Archief voor de ‘Thema: Verhuizen’ Categorie

Het regent al drie dagen onafgebroken en zijn peloton is op weg van Arras naar Carency. Korporaal Francois Faber kijkt om zich heen. Volgens de kalender is het al bijna twee maanden lente. Hij merkt er niets van. De grauwheid die al ruim negen maanden over Noord-Frankrijk ligt, heeft ook hier het landschap in haar greep.

“Bent u dé Francois Faber?” vraagt de soldaat naast hem.

“Ja,” zegt hij kortaf.

“Jongens, dit is Francois Faber, de Tourwinnaar,” schreeuwt de soldaat enthousiast.

Een enkeling kijkt even om, maar de massa beweegt zich met dezelfde traagheid voort. Francois snapt dat wel. Er is slechts één ding belangrijk; overleven. De Tour de France die hij in in 1909 won, lijkt een eeuwigheid geleden. Ook de etappes die hij de laatste Tour won, kan hij zich amper nog herinneren. Niet lang daarna brak de Grote Oorlog uit. Hij denkt aan Michelle, zijn vrouw. Hij pakt voor de zoveelste keer de brief die zij hem een paar maanden geleden heeft geschreven. Na allerlei ditjes en datjes staat het helemaal onderaan: “Wij krijgen een kind!”

Drie weken na het uitbreken van de oorlog meldde hij zich bij het Vreemdelingenlegioen. Sinds die 22e augustus 1914 heeft hij Michelle niet meer gezien. Ze was toen dus net zwanger. Hun kind kan nu elk moment worden geboren. Misschien is hij zonder het te weten al vader.

“Denkt u dat er dit jaar nog een Tour de France komt?” vraagt dezelfde soldaat die nog steeds naast hem loopt.

“Misschien,” zegt hij zachtjes terwijl hij naar beneden kijkt. Hij ziet de modderklodders als glimmende naaktslakken van zijn laarzen glijden. Ondertussen sijpelt het water langzaam langs zijn rug naar beneden. Aan de rillingen raakt hij nooit gewend. Hij hoopt ook dat de oorlog snel is afgelopen. Of hij dan weer op de fiets stapt weet hij nog niet. Op dit moment kan hij alleen maar aan morgen denken. Als de loopgraven weer voor enige tijd zijn thuis zullen zijn. De laatste keer verloor hij een paar van zijn beste soldaten. De meesten zonder hun vijand te hebben gezien.

De volgende ochtend wordt hij al vroeg wakker van het artilleriegebulder. Zij zitten nog in de achterste loopgraven. Na de eerste aanval die op deze artillerieaanval volgt, zal zijn peloton naar voren trekken. De volgende aanval is dan voor zijn peloton. Waarschijnlijk ergens vanmiddag. Hij gaat naar buiten en loopt gebukt door de loopgraaf. Ook hier moeten ze oppassen voor Duitse sluipschutters. Hij ziet dat zijn soldaten zich ook aan het klaarmaken zijn. Hij wil net de soldaat die gisteren naast hem liep aanspreken als hij zijn naam hoort roepen. Op een drafje komt er een ordonnans op hem afgelopen.

“Korporaal Francois Faber?” vraagt de man als hij vlakbij hem tot stilstand komt.

“Ja, dat ben ik.”

“Een telegram voor u.” Met de motorhandschoen tussen zijn lippen haalt hij een papier uit zijn tas. “Alstublieft.” Hij wacht het dankjewel niet af, doet zijn handschoen weer aan en rent terug naar zijn motor.

Francois vouwt het telegram open en leest snel het bericht waar hij al dagen op hoopt.

“Ik heb een dochter!” roept hij uit. Met beide handen omhoog maakt hij een kleine vreugdesprong. Vrijwel tegelijkertijd klinkt er een droge knal. Als Francois weer terug op de grond komt, zakt hij direct door zijn knieën. Terwijl zijn rechterhand naar zijn borst gaat, valt hij voorover in de modder. Het telegram hangt als bevroren boven de loopgraaf.

Naschrift

Francois Faber was niet de enige Tourwinnaar die tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelde. Ook zijn voorganger Lucien Petit-Breton en zijn opvolger Octave Lapize overleefden de Grote Oorlog niet.

Advertenties

Verandering is leven

Geplaatst op: 3 november 2010 door Thedo Keizer in Thema: Verhuizen

Na zeventien verhuizingen vind ik het veranderen van woonplek nog steeds een vrolijke bezigheid. Iedere nieuwe omgeving is hoe dan ook verfrissend. Niets leuker dan een onbekende buurt ontdekken: waar zijn de winkels, wat is de handigste doorsteek, welke recreatiemogelijkheden zijn er nabij? Dagelijks nieuwe ontdekkingen en verrassingen!

Verhuizen is voor velen ook een stap vooruit in luxe: een groter huis, eindelijk een bad, benedenwoning, een grote(re) tuin.. Je hebt als mens toch steeds meer ruimte nodig om alles wat je in je leven verzamelt een plaats te kunnen geven.

Maar de meest verheugende verhuizingen in mijn leven waren de keren waarbij ik in woonruimte inleverde, om in leefruimte te winnen.

In mijn puberjaren woonde ik met mijn ouders in een riante oude pastorie op het Groninger platteland. Alleen de gang was al 16 meter lang en 2 meter breed. Toch kon dat geluk niet op tegen het keizerlijke gevoel waarmee ik op mijn 20e -samen met mijn vriendin- mijn eerste ‘eigen’ woning betrok, de helft van een piepklein vakantiehuisje naast het vliegveld van Eelde.

Enkele jaren later woonde ik met haar temidden van brave gezinnetjes in een riante rijtjeswoning in een Groningse nieuwbouwwijk. Ruim, luxe en modern. We hadden alles, in materiële zin. Maar het geluk bleek eindig, en de relatie dus ook. Ik bleef nog een tijdje alleen in dat grote huis wonen, maar had het gevoel dat ik tegen de muren opliep. Ik nam een grote stap, zegde mijn huur en mijn baan op, en ging op zoek naar nieuwe inspiratie. Concreet: op zoek naar werk en woonruimte in mijn geboortestad Den Haag. Dat laatste vond ik in de Haagse Schilderswijk: een kleine etage aan het Oranjeplein, midden tussen hoerenstraten en –laten we maar zeggen- schilderachtige types. Het contrast kon niet groter zijn.Ik vond het schitterend, en leefde helemaal op!

In Den Haag ontmoette ik een vrouw met wie ik na verloop van tijd  trouwde.  We deelden een paar jaar haar riante Haagse bovenwoning, voordat we verhuisden naar een fijne eengezinswoning in het Gooi. Ook voor de twee kinderen die we inmiddels hadden was daar alle ruimte. Dat gold niet voor mijn eigen spulletjes: die lagen opgeslagen op zolder. Maar dat had meer te maken met de uitgesproken smaak van mijn echtgenote dan met de beschikbare vierkante meters.

Na zeven benauwde jaren huwelijk was het tijd voor een nieuwe grote stap: om mezelf terug te vinden moest ik de echtelijke woning in Huizen verlaten. Ik betrok een eenpersoonsappartementje in Bussum, nauwelijks meer dan een kleine kamer. Ik haalde mijn dozen van de zolder in Huizen en nam ze mee. Toen ik ze in Bussum opende had ik het gevoel dat ik mijn leven weer uitpakte. En met wat creativiteit bleek zelfs mijn piano nog best (midden) in de kamer te passen. In die krap bemeten woonruimte vond ik nieuw uitzicht, en het levensgeluk meer dan terug.

Als je ergens niet meer met hart en ziel woont is het de hoogste tijd om te verhuizen. Of zoals mijn moeder schreef op een kaartje na één van mijn verhuizingen: “Stilstand is achteruitgang, verandering is leven. Daarom moeten de tentpinnen niet te vast zitten…”

 

Onderhandelen met God

Geplaatst op: 1 november 2010 door Carolien Geurtsen in Thema: Verhuizen

Net zes jaar en van de kleuterschool naar de ‘Grote School’ gegaan, liep ik elke ochtend hand in hand met mijn eerste liefde Luuk naar school, had een enorm leuke juf en een fantastische hartsvriendin als buurmeisje. Ik was compleet gelukkig.

Wat kreeg ik ervoor terug? Een oud huis wat de jaren die volgden permanent in verbouwing zou zijn, een katholieke school in een donker gebouw met een gescheiden meisjes- en jongens afdeling en strenge juffen en meesters met norse gezichten en krakende schoenen. Met als klap op de vuurpijl een gezin wat plots te kampen kreeg met grote geld- en gezondheidszorgen. Weg geborgenheid en gezelligheid, en eenzaamheid deed zijn intrede.

Meer dan een jaar heb ik iedere nacht voor het slapen gaan tot mijn pas overleden opa gebeden:  Of hij alsjeblieft met God wilde onderhandelen opdat we maar zo snel mogelijk naar Amsterdam terug zouden keren. Een betere pleitbezorger kon ik me niet bedenken, dus dat moest toch goed komen?!
Een jaar waarin ik mijzelf snikkend in slaap huilde en er geen land met me te bezeilen was.  Daarna was ik klaar met God.

Zo gauw ik durfde fietsen in de nieuwe buurt, reed ik in mijn eentje ‘s morgens om zes uur door de straten. Ik ging langs de huizen van al die klasgenootjes waar ik overdag geen contact mee had. Alsof ik daarmee een zekere macht over mijn onbegrijpelijke gevoel van niet meer te bestaan probeerde te krijgen. Ik geloof niet dat mijn ouders wisten dat ik, voor ik in mijn eentje ging ontbijten, iedere dag zo’n rondje maakte.

Zodra mijn eerste schooltas afgeschreven kon worden, begon ik die te vullen met achterovergedrukte blikjes sardientjes en bruine bonen. Vastberaden om binnenkort een keer mijn plan te trekken richting herinneringen.
Het afscheidsbriefje waarin ik uitlegde waarom ik wel moest vertrekken, heeft samen met de blikjes jarenlang achterin de kelderkast gelegen. Totdat mijn moeder het bij een grote schoonmaak vond en het aan mijn vader gaf.
Totaal ontzet riep hij mij op het matje. Dat de inhoud en het verhaal bij nader inzien ondertussen zes jaar oud waren deed niet meer ter zake. Geschokt als hij was dat ik überhaupt ooit maar eens had kunnen overwegen weg te lopen, kreeg ik ongelofelijk de wind van voren. Dat de impact van die grote verandering in mijn jonge leventje zulke verstrekkende emotionele gevolgen had gehad, ging op dat moment zijn begrip te boven.

Ik werd ouder maar bleef een buitenkind. Het accent verschoof van de vroege morgen naar de late avond. De kinderkleren werden verruild voor Indiase jurken, patchoulie en rode henna haren. De fiets werd van een Mobilet een Puch en al snel trok ik, met wat spullen die in één bakfiets pasten, bij een vriendje in. Dat was de tweede verhuizing in mijn leven.

Daarna was de beer los en zevenentwintig verhuizingen zouden volgen. De bakfiets werd een VW-bus die me onder andere naar een torenflat, een vijfsterrenhotel en een boerderij in een sinaasappelboomgaard in Turkije bracht, alvorens in Cyprus verkocht te worden.
Het kostte mij geen enkele moeite meer om de ene fijne plek na de andere achter mij te laten. ‘Home is where the heart is’, werd een doorleefde tegelspreuk. En al vind ik het heerlijk inmiddels ergens langduriger geland te zijn, ik blijf een nomade die overal thuis is. En met God is het ook weer helemaal goed gekomen.

Verhuizen zonder te vertrekken

Geplaatst op: 20 oktober 2010 door Petra Paanen in Thema: Verhuizen

Als klein meisje was ik reislustig, ik heb dan ook in mijn eentje al verre reizen gemaakt. Het verlangen om overal te kunnen zijn, is altijd in mijn leven gebleven. Ik heb gereisd naar andere landen, andere landschappen, andere levens en dimensies. Ik heb mensen ontmoet, liefdes ervaren en oorlogen beëindigd. Ik reis alleen, groepsreizen zijn niet aan mij besteed.

Zelfs toen ik nog klein was had ik geen behoefte om met anderen te reizen. Mijn ouders hadden vaak geen idee waar ik naar toe ging, maar wilden graag achteraf de verhalen in geuren en kleuren horen. Het meest aantrekkelijke aan mijn manier van reizen was dat ik nooit koffers hoefde in te pakken. Ik reisde licht en kon ieder moment vertrekken. Of toch niet?

Toen ik ouder werd en de behoefte aan een eigen plek in mij begon te ontkiemen, groeide naast het reizen, ook het verlangen naar een eigen huis. Vooral het inrichten van mijn nieuwe paleis kreeg grote aandacht.

Ik heb onder andere gewoond in een klein dijkhuisje aan een grote rivier, een landhuis in Spanje en een loft in Amsterdam. Maar ook tijdelijke kastelen en hutjes in het bos noemde ik mijn thuis. Ik maakte keuzes aan welke rivier ik wilde wonen, waar het zwembad moest liggen en of de keuken toch op een andere plek moest komen. Als het huis was ingericht, vertrok ik weer. De reis naar het huis was boeiender dan een lang verblijf. Het meest aantrekkelijke aan mijn manier van verhuizen was dat je nooit dozen hoefde in te pakken. Ik woonde licht en kon ieder moment vertrekken. Of toch niet?

Op mijn reizen en in mijn huizen heb ik de grote liefde vaak beleefd. Ik ontmoette romantische mannen die mij de weg wezen in onbekende gebieden of liep spannende mannen die het kasteel naast me bewoonden tegen het lijf. Weergaloze relaties die mij in vuur en vlam zetten. Of juist een haven waren binnen woelige baren.

Verbintenissen en huizen komen in mijn leven juist op het moment dat ik ze nodig heb. Ze eindigen als ze hun doel hebben gediend en verdwijnen als mijn dagdromen stoppen en ik mijn ogen open. Het meest aantrekkelijke aan mijn manier van reizen en mezelf vestigen (in huizen of relaties) is dat ik nooit gekwetst word.

Ik leef licht en kan ieder moment vertrekken. Of juist niet.

Verhuizing van de ziel

Geplaatst op: 17 oktober 2010 door Frank Stolker in Thema: Verhuizen
Tags:, , ,

Verlangen en afkeer. Vertrouwen en verraad. Aantrekking en afstoting. Een rij tegenstellingen die mijn leven tot nu toe gekenmerkt heeft, in de meest brede zin.

Mijn intenties zijn veelal goed. Tegelijkertijd besef ik dat de buitenwereld mij louter beoordeelt en soms zelfs veroordeelt op basis van wat zij ziet, aan de buitenkant. Dit leidt tot een continue worsteling. Een gevecht in mezelf tussen gedachten in mijn hoofd en gevoel vanuit mijn hart. Ik heb vaak geloofd in gedachten, daarmee mijn eigen gevoel juist onderdrukkend. Ik voelde me onbegrepen, en dit werd aangewakkerd door reacties van buitenaf. Dat weet ik.

Mijn leven kent bijzondere ontmoetingen, kort en lang. Ontmoetingen met collega’s, opdrachtgevers, managers, klanten, coaches, vrienden, geliefdes of gewoon passanten. Sommige sussen me tijdelijk in slaap, andere doen mij juist ontwaken of zelfs wakker schrikken. Alle hebben een rol in mijn verdere bewustwording, qua impact varierend. Een ontmoeting is er nooit voor niets en elke geeft mij meer inzicht in mezelf. Ze houden mij een spiegel voor. Het stadium van bewust onbekwaam heb ik inmiddels doorlopen. Dat weet ik.

Niet zo lang geleden is er bij mij iets in gang gezet. Een beweging in het innerlijke, die niet meer beinvloed lijkt te worden door mijn omgeving. Voor mijn gevoel volg ik mijn hart, zonder daarbij na te denken over mogelijke toekomstige obstakels of consequenties van mijn handelingen. Vastberaden ben ik een weg ingeslagen. Een weg die pas eindigt zodra mijn hart mij vertelt dat deze weg niet (meer) de juiste is. Misschien wel een eindeloze weg, maar zeker geen heilloze weg. Dat weet ik.

De drang naar verbinding is groot. Een zielsconnectie. Eén die zo sterk is, dat hij niet meer stuk te krijgen is. Een verbondheid die ik intens zal ervaren en mij én de ander toegang zal verschaffen tot een ‘next level’. Als dit eenmaal bereikt is, dan zal ik mijzelf ongetwijfeld opnieuw de vraag stellen: is dit slechts een gedachte of niet? Echter, deze vraag zal ik dan en alleen dan kunnen beantwoorden. Dat weet ik.

De verhuizing van de ziel -van het hoofd naar het hart- is begonnen. Ik hoop echt dat dit geen gedachte is waarin ik ben gaan geloven.

Dubbel dankbaar

Geplaatst op: 14 oktober 2010 door Geert van den Munckhof in Thema: Verhuizen
Tags:

In de lift naar vijfhoog sprak een man me aan in plat Drents. Hij had een vriendelijke stem en zijn evenzo vriendelijke blik maakte dat ik communicatief zo correct mogelijk ‘ja’ knikte op momenten dat het logisch leek. Ik kon er geen woord van verstaan. Als net afgestudeerde limburgse logopedist ging ik werken in Hoogeveen en vandaag was ik daar op huizenjacht. De woningbouwvereniging had me naar Helios 112 gestuurd. Het was een eenpersoons appartement dat binnenkort vrij zou komen. Er woonde nog een oud vrouwtje, dat misschien nog wel wat zaken ter overname had. Ik moest maar eens gaan kijken.

Mijn eerste drentse ontmoeting moest naar de negende etage. Het zei weliswaar ‘neen’, maar het digitale nummertje in de display verraadde hem… Nog een keer vriendelijk knikkend, stapte ik uit op vijf en liep een lange galerij op. Het uitzicht vanaf de hoge flat was mooi. Elke stap die ik zette klonk betonnig eigenwijs en zelfverzekerd echode ik zo door naar nr. 112. Mijn eerste baan op zak en wie weet, misschien vanmiddag ook mijn eerste woning? Mijn voorzichtige druk op de bel liet een verwachtingsvol signaal horen.

De deur ging open en daar stond ze. Een vrouwtje van ongeveer anderhalve meter hoog. Witgrijs haar, bijna doorzichtig perkamenten huidje maar met een sprankel in haar ogen waar menige tiener jaloers op zou zijn. ‘So, bejje er al’, zei ze. ‘Dat hep ie snel gedaan’. Plat amsterdams accent, voor zover ik dat kon beoordelen. In ieder geval geen drents, want ik verstond haar. De woningbouw had haar blijkbaar geinformeerd over mijn komst. Ik mocht binnen komen en werd meteen op een mooie ouderwetse zitbank in de ruime woonkamer neergezet. Tapijtjes lagen hier en daar op de mooie vloerbedekking. ‘Koffie?’, vroeg ze terwijl ze haar al netjes klaargezette porselein voor me uitstalde. ‘Koekje? Je zult wel honger hebben, want je moest van ver komen hé?’. Ik vertelde haar waar ik vandaan kwam, over de treinreis van twee uur en over de reden van mijn komst. Over dat ik net afgestudeerd was in Eindhoven en dat ik mijn eerste baan bij de GGD Zuid-West Drenthe had gekregen. En dat ik op zoek was naar een woning nu en vandaar bij haar op bezoek, omdat zij blijkbaar ging verhuizen?

Die wat vragend gestelde slotzin triggerde haar om te vertellen. Ja, ze ging verhuizen. Ze had in Hoogeveen niemand meer. Ze was 88 en iedereen om haar heen was doodgegaan. Zo ging dat nu eenmaal, concludeerde ze heel nuchter. Ach, de mensen van de kerk hadden haar wel willen helpen, maar daar had ze niet zo veel mee, vertelde ze. En nu had ze besloten om de laatste jaren van haar leven bij haar zoon in Australië door te gaan brengen. Vliegreis en alles had hij al geregeld. Een week later zou ze vertrekken. Maar nou zat ze nogal omhoog met alles wat ze nog moest regelen. Ze was dan ook benieuwd of ik haar misschien kon helpen door het een en ander van haar over te nemen, zodat ze daar niets meer aan hoefde te doen. Bedrukt keek ze naar de vloerbedekking. Maar eerst nog maar een kopje koffie. Ze vond het zo gezellig dat ik er was. ‘Je zou mijn zoon kunnen zijn’ zei ze. Het was een opmerking die ze die middag nog vaak zou herhalen.

Ik wilde haar graag helpen, maar ik had geen idee wat ze zich bij de overname precies voorstelde. ‘Kom maar eens mee’ zei ze, en kwiek stond ze op van haar fauteuil. Ze trok het eerste beste keukenkastdeurtje open. Potten, pannen, borden, kopjes. De hele kast vol. Tweede deurtje ging open. Handdoeken, theedoeken, washandjes, netjes naast elkaar gestapeld. ‘In dit kastje heb ik ook de electrische mixer liggen. Ja, je moet wel een beetje woekeren met de ruimte in zo’n klein flatje. Maar voor één persoon is het ruim genoeg, hoor!’. Ik beaamde dat. De lades gingen open. Kookgerei, bestek, lepels, messen, vorken, scheplepel etc. ‘Kijk’, zei ze. ‘Dat moet ik allemaal leegmaken van de woningbouw, tenzij… Kom eens even mee…

Ze drentelde kwiek voor me uit, de gang in. Terloops wijzend naar de kapstok en de kast die ook weg moest, liep ze door, de slaapkamer in. Het tweepersoonsbed, midden op de kamer, was netjes gespreid. Dekbed erover, met dáárover nog een zelfgehaakte sprei. Twee bedkastjes, links en rechts van het bed, completeerden het geheel. De slaapkamerkast was ruim. Ook die werd geopend. Dekens, lakens, sommige nog in de originele verpakking, zag ik. Aan wat kleerhangers hingen een paar jurken. Op een schap lagen wat andere kleren. De koffer stond naast de kast. ‘Die kleren neem ik mee’ vertelde ze, ‘maar die dekens, tja…’. Ze liep door naar de deur van de badkamer. ‘Kijk, hier staat de wasmachine. En in deze kast heb ik de schoonmaakspullen staan. Bezem, stofzuiger enz. Nieuwe stofzuigerzakken liggen hier ook…’. Het was even stil. Je hoorde haar denken en aan de blik in haar ogen was te zien dat ze al die spullen eigenlijk een groot probleem vond.

Terug in de kamer, keken we samen naar buiten. Het was zonnig en het zonnescherm over het balkon wierp een mooie schaduw over de tuinstoelen. ‘Dat is ook zoiets’, zei ze. ‘Dat scherm is zó fijn, als de zon hier ’s middags naar binnen schijnt. Dat heb ik voor 300 gulden overgekocht van de vorige bewoner en daar heb ik nooit spijt van gehad. Maar die tuinstoelen, tja, die moet ik allemaal naar beneden sjouwen…’ Weer werd het stil. Ze liep naar de radio en zette die zachtjes aan. Ik keek ernaar en luisterde naar de muziek die uit de boxen kwam. Op een salontafeltje stond de televisie. Ze zag dat ik er naar keek. ‘Ja, die ook’, zei ze bijna verdrietig. Op de huiskamertafel, met daaromheen vier mooie houten stoelen, lag de Drentsche Courant en nog wat andere bladen. We praatten nog wat over het een en ander, maar uiteindelijk kwamen we toch op de vraag wat ik eventueel over wilde nemen. ‘Ik kan en wil niks meenemen’, gaf ze al een voorzet, ‘dus wat mij betreft is alles over te nemen’.

In mijn hoofd had ik al zo’n beetje een optelsom gemaakt wat ‘alles overnemen’ zou kunnen gaan betekenen in financieel opzicht. Veel had ik echter niet te besteden. Ik meende het structureel aan te moeten pakken en noteerde alles wat zij graag kwijt wilde. De lijst werd langer en langer. Op haar koffer na en haar kleren stond uiteindelijk de hele huisraad op de lijst. Op mijn vraag wat dat zou moeten gaan kosten, antwoordde ze bijna bedrukt en heel weifelend. ‘Is, eh, duizend gulden te veel’. Ik stond perplex. Het was een schijntje van de waarde en dat vertelde ik haar ook.

Zichtbaar opgelucht wimpelde ze al mijn bezwaren weg. Ik kon haar zoon zijn en zij kon toch niks meer met de spullen doen. Als we het eens zouden worden, dan zou ze het heel fijn vinden om het zo samen te regelen. En of ik dus met haar mee wilde gaan naar de woningbouw, want ze wilde het meteen afhandelen… Een uur later wás het geregeld. De officiële overdracht, via de woningbouw, zou een week later zijn, maar mevrouw De Jong kon zonder verdere inspectie haar woning verlaten, omdat ik getekend had om al haar spullen en ook haar woning in de huidige staat over te nemen. Die dag ging ik met de trein naar huis en heb een week lang in een soort roes geleefd.

De week erna kon ik bij de woningstichting de sleutel gaan ophalen. Met nog steeds een wat onwerkelijk gevoel in mijn hart, draaide ik de sleutel van de voordeur om in het slot. Ik liep door de gang, langs de kast en zag door de openstaande slaapkamerdeur het tweepersoonsbed, met het dekbed en de sprei. In de woonkamer, scheen de zon net onder het zonnescherm over de huiskamertafel en reflecteerde in het televisiescherm. Op tafel stond een vaas met bloemen en er lag een briefje bij. ‘Welkom’ stond er op geschreven met een mooi ouderwets handschrift. ‘Heel veel woonplezier gewenst en als er wat is, dan moet je maar bellen. Ik ben bij mijn zoon’. Ik glimlachte. Ze had haar telefoonnummer er niet bijgeschreven. Een groot gelukzalig gevoel overviel me. Ik plofte in ‘mijn’ fauteuil en keek naar buiten, over Hoogeveen. Toen ging de bel…

‘Goedemorgen. Ik ben mevrouw Venema, van de bewonersvereniging. Bent u de nieuwe huurder?’ ‘Ja’, bevestigde ik, verrast en in de volle overtuiging dat zoveel vriendelijkheid toch eigenlijk bijna onwerkelijk was… Ik wilde haar dus ook maar binnen vragen, maar ze bleef liever buiten staan vertelde ze. ‘U heeft alle spullen van mevrouw de Jong overgenomen?’, kwam ze meteen terzake. Opnieuw kon ik bevestigend antwoorden op haar vraag, maar de blik in haar ogen temperde mijn gevoel van verrassing enigszins. ‘Ja, weet u, al die spullen wáren niet van mevrouw de Jong. Zij kwam vorig jaar vanuit Amsterdam hier wonen met alleen maar een tandenborstel, en wij hebben voor haar bij het Leger des Heils alle huisraad bijelkaar gesprokkeld. Alléén het zonnescherm, dat heeft ze van de woningbouwvereniging gekregen. In de kelder van haar flat staan ook nog twee bedden. We hebben haar zó goed geholpen. We dachten dat zij zich dan ook wel bij onze kerkgemeenschap zou aansluiten, maar na een paar keer hield ze dat al voor gezien. En nu merkten we onlangs dat ze was vertrokken…

Ik stond perplex en dat moet mevrouw Venema gezien hebben. ‘Ach, weet u, u bent ter goeder trouw en ik kom ook niet om te vertellen dat we de spullen van u terug moeten hebben. Maar als we de twee bedden in de kelder zouden mogen terugkrijgen, dan kunnen we daar weer andere gezinnen mee helpen. En als u een keer onze kerkdienst wilt bijwonen…’ Met heel veel overtuiging heb ik haar die twee bedden beloofd. Ik heb ze zelf van mijn kelder naar haar kelder gedragen. En ben daarna weer mijn flatje binnengegaan. Ben op mijn bank gaan liggen. Heb mijn radio aangezet en ben nog even op de tuinstoel op het balkon gaan zitten. Ben opgestaan en heb me een pilsje uit de koelkast gepakt. Weer terug in het zonnetje op mijn balkon. Uitzicht op het Hoogeveens kanaal. Mevrouw de Jong…. het zou mijn moeder kunnen zijn…

 

Adam krijgt natte voeten

Geplaatst op: 12 oktober 2010 door Lucas Bezembinder in Thema: Verhuizen
Tags:,

Adam woont op het strand. Dat kan elk strand in de wereld zijn. Het is volgens hem wel het mooiste strand van de wereld. Hij woont net iets boven de vloedlijn en hij woont daar met plezier.  Een enkele keer heeft hij natte voeten, omdat het water plots hoger komt dan normaal. Maar een dag later is alles weer droog en is hij alles alweer vergeten.

 

Sinds een paar dagen waait het echter zo hard, dat het water continue enkelhoog in zijn huisje staat. Het ziet er ook niet naar uit dat de wind de komende dagen gaat liggen, dus droog zal hij het voorlopig niet krijgen. “Wat nu?” zegt hij tegen zichzelf. Hij overweegt even alle opties. Hij kan afwachten, want over een week kan het wel al beter gaan. En ook aan natte voeten wen je. Hij kan ook laarzen gaan aantrekken en in ieder geval droge voeten houden. Als de wind straks is gaan liggen moet hij wel een nieuwe vloer en behang gaan kopen. Maar dat moet toch elke paar jaar. Dan is deze situatie een mooi excuus dat dit keer iets eerder te doen. Hij kan er natuurlijk ook vandoor gaan. In de duinen of misschien nog beter, ver achter de duinen is de kans op natte voeten zo gering dat dit wel aanlokkelijk lijkt. Als hij iets beter kijkt ziet hij daar ook nadelen. Rivieren die buiten hun oevers treden, bergwanden die na hevige regenval je huis kunnen wegvagen. Om nog maar te zwijgen van aardbevingen en vulkaanuitbarstingen. En dan moet hij ook nog eens zijn mooie strand achter zich laten. Dat wil hij niet. Maar omdat het elders misschien nog wel erger kan zijn, wil natuurlijk niet zeggen dat hij ineens blij is met zijn natte voeten. Hij wil hoe dan ook liever droge voeten.

 

Hij besluit dus te blijven. Hij kan de grond onder zijn huis gaan ophogen. Een soort van terp zorgt dan wel mooi langere tijd voor droge voeten. Maar dat is wel een beetje egoïstisch. Zijn buren hebben dan nog steeds natte voeten. Niet allemaal zijn zij in staat om een mooie heuvel te bouwen. Hij besluit de handen ineen te slaan en samen met z’n buren een dijk te gaan bouwen. Want zo heeft iedereen straks droge voeten en kunnen ze allemaal gezellig naast elkaar op het mooiste strand van de wereld blijven wonen. Als de wind dan uiteindelijk is gaan liggen, dan kunnen ze over de dijk weer heerlijk in zee gaan zwemmen.