Post Tagged ‘Kinderen’

Bij het thema Relaties schieten er een heleboel mogelijkheden door m’n hoofd: man/vrouw, ouder/kind, werkgever/werknemer, baasje/hondje. Daarnaast ook de vele aspecten die belangrijk zijn in relaties, zoals vertrouwen, respect en gelijkwaardigheid. We zijn ook allemaal afhankelijk van elkaar in een relatie. Zolang alles een beetje in balans is, gaat het goed, maar soms lijkt de balans voor de buitenwereld een beetje zoek te zijn. Dan geldt eigenlijk het belangrijkste, haal je beiden eruit wat je nodig hebt.

Een mooi voorbeeld hiervan is de relatie van mijn ouders. Als kind zijnde vroeg ik me altijd af wat hun in vredesnaam bond. Altijd onderhuidse ruzies, steken onder water, elkaar proberen af te troeven en dat alles onder het mom van ‘wij maken geen ruzie hoor wij hebben slechts een meningsverschil’. Tuuurlijk, toen ik eenmaal het huis uit was en ik zag dat die twee-eenheid gewoon bleef bestaan en dat ik eindelijk begreep dat het allebei volwassen mensen waren die konden beslissen om er uit te stappen maar dat niet deden, kon ik het loslaten. Ze zochten het maar lekker uit met z’n tweeën. Blijkbaar werkte het voor hen op deze manier.

Een van de bijzonderste, -lees ingewikkeldste – relaties die je kunt hebben is een ouder/kind relatie. Nou geldt natuurlijk voor iedere relatie dat er groei en ontwikkeling in moet zitten, maar bij een ouder/kind relatie is dat wel heel belangrijk omdat het een natuurlijk gegeven is. Een kind wordt geboren als baby en dat ie schattig is, is geen toeval. De natuur heeft er voor gezorgd dat baby’s en puppies, kortom alles wat jong en afhankelijk is van overleven van anderen schattig is. Dat heeft te maken met de stand van de ogen etc etc is mij eens verteld door een bioloog. Die schattigheid verdwijnt naarmate de afhankelijkheid van overleven minder wordt en daar zit vaak het probleem. De afhankelijkheid verandert en dat kan voor sommige mensen erg schokkend zijn. Maar ook al ben je er op voorbereid en heb je gelijkwaardigheid en het tot volle ontwikkeling brengen van de potentie van je kind vooropgesteld, dan toch word je soms nog verrast door die veranderingen Ze kunnen je laten twijfelen. Maar ook die emoties betekenen groei, mits je er natuurlijk voor open staat.

Afhankelijkheid is er natuurlijk in alle relaties, maar ook daar geldt, ‘gun je elkaar die groei?’ Kan de baas het aan dat zijn rechterhand hem voorbij groeit qua kennis en inzicht? Kan de vader het aan dat de dochter met de ogen draait als hij een poging doet om haar wiskunde te begrijpen? Kan de man het aan dat zijn vrouw meer gaat verdienen dan hij?

Voor mij persoonlijk is het heel belangrijk dat ik word vrijgelaten om mezelf te ontwikkelen, te groeien in een relatie. Je loopt natuurlijk altijd de kans dat je elkaar ontgroeit maar als je van elkaar houdt, gun je elkaar die groei. Accepteer je het feit dat de groei niet altijd gelijk op gaat en dat je elkaar af en toe op sleeptouw moet nemen. Als je dat allebei kunt accepteren kom je denk ik een heel eind.

Afhankelijkheid is er ook tussen het baasje en het dier. Waarbij vaak het dier afhankelijker lijkt dan het baasje. Als het dier verwaarloosd wordt en geen eten krijgt of mishandeld wordt ja dan is dat zo, maar gelukkig gaat het in de meeste gevallen anders en dan is het waarschijnlijk een van de stabielste relaties die je kunt hebben. Baasje geeft hondje eten, drinken, een aai, loopt er mee, gooit een bal, betaald kapitalen aan de dierenarts maar krijgt daar iets heel moois voor terug; onvoorwaardelijke liefde! Of je nu je door de tijd heen, dik, kaal, depressief, werkloos, ziek of oud wordt het beestje blijft je vrolijk begroeten, iedere ochtend!

 

Dit is een bijdrage van gastschrijver Anoushka Rood

Advertenties

Vrije Wil en Valse Hoop

Geplaatst op: 15 augustus 2010 door Carolien Geurtsen in Thema: Vals
Tags:, , , , ,

Als er iemand ooit een expert is geweest in valse hoop koesteren, ben ik het wel.
Jarenlang heb ik God gebeden, of eigenlijk mijn overleden opa aangespoord om toch vooral zó indringend met God te praten dat die er voor zou zorgen dat wij spoorslags terug zouden verhuizen naar Amsterdam, want dan zou alles goed komen. Nou, we verhuisden níet terug en alles kwam helemaal niet goed.

Tegen beter weten in
En toch bleef ik bidden, tegen beter weten in. Zegt nu de volwassene in mij. Want dat was toen geenszins de realiteit, mijn realiteit. Nee, de mijne was dat mijn opa van mij hield, heel veel zelfs en dat hij door zijn overlijden zo extra dicht bij God was dat ik alleen maar moest zorgen dat hij mijn zeer prangende vraag zou horen tussen al die onwijs dringende andere verzoekjes door. Niks valse hoop! Onvervalste echte!
Het zou zeker dertig jaar duren voordat ik überhaupt bekend raakte met het begrip Valse Hoop.
Van Wanhoop en Hopeloosheid wist ik inmiddels zo goed als alles, dat dacht ik in ieder geval te weten.
Eindeloos veel liefdesverdriet en regelmatig diepe gevoelens van verraad, droegen allemaal bij aan mijn kennis als ervaringsdeskundige op het gebied van verloren illusies en de hang naar wat toch leek te hebben kunnen zijn. Ik heb het allemaal doorgrond en bestreden en uiteindelijk de oncontroleerbaarheid van levensprocessen aanvaard, gelukkig zonder in de valkuil van cynisme te vallen.

Valse hoop, inspiratie en onderbuikgevoel
Mijn tantra leraren waren en zijn zeer geïnspireerd door Hamid Ali (H.J. Almaas), een spiritueel leraar en oprichter van “The diamond approach”. Zijn werk bracht mij in contact met het begrip “valse hoop”. Een staat van zijn die onder andere terug te vinden is bij vrouwen die bij een man blijven die hen mishandeld, maar ook bij mannen die in vernederende werkomstandigheden blijven die hun kwaliteiten geen recht doen.Valse Hoop maakt ook dat mensen bijna eindeloos en tevergeefs op verloren liefdes of de jackpot blijven wachten.
Valse hoop is echt ‘tegen beter weten in’. Dat ’beter weten’, onderbuikgevoel of intuïtie, daar willen of kunnen we om allerlei redenen in die situaties niet naar luisteren. Bijna altijd zijn die redenen terug te voeren naar de kindertijd, naar een afhankelijkheidsrelatie met meestal een van de ouders, waarin we dreigden verloren te lopen door gebrek aan liefde in een of andere vorm. Valse hoop wordt geleefd en ervaren door het kindstuk in ons wat niet kan geloven wat het meemaakt, want zo onrechtvaardig kan de wereld, het leven toch niet zijn. Het móet wel beter worden binnenkort want anders wordt het leven ondragelijk onbegrijpelijk.

Als het dan op zijn plek valt…
Ik vond het een fascinerende invalshoek die mij veel gereedschap gaf om een aantal blinde vlekken ten aanzien van mijn leven en mechanismen in mijzelf te doorgronden. Mechanismen waardoor ik altijd maar bleef investeren en soms feitelijk tegen beter weten in bleef hopen op verandering en vooral verbetering.
Optimisme, wat van zichzelf een voortreffelijke en opbouwende eigenschap is, en overal de mogelijkheden en potentie van in doet zien, kan dan verworden tot één grote blinde vlek die weer kan leiden tot zeulen aan dode paarden, te lang in een relatie of werkverband blijven hangen of niet durven doorgaan met leven na een groot verlies of dat nou door overlijden of scheiding is.
Toen ik tenslotte ook met de’ Latifa’ in aanraking kwam, vielen nog meer dingen op hun plek.

Hoop als wakkere aanwezigheid
Ik leerde de Latifa kennen als een ademhalingsmeditatie en naar later bleek, is het een eeuwenoude oefening uit de mystieke traditie van het soefisme die ook wel de weg van de zeven verfijningen wordt genoemd. In de meest eenvoudige vorm sta je regelmatig stil bij jouw verhouding met kwaliteiten als aanvaarding, verlangen, hoop, vertrouwen, overgave, compassie en vrije wil. Waarbij je ook alle schaduwkanten daarvan tegenkomt in jezelf: behoeftigheid, wanhoop, moedeloosheid, controle, verbittering en dwangmatige neigingen.
In de Latifa heb ik Hoop niet leren kennen als een passieve tot niets leidende apathie, maar als een wakkere staat van zijn die ruimte geeft aan mogelijkheden voorbij ons voorstellingsvermogen, voorbij onze verwachtingen. Een kwaliteit die moed geeft in plaats van steelt en tegelijk doet beseffen dat we altijd keuzes hebben, ook de keuze om niet te kiezen.
Zelf heb ik gemerkt dat als ik, ondanks diepe pijn of verdriet, open durf blijven staan (wakker wachten) voor de mogelijkheden van het goede van het leven, en dus ook het goede in de mens, dat ik regelmatig zeer prettig verrast wordt door positieve wendingen in situaties, omstandigheden of mensen. Ook en misschien wel juist in situaties of relaties die voorheen uitzichtloos leken of vastgelopen waren.En dan komt van alles behoorlijk goed.

Perfecte imperfectie
Er zijn vele wegen die naar Rome leiden, en mijn visie is er maar een van. Als je jezelf de discipline oplegt om tenminste regelmatig je gevoelens van onvrede en gevoelens van onvermogen over jezelf of anderen te onderzoeken, alsook je neigingen om te manipuleren – zowel in je affiniteit met slachtofferschap als vervorming/verwording tot dader/dwingeland-, hoe meer ruimte voor autonoom leven dat schept, hoe vrijer je wilskracht wordt. En hoe hoopvoller dat vervolgens stemt ten aanzien van je eigen vermogen om lief te hebben en te genieten van wat er wèl is, ondanks dat wat er níet is. Zonder perfect te hoeven zijn of worden, anders dan wat je al bent: Perfect in je imperfectie!

Het geluid van echte noppen

Geplaatst op: 10 juli 2010 door Carolien Geurtsen in /Overige bijdragen auteurs/, WK Voetbal
Tags:, , ,
Ik ben blij dat ik over de grootste voetbalhaat en mijn wrokkigheid naar liefhebbers heen ben. Ik moet er niet aan denken dat dat in deze tijd nog zo heftig zou zijn als twintig, dertig jaar geleden. Dan had ik in quarantaine moeten gaan om al degenen die ik liefheb te beschermen en mezelf te behoeden voor die heftige prikkels van afweer en afschuw.

Het begon allemaal zo mooi en lief. Als oudste dochter van een actieve voetballer, in Utrecht bij DOS en in Amsterdam bij Weetiknietmeer, werd ik van jongsafaan op de zaterdagmorgen en later ook op de zondag meegenomen naar trainingen en wedstrijden.
Aan de rand van menig veld heb ik staan hangen, en ik heb vermoedelijk wel 50 clubkantines van binnen gezien. Eerst met mijn neus tegen de bar, om ranja en later cola te bestellen. Later, toen ik opschoot, kwam ik op gelijke ooghoogte met de voetbalkantinemoekes die me voorzagen van ettelijke zakjes chips en Greenspot ijsjes.

Voor zover ik me kan herinneren liet ik het me allemaal plezierig aanleunen. Ik verveelde me weliswaar te pletter gedurende de wedstrijd maar vond het prettig om met mijn vader op stap te zijn, en in het geroezemoes na de wedstrijd dromerig te luisteren naar al het gepraat over tactiek en strategieën en wie nou vooral weer iets stoms had gedaan, of wie ‘De Kei van de Dag’ was.

Ondanks dit schijnbare paplepeleffect is er geen sprake van dat ook maar één van de voetbalregels mij ooit duidelijk is geworden, laat staan is bijgebleven, al rinkelen er eindeloos belletjes met flashbacks van ingooiende mannen met lange sportsokken aan op schoenen met noppen. Schoenen die altijd zo’n heel eigen geluid maakten op de stoeptegels als ze daarmee schijnbaar trippelend onderweg waren naar de kleedkamers.

Ik kan me geen enkel beeld van een voetbalspelende vader herinneren, ik heb ze allemaal geblokkeerd of heb gewoon niet goed opgelet. Ik vermoed het eerste, want op een gegeven moment verdween mijn vader voor enkele maanden uit mijn leven. Naar ik later begreep had hij 6 maanden in coma gelegen. In die tijd werden kinderen nog eindeloos uit het ziekenhuis geweerd bij serieuze calamiteiten met alle vervreemdende gevolgen van dien.

Dit drama geschiedde tijdens een wedstrijd, na een trap tegen zijn hoofd, omdat hij een bal wilde koppen waar iemand anders net voor een pass met zijn voet naar onderweg was. Exit leuke vriendelijke pappa en retour kwam een vader die mij eerst niet herkende en naar later bleek was veranderd in een onvoorspelbare en vaak humeurige man die maar langzaam en dan nog gedeeltelijk zijn geheugen terug kreeg.

In al mijn onmacht en verdriet over het verlies van ‘mijn pappa’, mijn veranderde leventje en ons aangeslagen gezin heb ik er vervolgens jarenlang werk van gemaakt om mijn haat op voetbal in het algemeen en op voetballiefhebbers in het bijzonder te projecteren.

Door de jaren heen kwam mijn vader’s belangstelling voor voetbal weer terug. Zelf spelen mocht hij niet meer, maar scheidsrechteren nog wel en af en toe ben ik nog met hem meegegaan in een poging dat oude gevoel van vanzelfsprekende verbondenheid terug te krijgen. Dat lukte natuurlijk van geen kanten. De magie was eraf. Ik voelde me verweesd en niet op mijn plek. Ook keek ik steeds op tegen de zondagen waar eerst nog de radioverslagen en later Studio Sport huisvredebreuk pleegden.

Pas veel later, in 1988 tijdens Duitsland-Nederland begonnen mijn ogen weer open te gaan voor de leuke kant van het fenomeen voetbal, zij het vanuit een geheel eigen invalshoek. Ik werkte in Turkije als reisleidster en Duitsers waren toentertijd al berucht om zowel de ligbedden bij het zwembad als die aan zee ‘s ochtends om 6 uur al te ‘reserveren’. 
Ik heb me rot gelachen toen ik hoorde dat een aantal boze Nederlandse gasten op een dag de hele bups in het zwembad gegooid hadden.
Mijn binnenpret hierover werd buitenpret toen het zwembadincident herhaald werd in de filmzaal en Nederlanders en Duitsers gedwongen werden door elkaar te zitten. Het was een enorm spannende wedstrijd en de hitte droeg niet bij tot tempering van de gemoederen. Die avond waren er in het hotel extra veel mensen met hoge bloeddruk en samengeperste lippen aan de maaltijd.

Sinds een jaar of vijf kan ik volop genieten van de oranjegekte en volg ik de wedstrijden waar Nederland in speelt als het uitkomt. Ik heb inmiddels ook allang mijn vader weer terug en zie hem genieten van het grote aanbod aan wedstrijden.

Zo jong en dan al…

Geplaatst op: 6 mei 2010 door Carolien Geurtsen in Thema: De eerste keer
Tags:, , , , , ,

Zo jong en dan al...

De eerste keer was een behoorlijke anticlimax als je in ogenschouw neemt wat er allemaal aan vooraf gegaan was. Zeer uitgebreid hadden we het over zwangerschap en ziektes gehad.
Terugblikkend kan ik me nu niet meer voorstellen dat ik als vijftienjarige zoveel verantwoordelijkheidsgevoel had. Temeer daar ik mijn eerste liefde veroverd had op zijn toenmalige vriendin, (wat ik nu niet zo voor mij vind pleiten) die in feite zelf weer overspelig was ten opzichte van hààr vaste relatie.
Het leek een behoorlijk valse, in ieder geval verwarrende start. Maar uiteindelijk zou deze blonde jonge God toch de eerste zijn waar ik All the Way mee wilde gaan en een relatie van drie jaar mee zou hebben.

We brachten een door mij geregeld bezoekje aan de Rutgersstichting voor anticonceptie, waar we door de doctoren uitgebreid voor gecomplimenteerd werden. Ze waren absoluut niet gewend dat jonge stelletjes zich zo goed voorbereiden op ‘de eerste keer’.
Zo belanden we op een gepland moment in bed, en alhoewel het behoorlijk lief en aardig was, was het allesbehalve speciaal of opwindend om op klaarlichte dag met verstijfde spieren van de zenuwen in het ouderlijk huis van geliefde te gaan vrijen. Haast op commando, zo van ‘nu moet het maar gebeuren want nu zijn de zeer streng gelovige ouders tenminste niet thuis, maar o wee als zij arriveren voordat wij komen’.

Kortom, het was voornamelijk gedoe. Ik wist al gauw dat er van genot onder dat dak geen sprake zou kunnen zijn, de geest van hel en verdoemenis waarde er teveel rond.

Alhoewel ik niet precies kon zeggen waarom, vermoedde ik toch dat we bij mij thuis meer kans maakten op een plezierige ervaring. Maar ik was wel wat onzeker over hoe dat aan te kaarten. Mijn ouders waren niet zo superblij met het leeftijdsverschil van wel drie hele jaren en niet zo happig op een verdieping van de relatie.

Enkele weken na die beroerde eerste keer zouden mijn ouders op zaterdagavond naar een feestje gaan. Ik verwachtte ze niet vroeg terug maar bleef een rare smaak in mijn mond krijgen bij het vooruitzicht van wat ik toen ‘afraffelgedoe’ noemde. Ik had helemaal geen zin om snel naar boven weer wat te gaan ‘gedoe-en’.

We hadden een tijdje TV zitten kijken op de bank, toen ik in ene de stoute schoenen aantrok en naar mijn oom en tante belde. Ik kreeg eerst mijn oom aan de lijn en na felicitaties van mijn kant en wat heen en weer geroep aan de zijne, mijn vader. Ik had bewust naar hem en niet naar mijn moeder gevraagd en viel gelijk met de deur in huis: ‘Pap, is het goed als Hans blijft slapen?’

Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn, toen begon hij te lachen. ‘Dat is slim’, zei hij toen, ‘om me op een feestje te bellen als ik in een goed humeur ben en eigenlijk al geen nee meer kàn zeggen’.

Ik kan me niet eens meer herinneren wat hij daarna zei, zo opgelucht was ik. Zowel over het feit dat ik het überhaupt had durven vragen, als over het antwoord zelf.
Ik gooide de hoorn op de haak terwijl hij nog midden in een zin was. Hij belde even later terug en zei droog: ‘Je moeder vindt het ook goed, fijne avond!’

We hebben die avond en nacht enorm veel lol gehad. De toon was gezet en de eerste keer rap vergeten: Het draait om plezier in bed.

Doodsbang…

Geplaatst op: 23 maart 2010 door Geert van den Munckhof in Thema: Dood
Tags:, , ,

‘Maar als het tóch waar is?’ Bang kijkt hij me aan. Onze zoon van elf heeft van een vriendje de onheilstijding gekregen dat een komeet de aarde en al het leven daarop zal gaan vernietigen. Huilend heeft hij me deelgenoot gemaakt van zijn angst. Samen zitten we nu voor de computer en tellen het grote aantal Google-hits, waarin de naam van de komeet automatisch gerelateerd wordt aan de term ‘broodje aap’. Het stelt hem voor dat moment gerust, en ik ben blij dat me dat gelukt is. Een kind hoort niet bang te zijn voor de dood…

Een paar dagen later komt  hij met een trillende onderlip van de trap af. De angst blijkt hardnekkig en heeft opnieuw de kop op gestoken. Met name dat gegeven zet me aan het denken. Waar is hij zo bang voor? Nog steeds de komeet? Het onvermijdelijke einde? Of zijn het de gedachten over het verlies van datgene dat hij niet wil verliezen? Wat is er over als iedereen in je omgeving sterft? Dan blijf je alleen achter en wat heb je dan nog? Maakt hij zich ongerust over zijn eigen sterfelijkheid of denkt hij aan de onze? De komeet is ongetwijfeld de aanleiding, maar zit de angst niet veel dieper? Zelf kijk je ook wel eens hoe laat het is op je biologische klok. En dan overtuig je jezelf dat half twaalf nog een heel eind af is van vijf voor twaalf, maar toch. Dingen zijn eindig en onze Mees lijkt dat te voelen. Of vul ik dan teveel in, vraag ik mezelf af. Zit hij er misschien veel aardser in en denkt hij aan de fysieke pijn van zo’n enorme inslag? Wat het ook is, je wil als ouder je kind niet bang zien. Dus probeer ik hem opnieuw gerust te stellen. ‘Je hoeft niet bang te zijn, Mees’… de woorden worden gevolgd door de zakelijke uitleg van het broodje-aap gehalte van de gewraakte komeet. De angst verdwijnt echter niet uit zijn ogen. Ik sla mijn armen om hem heen en ik voel meteen dat in de geborgenheid van die omarming de spanning uit zijn lijf stroomt. ‘Je bent bang hé?’ Mees laat zijn tranen de vrije loop terwijl ik hem vasthoud en stevig tegen me aandruk. Even niks meer zeggen, schiet het als een komeet door mijn hoofd. Kille uitleg maakt plaats voor warm gevoel en dat blijkt veel beter te werken. Het huilen stopt na verloop van tijd en lijkt een bevrijdende werking te hebben gehad. We praten nog wat na en hij gaat weer naar bed. ’s Morgens vertelt hij lekker geslapen te hebben. Gelukkig.

Voor nu. Want hij is een denker. Filosoofje in de dop. Dus zal het zeker een keer opnieuw ter sprake komen. Dat had bijvoorbeeld al gekund bij het onlangs gevonden dode spitsmuisje, dat hij samen met een ander vriendje in onze tuin heeft begraven. We hebben het toen niet over de dood gehad. Misschien omdat mijn opmerking dat ze ‘blij waren met een dode muis’ wat verkeerd getimed was, maar goed. Soms kan je ook met humor een tegen-emotie oproepen is mijn ervaring. Mees en zijn vriendje zullen best wat woorden hebben gewisseld tijdens de ‘begrafenis’. Maar hebben vooral ook gehandeld. Een houten kruisje gemaakt. Een bedje van bloemen gelegd. Emoties gedeeld. Mooi om te zien. En goed om van te leren. Ratio versus emotie. Mannen die van Mars komen en vrouwen van Venus en dat soort dingen. De waardevolle kracht van contrasten. Zonder dood geen leven. Zonder zwart geen wit en zonder geluid geen stilte. Ik word er stil van. Zo stil dat je een muis kunt horen vallen…Op school hebben ze verdraaide spreekwoorden gehad vandaag. ‘Om je dood te lachen, pap’…Hij geniet weer. Lief ventje. Echt waar.

Alles is Liefde

Geplaatst op: 22 maart 2010 door Carolien Geurtsen in /Overige bijdragen auteurs/
Tags:, ,

Carolien GeurtsenZojuist zat ik samen met mijn zoon op de rand van zijn bed. We hadden besloten om daar het begin van zijn 17e verjaardag af te wachten. Glimlachend om het ietwat absurde gegeven, luisterden we een paar minuten lang naar de muziek van zijn wekkerradio. Nadat ik hem gefeliciteerd had, werd ik beleefd en dringend verzocht te vertrekken. Tijd om te slapen.

Ik pak een verhaal erbij dat ik 7 maanden geleden schreef, om nog eens over te lezen hoe het ook weer allemaal begon…

“Alles is Liefde”
We schrijven februari 1988, ik woon in Turkije, ben net drie maanden getrouwd en vertoon alle verschijnselen van zwanger zijn. De test vertoond ook zwangerschapshormoon, dus Bingo! Ik superblij, mijn man ook, mooi!

Als ik naar de gynaecoloog ga, krijg ik na een echo te horen dat ik niet zwanger ben maar een cyste heb op mijn eierstok. Heel schokkend, dit kleine onderscheid aan wat er in mij groeit, maar het kan volgens haar geen kwaad, dus we gaan naar huis en mijn man gaat op zakenreis.

Ik voel me vrij rustig met mijn gemengde emoties rondom nog niet zwanger zijn en groeisels op plekken waar ze niet horen. Tijd genoeg voor het een en het ander gaat vanzelf weer weg.
Mijn lijf, emoties en dromen roepen toch steeds dat ik zwanger ben, dus ik hou mezelf nauwlettend in de gaten. Als ik op een gegeven moment heftige bloedingen krijg, besluit ik dat ik een spontane miskraam heb, en nu zorgvuldig ‘schoon’ ga bloeden.
Alleen thuis in een dan nog vreemd land, nog geen echt goede vrienden en niet zo close met mijn schoonouders dat ik dit met ze wil delen, zie ik geen reden om naar de dokter te gaan.

Dan neemt het bloeden vrij ernstige vormen aan en begin ik me slapjes te voelen, alleen ben ik een soort van eigenwijs en zelfredzaam en rustigjes glij ik in een buitenbewuste staat.
Ik merk nog net dat mijn man thuiskomt en dat ik ineens als Jane over zijn schouder lig, terwijl ik de betonnen voorplaats onder mij door zie glijden.
Vanaf dan is mijn herinnering vrij fragmentarisch. Ik zie mezelf door een ziekenhuis gereden worden, vooroverhangend in een rolstoel, hoor een stem concluderen dat mijn linker eierstok gescheurd is door een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, ook dat ik al wel heel erg veel bloed verloren heb en op het punt van shock en doodbloeden sta. Vervolgens hoor ik mezelf in een ambulance klappertanden en mompelen: “Ik heb het zo koud, ik heb het zo koud”.

Een volgend moment lig ik op wat ik ervaar als een warme stalen tafel, zo ijskoud heb ik het, met een chirurg over mij heen gebogen. Hij vertelt me in goed engels dat hij gaat opereren en als ik vraag: “Het is ernstig, hè?, Ik kan hier dood aan gaan toch?!”, beaamt hij dat. M is op dat moment door de stad aan het crossen op zoek naar apotheken met zakken bloed in de juiste bloedgroep. Hij heeft zelf de goede maar ik verneem later dat hij, hoe hij ook aandrong, geen bloed mocht geven. Te veel stresshormoon!

Ik trek de chirurg die even later mijn leven gaat redden aan zijn revers naar mijn gezicht, en ben zelfs in mijn precomateuze toestand zo sterk dat ook mijn eigen hoofd zich wat van de ‘slab’ opricht om hem de meest belangrijke vraag te stellen die er op dat moment bestaat: “Als ik het niet overleef, wil je mijn man dan zeggen dat ik van hem hou?”. Het dringt niet gelijk tot hem door wat ik zeg, of hij verstaat me eenvoudigweg niet, dus ik vraag het nog een paar keer snel achter elkaar en op in mijn beleving zeer indringende toon. Later hoor ik dat ik het gefluisterd heb. Toen hij mij uiteindelijk begreep, knikte hij me liefdevol toe en zei: “Zeker, maar nu moeten we snel gaan!”

Ik word wakker naast een vrouw die net een mooi baby’tje gebaard heeft, de kersverse vader naast haar blijkt naast haar zaad- mijn bloeddonor te zijn. M had nog nét 2 eenheden in de stad kunnen vinden, bij lange na niet genoeg, dus deze man staat mede aan de wieg van mijn nieuwe één-eierstokkige leven. Geweldig!

Minder geweldig is, wat het gehuil van de baby en het geschreeuw en gehuil van andere vrouwen verderop in de gang met mij doen. Het is alsof ik emotioneel en fysiek in allemaal kleine stukjes gescheurd wordt. Zowel het doordringend besef van wel zwanger te zijn geweest en nu niet meer – Hoezo cyste, GVD? – alsmede de pijn en ellende van andere vrouwen, zijn hartverscheurend voelbaar.

Gelukkig zijn er ook de luchtpuntjes:
– De verhouding met mijn schoonmoeder verdiept en verbetert zich in de drie dagen dat ze aan mijn zijde zit en ligt. Er waren geen verpleegsters in die tijd die eten kwamen brengen of po’s, alleen medicijnen. Saadet wijkt niet van mijn zij, voert me en slaapt met haar hoofd op mijn bed terwijl mijn man maar af en toe naar binnen mag en voor de rest van de tijd werkt.

– De chirurg komt kijken hoe het met me is en vertelt glunderend dat ik bijna geen litteken zal overhouden omdat hij mij met nieuw materiaal heeft gehecht en mijn buik op een nog geheel nieuwe manier heeft opengemaakt, omdat ik buitenlandse ben. Dit was tot nu toe alleen voorbehouden aan toeristen die het per ongeluk waagden in nood in dit ziekenhuis terecht te komen, omdat hij alsnog de enige is die deze techniek toe kan toepassen en het materiaal nog niet standaard voorradig is.
Ik ben zeer blij dat hij me niet als een ‘local’ behandeld heeft, maar geneer me ook een beetje en voel mee met de andere – Turkse- vrouwen op zaal en verderop in de gang die in mijn verbeelding met de meest lelijke littekens van keizersneden en ander esthetisch ongenoegen opgescheept zullen blijven.

– De derde dag is er er dan een doorbraak in mijn Turks, na twee jaar de taal meestal zwijgzaam en verbijsterd over zijn gecompliceerdheid geabsorbeerd te hebben, begin ik in deze omgeving waar bijna niemand engels spreekt, eerst noodgedwongen mijn mond open te doen terwijl er dan al snel hele zinnen uitkomen in plaats van de meest noodzakelijke losse woorden of kreten. Iedereen blijkt me te verstaan en ik word euforisch.

De hele ervaring was erg ingrijpend en staat me nog helder voor de geest, maar wat me het meest is bijgebleven, is de enorme aandrang om die boodschap: “…dat ik van hem hou”, over te krijgen, de rest deed er werkelijk niet toe. Dat gevoel heeft een diepe indruk achtergelaten van wat prioriteit heeft voor mij en hoort te hebben.

Drie jaar en 3000 km verder was ik weer in een euforische staat, toen even na onder luid geschal van Pavarotti in de OK binnengereden te zijn, mijn zoon gezond en wel in mijn armen gelegd werd.

Seks; liefdespodium of strijdtoneel

Geplaatst op: 21 maart 2010 door Anita Steenbakkers in Thema: Seks
Tags:, , , , ,

Ik was er vroeg bij. Verloor mijn hart en maagdelijkheid op 16 jarige leeftijd. Had het geluk dat mijn geliefde al een volwassen man was,  ervaren in leven en liefde. Mijn 1e keer was dan ook een groot feest en hij heeft me jarenlang tot grote hoogte gebracht. Seksueel en anderszins. Via de belevenissen van mijn vriendinnen begreep ik dat het ook anders kon. Mannen die alleen maar met zichzelf bezig waren, die geen gevoel hadden voor een vrouwenlichaam, interacties die niet meer behelsden dan een eenzijdige climax. Kortom; seks bleek een fenomeen met veel gezichten.

Hoe waar dit is werd mij duidelijk toen, na jaren, mijn liefde voor mijn partner overging. Bijna 20, vrouw en vrijgezel. De wereld opende zich, maar bracht niet alleen verrukking. Kortdurende relaties, one-night-stands en een nieuwe liefde met een seksverslaving maakten dat ik seks op andere manieren ging beleven en zien. Het kwam losser te staan van liefde, het werd een spel op zich. Ik leerde dat het een machtsmiddel kan zijn, iets dat een vrouw in kan zetten om wat anders te bereiken. Ik ging ervaren dat seks niet perse tot eenwording leidt, maar net zo vaak tot pijnlijke eenzaamheid.Het maakte me duidelijk dat ook mannen hun onzekerheden hebben, in grote getale onvermogend en onkundig zijn. En het allerbelangrijkste; het deed me naar verloop van tijd beseffen dat lichamen een eigen wijsheid hebben. Lichamen neigen. Ze neigen naar elkaar en dan is alles mogelijk. Of ze blokkeren; een overduidelijk veto. Geen lieve moeder, geen schietgebed, geen tantratraining die daar iets aan kan doen. Mijn lichaam weet met welk ander lichaam zij wil verpozen.

Dit werd bevestigd door het feit dat ik, op mijn 24ste, ongelooflijk verliefd werd op een man die totaal afweek van zijn voorgangers. Maar mijn lichaam neeg en ik bewoog mee. Hij ook trouwens. Het werd een dans die 20 jaar zou duren. Up-tempo, slow-ritme; alles was mogelijk, veel werd verkend. Er kwamen uitdagingen op ons seksuele pad; kinderen hebben zo hun impact. Daarnaast ligt na jaren de sleur als dreiging op de loer. Toch hebben wij van ons seksleven geen strijdtoneel gemaakt. Ons Waterloo had een andere oorzaak.

Inmiddels heb ik kinderen die, ieder op hun eigen manier, bezig zijn met seks en liefde. En het ingewikkeld vinden. Want;  waar moet je op letten, en hoe moet je het doen en wanneer “voel” je dat je er klaar voor bent.Ik heb het geluk dat mijn kids ook dit onderwerp met mij vrijuit bespreken. En hoewel pubers vol gene zijn, ervaren die van mij toch de veiligheid om hun twijfels bij mij uit te spreken en te spiegelen.Ik hou ze steeds hetzelfde voor. Seks is een kunst, geen trucje.  Doe het alleen als jij het zelf echt wilt en je partner ook, dwang is namelijk dodelijk. Ervaring helpt, oefening baart ook hier de kunst. Veel wisselende partners is niet nodig, maar niet verwerpelijk. En het is een coproductie; je creëert de ervaring samen. Maak het een podium, geen strijdtoneel.