Post Tagged ‘Hilversum’

Vals plat

Geplaatst op: 22 juli 2010 door Lucas Bezembinder in Thema: Vals
Tags:, , , , , ,

Ik zal een jaar of veertien geweest zijn. Rijdend op mijn nieuwe Peugeot racefiets door het heuvelachtige Gooi, voelde ik mij Lucien van Impe. Deze kleine Belg had dat jaar Joop Zoetemelk afgetroefd in de Tour de France. In de bergen leek de zwaartekracht voor hem een stapje opzij te doen. Zonder noemenswaardige problemen reed hij de ene col na de andere omhoog. De kleinste helling werd door mij dan ook omgedoopt in Tourmalet of l’Alpe d’Huez. Zwetend maar voldaan kwam ik dan boven. In gedachten toegejuicht door een uitzinnige menigte.

Van mijn zakgeld kocht ik allerlei zaken om nog meer op een echte wielrenner te gaan lijken. Een bidonhouder met bidon met op de fles reclame voor Gan-Mercier, een petje van Kas en vingerloze handschoentjes. Maar het meest trots was ik op de echte wielerbroek. Met zeemleer in het kruis. Samen met drie vrienden fietste ik die hele zomer door de heuvels rond Hilversum. Soms reden we een lange etappe van bijna honderd kilometer met een sprint op de laatste ‘berg’, soms alleen een tijdrit van nog geen tien kilometer.

Mijn vuurdoop zou ik krijgen in Frankrijk. Op vakantie in een klein dorpje iets ten zuiden van Limoges (in mijn fantasie zag ik in de verte de Puy de Dome) werd er een heuse wielerwedstrijd georganiseerd. Een rit van zestig kilometer (10 rondjes van zes kilometer) waar iedereen tussen de 12 en 16 jaar aan mee mocht doen. Omdat ik mijn fiets na veel zeuren had meegekregen, schreef ik mij ook in. Er deden uiteindelijk 13 jongens mee, waarvan zeven van onze camping. Ik wist dat die vooral meededen omdat ik ook meedeed en dat dit niet echte concurrenten zouden zijn.

Nadat ik mij had ingeschreven zou het nog een week duren voordat de wedstrijd zou plaatsvinden. Elke dag reed ik het parcours van de wedstrijd en de laatste kilometer reed ik nog vaker. Dit was gelukkig makkelijk te doen omdat de finish voor de ingang van de camping lag. Een dag voor de wedstrijd had ik helemaal uitgevogeld waar ik mijn slag zou moeten slaan. Er zaten in het begin weliswaar een paar pittige klimmetjes, maar vlak voor de finish was een stuk van een paar honderd meter vals plat. Op het oog liep dit stuk weg vlak tot aan de finish. Maar als je in een te zware versnelling bleef rijden was je na honderd meter al uitgeput en kansloos. Hier zou ik mijn slag slaan. Ik zou proberen in de voorlaatste ronde te demarreren. Als dat niet lukte zou ik in de laatste ronde hier vroeg de sprint aan gaan.

Op de grote dag ging het precies zoals ik dacht. De andere jongens van de camping moesten al na een paar ronden afhaken en met nog twee ronden te gaan waren we nog met z’n drieën over. Ik en nog twee Franse jongens, een lange magere en een kleinere. Omdat mijn Frans niet verder ging dan ‘quattre croissants’ kon ik niets tegen die jongens zeggen. Maar een groter nadeel was dat die twee jongens elkaar kenden en de hele tijd tegen elkaar aan het praten waren. Aan de toon begreep ik op een gegeven moment dat ze het erover hadden om die ‘toerist’ niet te laten winnen. Bij elke helling demarreerde eerst de lange magere en dan de kleine en ik moest die dan omstebeurt in mijn eentje proberen terug te halen. Dat lukte wel, maar ik was te moe om in de voorlaatste ronde zelf aan demarreren te denken.

Zo gingen wij de laatste ronde in. Ik had goed zitten opletten en het was mij opgevallen dat de beide jongens in een iets te zware versnelling steeds dat stukje vals plat waren opgereden. Dat was nog steeds mijn kans. Ook deze ronde hadden de twee geprobeerd mij eruit te rijden. Maar het viel mij wel op dat de lange magere minder meedeed. Hij was of te moe of zijn krachten aan het sparen. Ongezien schakelde ik vlak voor het stuk vals plat terug naar een lichtere versnelling. Ik ging achteraan rijden en wachtte mijn kans af. Op ongeveer 400 meter voor de finish versnelde ik en haalde de twee jongens snel in. Ik durfde niet om te kijken, maar ik was ervan overtuigd dat ik een gaatje had geslagen en de wedstrijd zou winnen. Op ongeveer 100 meter van de finish keek ik toch even achterom. Ik schrok toen ik die lange magere vlak achter mij zag zitten. Ik ging weer op mijn pedalen staan. Op het moment dat ik extra wilde aanzetten voelde ik een tik tegen mijn achterwiel. Ik raakte uit balans. Ik slingerde naar rechts en samen met die lange magere jongen viel ik in de droge greppel naast de weg. Ik hoorde de kleine jongen die achter ons reed voorbijkomen. Ik pakte snel mijn fiets op, maar zag dat haasten geen zin meer had. Ik werd nog wel tweede, maar was daar niet blij mee.

Direct nade finish kwam mijn vader op mij af.

“Pap. Ze hebben vals gespeeld. Die kleine en die lange magere moeten worden gediskwalificeerd,” riep ik verontwaardigd.

“Rustig jongen. Wat is er aan de hand?”

Ik legde hem uit wat er was gebeurd.

“Jongen, dat is geen valsspelen. Bij het wielrennen noemen ze dat een combine.”

Ik heb daarna nooit meer op mijn racefiets gezeten. Dankzij de broek met zeemleer ben ik twee jaar laten nog wel kampioen paalzitten geworden in het Friese Idserdaburen.

Advertenties

De Eerste Druk

Geplaatst op: 1 juni 2010 door Lucas Bezembinder in Thema: Tweedehands
Tags:, , , ,

Met een verbaasde blik houdt hij het boek in zijn hand. Zijn jarenlange zoektocht is ten einde.

Hij had ooit nog wel eens een goedkope herdruk gevonden. Maar diep van binnen had hij het zoeken naar die eerste druk al opgegeven. Tientallen zoekopdrachten hadden niets opgeleverd. Deventer bezocht hij iedere keer trouw. Meerdere keren per jaar ging hij naar Breedevoort. Elke keer als hij in Wales was, bracht hij meerdere dagen in Hay-on-Wye door. Hoewel het gros van de boeken hier Engelstalig is, heeft bijna elke winkel wel een paar planken Nederlandse literatuur. Bijna iedere boekhandelaar kende hem. Regelmatig kreeg hij een mail van een van hen dat ze een tweede of hogere druk hadden gevonden. In het begin sloten ze altijd af met de zin; “We blijven zoeken!” Alleen de meest betrokken boekhandelaars hielden dit vol. Tot vanmorgen. Toen kreeg hij van een boekantiquariaat uit Hilversum een mailtje:

Van: info@joopkaasantiquariaat.nl

Onderwerp: Hebbes!

Datum: 13 april 2010 10:55:26

Aan: lucas.touwslager@gmail.com

Hallo Lucas,

Je gelooft het niet. Maar ik heb ‘m gevonden. Ik moest vanmorgen hier in Hilversum een boedel leeghalen met een stuk of tien dozen oude boeken. Nadat ik vluchtig had gekeken, dacht ik even dat er helemaal niets bijzat. Maar tot jouw geluk begaf de bodem van één van de dozen het. Toen ik de boeken in een andere doos deed en die ene voorkant zag, wist ik het meteen. ‘Dit is de eerste druk waar Lucas al jaren naar op zoek is’. Zelfs ik kreeg er kippenvel van.

Bel even wanneer je het komt halen.

Met boekgroeten,

Joop

Boekantiquariaat Joop Kaas

In- en verkoop van tweedehands boeken

035 2730608

Na een opgewonden telefoongesprek was hij direct in zijn auto gesprongen en naar Hilversum gereden. Joop had hem het boek cadeau gedaan.

“Als je mij vertelt waarom dit boek zo bijzonder voor je is.”

“Het is bijna 50 jaar geleden dat ik dit boek van mijn opa kreeg. Het was voor mijn tiende verjaardag.”

“Hoe komt het dat je het boek niet meer hebt dan?”

“Ik vond het zo’n mooi boek dat ik het overal mee naar toe nam.”

“En toen heb je het helemaal kapot gelezen?” onderbrak Joop hem.

“Nee, ik was er heel zuinig op. Zo legde ik het boek nooit opengeslagen neer. Ik gebruikte altijd keurig een boekenlegger.”

“Wat is er dan gebeurd?”

“Op mijn veertiende ging ik in de paasvakantie een paar dagen bij mijn opa logeren. Ik was er net toen hij onwel werd en met de ambulance naar het ziekenhuis werd gebracht. Ik ging toen met hem mee, maar ik heb hem niet meer gezien. Kort na aankomst in het ziekenhuis overleed hij. Totaal in de war ging ik daarna direct naar huis. Het boek lag nog bij mijn opa en ik heb het nooit meer teruggevonden.”

“Wow, wat een verhaal. Ik dúrf er niet eens meer iets voor te vragen.”

“Dankjewel Joop, dat waardeer ik zeer. Ik kom snel weer een keer langs, maar nu ga ik naar huis, want ik wil het boek direct gaan lezen.”

“Tuurlijk, dat snap ik.”

Iets te snel reed hij terug naar huis. Maar ook de flitspalen wisten blijkbaar dat het een bijzondere dag voor hem was.

Met het boek in zijn hand denkt hij even na en realiseert zich dat het bijna 48 jaar geleden is dat hij het boek kwijt is geraakt. Op 24 april 1962 overleed zijn opa.

Hij slaat het boek open om het te gaan lezen. Dan schrikt hij zich bijna letterlijk dood. Kippenvel doet de grijze haren op zijn armen recht overeind staan. Hij voelt een koude zweetdruppel langs zijn ruggengraat glijden. Op het schutblad staat met trillende letters een verkleurde boodschap;

“3 april 1958

Voor Lucas die vandaag tien jaar oud is geworden.

Je grootvader Cas Touwslager