Post Tagged ‘kanten muts’

Het meisje met de kanten muts; Stijloefeningen #3

Geplaatst op: 29 augustus 2011 door Carolien Geurtsen in Stijloefeningen
Tags:,

Het meisje met de kanten Muts - Stijloefening#Rob klapt zijn mobiel dicht en blijft na even aarzelen staan in de rij voor ‘t Van Gogh Museum.
Hij vertikt het om zich dat bezoek door de neus te laten boren, ook al heeft Femke het net af laten weten. God wat heeft hij de pest in. Kaarten besteld via internet én betaald natuurlijk. Ook voor het verrassingsconcert van Prince vanavond heeft hij met moeite kaartjes gescoord.
Hij trilt van woede en zint op wraak maar kan zo gauw niets anders bedenken dan haar vrijdagavond in de kroeg een pilsje in haar gezicht gooien ten overstaan van haar vriendinnen en die nieuwe loser van haar. Zijn blik dwaalt af.
Gefascineerd kijkt hij naar het patat etende meisje naast hem. Met ‘t kanten mutsje wat ze op heeft, maakt ze een beetje belachelijke en verloren indruk. Ze kijkt wat hulpeloos om zich heen. Blijkbaar wacht ook zij op iemand.
In één beweging draait hij zich om en stoot met zijn elleboog ruw de bak patat uit haar handen. De mayonaise klettert op de verzorgd uitziende buurvrouw haar prachtige schoenen.
Tevreden haalt hij zijn schouders op, mompelt ‘sorry’ en gaat op weg naar de kroeg op de hoek.

Advertenties

De rechercheur haalt het krantenartikel uit het dossier. Schouwen Duivelandse Courant, 15 februari 1997. Hij had het destijds zelf op het krantenknipsel geschreven. Met een blauwe bic pen. Vreemd, hoe bepaalde details je bijblijven, bedacht hij. Het was zijn eerste week op het bureau. Als een film ziet hij de beelden weer voor zich. Er was een vrouw verdwenen. Van de ene dag op de andere. In vier weken tijd was dat op Schouwen Duiveland al nummer drie. En voor de derde keer was er sprake van een compléte verdwijning. Álles was weg. Niet alleen de vrouw zelf, maar al haar kleren, haar persoonlijke bezittingen; alles wat maar enigszins aan haar kon herinneren was weg. Alsof haar sporen, tegelijk met haar verdwijning, moesten worden uitgewist. Alles? Nee. Maar dat was net het vreemde. Alles, op één ding na. Tot drie keer toe werd een kanten mutsje in de duinen gevonden. De drie echtgenoten, die uiteraard als eersten werden verhoord, waren totaal van de kaart. Compleet in shock. En die verwarring was echt. Zoveel mensenkennis had hij wel. Rob herinnerde zich dat hij destijds nog wel verbaasd was geweest, dat alle drie de mannen met zoveel zekerheid konden zeggen dat het mutsje van hun eigen vrouw was. Hun vrouwen hadden méér van dergelijke mutsjes gehad, maar dat konden ze helaas niet meer laten zien. Rob bekeek de foto’s uit het dossier nog een keer heel geconcentreerd. Drie kanten mutsjes. Gefotografeerd in de duinen, liggend in het zand. Voor hem leken ze als drie druppels water op elkaar. Uiteraard ging dat gegeven als een lopend vuurtje door het dorp. En daarmee werd het gerucht gevoed, dat het één ‘persoon’ moest zijn geweest, die het kleine dorpje van drie van haar inwoners had ‘beroofd’. De lokale gemeenschap was geschokt. De vrouwen waren in de hechte zeeuwse gemeenschap compleet verweven geweest met alle riten en gebruiken die er zich sinds jaar en dag afspeelden. Het kerkbezoek, dat al uitzonderlijk hoog lag, kende de maanden na de laatste verdwijning, nog een sterke stijging. Ook door de week hielden de bewoners besloten diensten. Voor niet-bewoners waren die niet toegankelijk. Rob had er destijds op afstand vaker naar gekeken. De stilzwijgende stoet mannen en vrouwen. In klederdracht. Niet alle vrouwen droegen nog de kanten mutsjes. Maar het merendeel wel. Hij pakte een tweede artikel uit het dossier. De Zeeuwse Courant verwoordde het gevoel van de plaatselijke bevolking destijds wel heel dramatisch. Nu, jaren later, had hij er wel begrip voor. ‘Klederdracht-killer slaat weer toe’. Niemand wist of er inderdaad sprake was van moord, want geen van de drie vrouwen werd ooit teruggevonden. Officieel was het dus nog een open dossier, maar in de loop der jaren verloor het de aandacht. Uiteindelijk was hij de enige die er nog aan werkte. En noodgedwongen stopte hij op den duur ook. Geen steek verder was hij gekomen. De vrouwen waren weg, bleven weg en niemand wist wat er was gebeurd. Toen hij jaren later werd overgeplaatst naar bureau Warmoesstraat was het mutsjesdossier het enige dat hij meenam. Het liet hem niet los.

En nu was hij het tegengekomen, toen hij net onderin de la naar een reservedoosje nietjes zocht. Op een vreemde manier had hij de behoefte gevoeld om het dossier nog eens in te kijken. Ach…

Rob keek op de klok. Het dossier had ongemerkt uren van zijn tijd gekost. Hij stond op. Zijn dagelijkse route naar huis, langs het Van Gochmuseum, leek anders dan anders. Zijn blik, die normaal altijd afdwaalde, omdat hij alles onderweg al ontelbare keren had gezien, leek alerter. Dat verbaasde hem. Hij begreep niet waar het gevoel vandaan kwam dat er nog iets ging gebeuren. En ineens zag hij haar. Gefascineerd keek hij naar het patat etende meisje. Met ‘t kanten mutsje.

Rob pakt de telefoon uit zijn zak en begint te bellen.

“Met mij. Waar blijf je nou?”

“In de rij voor het van Gogh.”

“Weet je dat niet meer?”

“Ik baal daar wel een beetje van.”

“Dan ga ik wel alleen.”

“Wat zeg je?”

“Ok!”

“Sorry, ik luisterde even niet.”

“Ik zag iets heel vreemds.”

“Een heel mooi meisje.”

“Met een puntzak frites in haar handen.”

“Nee, dat klopt, maar ze had een kanten mutsje op.”

“Zo’n ouderwetse, die je alleen nog op schilderijen van Renoir ziet.”

“Ik ga hangen.”

“Later!”

Rob stopt de telefoon weer in zijn zak en laat de museumjaarkaart aan de suppoost zien.

Stijloefeningen deel 1: Lucas Bezembinder