dan.

Beige moccassins. Wafelstructuur. Zwart rubber ernaast.

Wandelstok. Een panty. Nu wordt het Boldoot.

Nej inte igen.

Verdomme. Haarspray. Spataderen.

Verduren. Hoofd laag.

Tegen de balustrade leunen.

Nog een kronkel. Schaduw.

Jengelende kinderen. Raket tegen knie.

Hand schudt joch aan schouders.

Boze vreemde taal. Sputters tegen.

Weer raket tegen knie. Wrijf eraf. Plakt.

En hij met zijn paaltje en vlaggetje.

Orde, orde. Wanorde.

De slang is orde. Kijk niet.

Voel. Slang eet kudde. Langzaam.

Langzaam. Gebouw eet slang.

Geluidloos gulpt gebouw slang naar binnen.

Inwaarts. Slang verzwelgt zonder verzet.

Wacht moment af. Uit de huid bulken.

Daar, bijna. Duiken.

Knieën sandalen slippers

Rochelen fluim Hey guy

How are you doing

Haren wit vlees panty’s

What in the world

Plastic tasjes Bene bene

Fa caldo

Drempel over

Stanco di aspettare

Paalt vlag als schild in de hoek

Laatste moment

Valt uit de slang naar buiten

Ademt zwaar. Hand op ruwe steen.

Zit. Ruik. Kijk. Huig kriebelt.

Wandelwagen. Knuistjes. Kanten mutsje.

Geluid welt terug. Ieeee ammmmm

Kijk op. Daar. Ja, daar.

Mi piace la pittura. I am.

I amsterdam.

Dit is een bijdrage van gastschrijver Jozef Zibben

“Moet je dat nou zien! Een rij van hier tot ginter. ‘k Ben niet gek. Laten we een andere keer gaan, zeg, op zondagmorgen om 11 uur of zo. Dan is er geen kip. Oh Rob, kan je weer niet wachten? Hoezo niet? Waar ben jij dan op zondagmorgen? In de kerk zeker? In je nest zal je bedoelen, met een hele dikke kater. Ja toch? Ik ben toch al niet zo dol op museums. Oh, is dat niet goed dan, moet ik musea zeggen van jou. Ook goed, ik ben niet zo dol op musea’s dan. Je staat er maar te wachten tussen allemaal jongelui. Die hebben de tijd. Je hoort alle talen door elkaar. Er valt wel wat te zien. Moet je die zien met d’r hotpants, je ziet d’r billen er onderuit floepen. Nee, ik zal dat nooit doen, zo ordinair. Nou ja, in m’n goeie broek zat een vlek, van de bessenjam en die staat dus in de week. Ik heb nu een oude spijkerbroek van Vera aan, die is me inderdaad iets te krap, ja. Wat zeg je, een zakje patat, verkopen ze dat hier? Waar dan? Oh ja, zij staat gewoon met d’r patat in de rij, wat een schatje. Zeker uit Japan of zo. En wat heft ze nou op d’r hoofd, het lijkt wel een zakdoek. Oh moet je kijken Rob, ze heeft gewoon een kanten zakdoek op d’r hoofd. Ja, dat is ook een idee.”

 

Dit is een bijdrage van gastschrijver Wilco Kalbfleisch