Archief voor de ‘Thema: Vals’ Categorie

Wie ben ik?

Geplaatst op: 8 september 2010 door Frank Stolker in Thema: Vals

De zoektocht naar mij zelf
is nooit over

De speurtocht in mij zelf
houdt niet op

Onbestemdheid in mij groeit
Onrust neemt toe

Mijn emotie is makkelijk
Gevoel geeft richting

Verwachting vervormt mijn werkelijkheid
Denken doet pijn

Moeilijker dan ik dacht
Leven in nú

De ‘echte ik’ is zoek
Ben ik vals?

Advertenties

Vrije Wil en Valse Hoop

Geplaatst op: 15 augustus 2010 door Carolien Geurtsen in Thema: Vals
Tags:, , , , ,

Als er iemand ooit een expert is geweest in valse hoop koesteren, ben ik het wel.
Jarenlang heb ik God gebeden, of eigenlijk mijn overleden opa aangespoord om toch vooral zó indringend met God te praten dat die er voor zou zorgen dat wij spoorslags terug zouden verhuizen naar Amsterdam, want dan zou alles goed komen. Nou, we verhuisden níet terug en alles kwam helemaal niet goed.

Tegen beter weten in
En toch bleef ik bidden, tegen beter weten in. Zegt nu de volwassene in mij. Want dat was toen geenszins de realiteit, mijn realiteit. Nee, de mijne was dat mijn opa van mij hield, heel veel zelfs en dat hij door zijn overlijden zo extra dicht bij God was dat ik alleen maar moest zorgen dat hij mijn zeer prangende vraag zou horen tussen al die onwijs dringende andere verzoekjes door. Niks valse hoop! Onvervalste echte!
Het zou zeker dertig jaar duren voordat ik überhaupt bekend raakte met het begrip Valse Hoop.
Van Wanhoop en Hopeloosheid wist ik inmiddels zo goed als alles, dat dacht ik in ieder geval te weten.
Eindeloos veel liefdesverdriet en regelmatig diepe gevoelens van verraad, droegen allemaal bij aan mijn kennis als ervaringsdeskundige op het gebied van verloren illusies en de hang naar wat toch leek te hebben kunnen zijn. Ik heb het allemaal doorgrond en bestreden en uiteindelijk de oncontroleerbaarheid van levensprocessen aanvaard, gelukkig zonder in de valkuil van cynisme te vallen.

Valse hoop, inspiratie en onderbuikgevoel
Mijn tantra leraren waren en zijn zeer geïnspireerd door Hamid Ali (H.J. Almaas), een spiritueel leraar en oprichter van “The diamond approach”. Zijn werk bracht mij in contact met het begrip “valse hoop”. Een staat van zijn die onder andere terug te vinden is bij vrouwen die bij een man blijven die hen mishandeld, maar ook bij mannen die in vernederende werkomstandigheden blijven die hun kwaliteiten geen recht doen.Valse Hoop maakt ook dat mensen bijna eindeloos en tevergeefs op verloren liefdes of de jackpot blijven wachten.
Valse hoop is echt ‘tegen beter weten in’. Dat ’beter weten’, onderbuikgevoel of intuïtie, daar willen of kunnen we om allerlei redenen in die situaties niet naar luisteren. Bijna altijd zijn die redenen terug te voeren naar de kindertijd, naar een afhankelijkheidsrelatie met meestal een van de ouders, waarin we dreigden verloren te lopen door gebrek aan liefde in een of andere vorm. Valse hoop wordt geleefd en ervaren door het kindstuk in ons wat niet kan geloven wat het meemaakt, want zo onrechtvaardig kan de wereld, het leven toch niet zijn. Het móet wel beter worden binnenkort want anders wordt het leven ondragelijk onbegrijpelijk.

Als het dan op zijn plek valt…
Ik vond het een fascinerende invalshoek die mij veel gereedschap gaf om een aantal blinde vlekken ten aanzien van mijn leven en mechanismen in mijzelf te doorgronden. Mechanismen waardoor ik altijd maar bleef investeren en soms feitelijk tegen beter weten in bleef hopen op verandering en vooral verbetering.
Optimisme, wat van zichzelf een voortreffelijke en opbouwende eigenschap is, en overal de mogelijkheden en potentie van in doet zien, kan dan verworden tot één grote blinde vlek die weer kan leiden tot zeulen aan dode paarden, te lang in een relatie of werkverband blijven hangen of niet durven doorgaan met leven na een groot verlies of dat nou door overlijden of scheiding is.
Toen ik tenslotte ook met de’ Latifa’ in aanraking kwam, vielen nog meer dingen op hun plek.

Hoop als wakkere aanwezigheid
Ik leerde de Latifa kennen als een ademhalingsmeditatie en naar later bleek, is het een eeuwenoude oefening uit de mystieke traditie van het soefisme die ook wel de weg van de zeven verfijningen wordt genoemd. In de meest eenvoudige vorm sta je regelmatig stil bij jouw verhouding met kwaliteiten als aanvaarding, verlangen, hoop, vertrouwen, overgave, compassie en vrije wil. Waarbij je ook alle schaduwkanten daarvan tegenkomt in jezelf: behoeftigheid, wanhoop, moedeloosheid, controle, verbittering en dwangmatige neigingen.
In de Latifa heb ik Hoop niet leren kennen als een passieve tot niets leidende apathie, maar als een wakkere staat van zijn die ruimte geeft aan mogelijkheden voorbij ons voorstellingsvermogen, voorbij onze verwachtingen. Een kwaliteit die moed geeft in plaats van steelt en tegelijk doet beseffen dat we altijd keuzes hebben, ook de keuze om niet te kiezen.
Zelf heb ik gemerkt dat als ik, ondanks diepe pijn of verdriet, open durf blijven staan (wakker wachten) voor de mogelijkheden van het goede van het leven, en dus ook het goede in de mens, dat ik regelmatig zeer prettig verrast wordt door positieve wendingen in situaties, omstandigheden of mensen. Ook en misschien wel juist in situaties of relaties die voorheen uitzichtloos leken of vastgelopen waren.En dan komt van alles behoorlijk goed.

Perfecte imperfectie
Er zijn vele wegen die naar Rome leiden, en mijn visie is er maar een van. Als je jezelf de discipline oplegt om tenminste regelmatig je gevoelens van onvrede en gevoelens van onvermogen over jezelf of anderen te onderzoeken, alsook je neigingen om te manipuleren – zowel in je affiniteit met slachtofferschap als vervorming/verwording tot dader/dwingeland-, hoe meer ruimte voor autonoom leven dat schept, hoe vrijer je wilskracht wordt. En hoe hoopvoller dat vervolgens stemt ten aanzien van je eigen vermogen om lief te hebben en te genieten van wat er wèl is, ondanks dat wat er níet is. Zonder perfect te hoeven zijn of worden, anders dan wat je al bent: Perfect in je imperfectie!

Vals verloop…

Geplaatst op: 12 augustus 2010 door Geert van den Munckhof in Thema: Vals
Tags:, , ,

Twijfel

de zon -vannacht- zinkt
als spijt onschuld vermoordt…

de liefdeskracht slinkt
met de tijd die ontspoort…

de fijne toon klinkt
als een krijtvals accoord…

hij hoort het wel.
…geeuwt…
naar wat -jonger-
bekoorde…

het witte vel
schreeuwt
van de honger
naar woorden…

Vals

Geplaatst op: 26 juli 2010 door Geert van den Munckhof in Thema: Vals
Tags:, ,

‘Het is vals hè’? Hij stopt met zijn gitaarspel. Een beetje bedrukt kijkt hij me aan en tegelijkertijd ook in de lens van de iPhone-videocamera waarmee ik hem op zijn verzoek aan het opnemen ben. ‘Volgens mij is het vals’, beantwoord hij zijn eigen vraag. Ik stop de opname. ‘Wat was er vals’, vraag ik, omdat ik eerlijkgezegd best onder de indruk was van zijn gitaarspel en begeleidende zang. ‘Nou, alles…’. Het is even stil. Hij wil een filmpje van zichzelf op YouTube zetten. Maar het is duidelijk dat hij niet 1-2-3 tevreden is over de opname. ‘Dan doen we het toch gewoon over’, stel ik voor. Dat patroon herhaalt zich nog een aantal keren. Opnemen, terugkijken, herhalen. Dan zegt hij: ‘Jij vindt het niet meer leuk hé?’. Ik voel zijn dilemma. Hij wil duidelijk ‘kwaliteit’ maar hij lijkt me niet te willen belasten met zijn hang naar perfectie. Zijn antennes voor de gemoedstoestand van anderen zijn bijzonder gevoelig…

In al die minuten dat ik de camera zo stil mogelijk houd en hem hoor zingen en zie spelen, gaan er allerlei gedachten door mijn hoofd. Daar zit hij dan. Mijn zoon van twaalf. Zichzelf begeleidend op gitaar terwijl zijn stem heldere tonen voortbrengt. Ik zie hoe hij zijn best doet om dat samenspel zo mooi mogelijk te laten klinken. Ik geniet ervan. Gisteravond heeft hij tijdens de afscheidsmusical van groep 8 ook gezongen. Voor een volle zaal met ouders en leerkrachten. Met trots denk ik aan ‘zijn momenten’ in de musical. Vanaf de voorste rij heb ik daar genoten van zijn inzet. Maar ik heb ook de druk gezien die hij zichzelf oplegt om alles zo goed mogelijk te doen.

En ook nu legt hij de lat weer hoog. We kijken nog een keer naar de opnames. ‘Kun je daar iets van af halen’, vraagt hij, terwijl hij het resultaat van het eerste filmpje aan een kritische blik onderwerpt. Ik stel hem gerust. Ja hoor, dat kan. Echt? Ja, echt… Hij zet z’n gitaar weg en ik zet de filmpjes van mijn iPhone over naar de computer. Opnieuw denk ik na over zijn wens om zichzelf via YouTube de wereld in te zingen. Waar komt dat vandaan? Is het een kwestie van groeiend zelfvertrouwen? Aangewakkerd door het succes van zijn eerdere live-optredens voor eigen- en vreemd publiek? Ik ga er voor het gemak even van uit dat hij dat zelfvertrouwen ook als positief ervaart. Maar als dat zo is, is dat zelfvertrouwen de reden om van het live-publiek nu over te stappen naar een digitaal ‘wereldpubliek’? Een nieuwe fase in zijn zelfverwerkelijking?

Wat me bezighoudt is het volgende. Wat als die zelfverwerkelijking een wat minder positieve voedingsbodem heeft. Stel dat het geldingsdrang is. Met als bijkomend verschijnsel dat hij daardoor voortdurend op zijn tenen loopt. Moet ik hem daarvoor dan juist niet beschermen?. Bijvoorbeeld door hem te vertellen dat het goed is wat hij doet. Mooi is wat hij zingt en erg knap is wat hij speelt. Want dat vind ik met heel mijn hart. En eigenlijk zeg ik hem dat ook regelmatig. Maar doe ik dat op de juiste manier en bij de juiste gelegenheid? Want ik blijf zo nu en dan bij hem een soort van ‘kwelling’ zien. Een frustatie van het niet kunnen voldoen aan een door zichzelf opgelegde standaard. Een bij herhaling niet halen van een hoger doel.

Zou het mogelijk zijn, om hem wat minder kritisch op zichzelf te laten zijn? Zodat hij meer kan genieten van wat hij doet? Zélf blij wordt van het plezier dat hij anderen bezorgt. Zodat hij een voldaan gevoel heeft inplaats van vooral een gevoel van verbazing. Zodat hij niet alsmaar op zoek hoeft te zijn naar ‘méér’ of ‘beter’. Of… Ho. Ik dwing me om even pas op de plaats te maken in mijn gedachten…‘Het is vals hé?’ Die vraag blijft naklinken in mijn hoofd. En plotseling besef ik dat het niet meer alleen gaat over gitaarspel of zang. Het is méér nog dan zijn vraag, ineens ook de mijne. Het is ‘vals’, in de figuurlijke betekenis van niet accorderen. Van het niet eens zijn met wat je zelf doet. Wat was er ook al weer vals? ‘Nou alles…’ Echt? Nee. Écht niet alles! Dat zou pas echt vals zijn. Iemand met zulke antennes vangt mijn twijfel ongetwijfeld op… En dus ga ik morgen weer naar hem, maar tegelijkertijd ook heel goed naar mezelf luisteren.… en -vals of niet- van beide tot op het bot genieten!

Vals.

‘Het is vals hè’? Hij stopt met zijn gitaarspel. Een beetje bedrukt kijkt hij me aan en tegelijkertijd ook in de lens van de iPhone-videocamera waarmee ik hem op zijn verzoek aan het opnemen ben. ‘Volgens mij is het vals’, beantwoord hij zijn eigen vraag. Ik stop de opname. ‘Wat was er vals’, vraag ik, omdat ik eerlijkgezegd best onder de indruk was van zijn gitaarspel en begeleidende zang. ‘Nou, alles…’. Het is even stil. Hij wil een filmpje van zichzelf op YouTube zetten. Maar het is duidelijk dat hij niet 1-2-3 tevreden is over de opname. ‘Dan doen we het toch gewoon over’, stel ik voor. Dat patroon herhaalt zich nog een aantal keren. Opnemen, terugkijken, herhalen. Dan zegt hij: ‘Jij vindt het niet meer leuk hé?’. Ik voel zijn dilemma. Hij wil duidelijk ‘kwaliteit’ maar hij lijkt me niet te willen belasten met zijn hang naar perfectie. Zijn antennes voor de gemoedstoestand van anderen zijn bijzonder gevoelig…

In al die minuten dat ik de camera zo stil mogelijk houd en hem hoor zingen en zie spelen, gaan er allerlei gedachten door mijn hoofd. Daar zit hij dan. Mijn zoon van twaalf. Zichzelf begeleidend op gitaar terwijl zijn stem heldere tonen voortbrengt. Ik zie hoe hij zijn best doet om dat samenspel zo mooi mogelijk te laten klinken. Ik geniet ervan. Gisteravond heeft hij tijdens de afscheidsmusical van groep 8 ook gezongen. Voor een volle zaal met ouders en leerkrachten. Met trots denk ik aan ‘zijn momenten’ in de musical. Vanaf de voorste rij heb ik daar genoten van zijn inzet. Maar ik heb ook de druk gezien die hij zichzelf oplegt om alles zo goed mogelijk te doen.

En ook nu legt hij de lat weer hoog. We kijken nog een keer naar de opnames. ‘Kun je daar iets van af halen’, vraagt hij, terwijl hij het resultaat van het eerste filmpje aan een kritische blik onderwerpt. Ik stel hem gerust. Ja hoor, dat kan. Echt? Ja, echt… Hij zet z’n gitaar weg en ik zet de filmpjes van mijn iPhone over naar de computer. Opnieuw denk ik na over zijn wens om zichzelf via YouTube de wereld in te zingen. Waar komt dat vandaan? Is het een kwestie van groeiend zelfvertrouwen? Aangewakkerd door het succes van zijn eerdere live-optredens voor eigen- en vreemd publiek? Ik ga er voor het gemak even van uit dat hij dat zelfvertrouwen ook als positief ervaart. Maar als dat zo is, is dat zelfvertrouwen de reden om van het live-publiek nu over te stappen naar een digitaal ‘wereldpubliek’? Een nieuwe fase in zijn zelfverwerkelijking?

Wat me bezighoudt is het volgende. Wat als die zelfverwerkelijking een wat minder positieve voedingsbodem heeft. Stel dat het geldingsdrang is. Met als bijkomend verschijnsel dat hij daardoor voortdurend op zijn tenen loopt. Moet ik hem daarvoor dan juist niet beschermen?. Bijvoorbeeld door hem te vertellen dat het goed is wat hij doet. Mooi is wat hij zingt en erg knap is wat hij speelt. Want dat vind ik met heel mijn hart. En eigenlijk zeg ik hem dat ook regelmatig. Maar doe ik dat op de juiste manier en bij de juiste gelegenheid? Want ik blijf zo nu en dan bij hem een soort van ‘kwelling’ zien. Een frustatie van het niet kunnen voldoen aan een door zichzelf opgelegde standaard. Een bij herhaling niet halen van een hoger doel.

Zou het mogelijk zijn, om hem wat minder kritisch op zichzelf te laten zijn? Zodat hij meer kan genieten van wat hij doet? Zélf blij wordt van het plezier dat hij anderen bezorgt. Zodat hij een voldaan gevoel heeft inplaats van vooral een gevoel van verbazing. Zodat hij niet alsmaar op zoek hoeft te zijn naar ‘méér’ of ‘beter’. Of… Ho. Ik dwing me om even pas op de plaats te maken in mijn gedachten…‘Het is vals hé?’ Die vraag blijft naklinken in mijn hoofd. En plotseling besef ik dat het niet meer alleen gaat over gitaarspel of zang. Het is méér nog dan zijn vraag, ineens ook de mijne. Het is ‘vals’, in de figuurlijke betekenis van niet accorderen. Van het niet eens zijn met wat je zelf doet. Wat was er ook al weer vals? ‘Nou alles…’ Echt? Nee. Écht niet alles! Dat zou pas echt vals zijn. Iemand met zulke antennes vangt mijn twijfel ongetwijfeld op… En dus ga ik morgen weer naar hem, maar tegelijkertijd ook heel goed naar mezelf luisteren.… en -vals of niet- van beide tot op het bot genieten!

Vals plat

Geplaatst op: 22 juli 2010 door Lucas Bezembinder in Thema: Vals
Tags:, , , , , ,

Ik zal een jaar of veertien geweest zijn. Rijdend op mijn nieuwe Peugeot racefiets door het heuvelachtige Gooi, voelde ik mij Lucien van Impe. Deze kleine Belg had dat jaar Joop Zoetemelk afgetroefd in de Tour de France. In de bergen leek de zwaartekracht voor hem een stapje opzij te doen. Zonder noemenswaardige problemen reed hij de ene col na de andere omhoog. De kleinste helling werd door mij dan ook omgedoopt in Tourmalet of l’Alpe d’Huez. Zwetend maar voldaan kwam ik dan boven. In gedachten toegejuicht door een uitzinnige menigte.

Van mijn zakgeld kocht ik allerlei zaken om nog meer op een echte wielrenner te gaan lijken. Een bidonhouder met bidon met op de fles reclame voor Gan-Mercier, een petje van Kas en vingerloze handschoentjes. Maar het meest trots was ik op de echte wielerbroek. Met zeemleer in het kruis. Samen met drie vrienden fietste ik die hele zomer door de heuvels rond Hilversum. Soms reden we een lange etappe van bijna honderd kilometer met een sprint op de laatste ‘berg’, soms alleen een tijdrit van nog geen tien kilometer.

Mijn vuurdoop zou ik krijgen in Frankrijk. Op vakantie in een klein dorpje iets ten zuiden van Limoges (in mijn fantasie zag ik in de verte de Puy de Dome) werd er een heuse wielerwedstrijd georganiseerd. Een rit van zestig kilometer (10 rondjes van zes kilometer) waar iedereen tussen de 12 en 16 jaar aan mee mocht doen. Omdat ik mijn fiets na veel zeuren had meegekregen, schreef ik mij ook in. Er deden uiteindelijk 13 jongens mee, waarvan zeven van onze camping. Ik wist dat die vooral meededen omdat ik ook meedeed en dat dit niet echte concurrenten zouden zijn.

Nadat ik mij had ingeschreven zou het nog een week duren voordat de wedstrijd zou plaatsvinden. Elke dag reed ik het parcours van de wedstrijd en de laatste kilometer reed ik nog vaker. Dit was gelukkig makkelijk te doen omdat de finish voor de ingang van de camping lag. Een dag voor de wedstrijd had ik helemaal uitgevogeld waar ik mijn slag zou moeten slaan. Er zaten in het begin weliswaar een paar pittige klimmetjes, maar vlak voor de finish was een stuk van een paar honderd meter vals plat. Op het oog liep dit stuk weg vlak tot aan de finish. Maar als je in een te zware versnelling bleef rijden was je na honderd meter al uitgeput en kansloos. Hier zou ik mijn slag slaan. Ik zou proberen in de voorlaatste ronde te demarreren. Als dat niet lukte zou ik in de laatste ronde hier vroeg de sprint aan gaan.

Op de grote dag ging het precies zoals ik dacht. De andere jongens van de camping moesten al na een paar ronden afhaken en met nog twee ronden te gaan waren we nog met z’n drieën over. Ik en nog twee Franse jongens, een lange magere en een kleinere. Omdat mijn Frans niet verder ging dan ‘quattre croissants’ kon ik niets tegen die jongens zeggen. Maar een groter nadeel was dat die twee jongens elkaar kenden en de hele tijd tegen elkaar aan het praten waren. Aan de toon begreep ik op een gegeven moment dat ze het erover hadden om die ‘toerist’ niet te laten winnen. Bij elke helling demarreerde eerst de lange magere en dan de kleine en ik moest die dan omstebeurt in mijn eentje proberen terug te halen. Dat lukte wel, maar ik was te moe om in de voorlaatste ronde zelf aan demarreren te denken.

Zo gingen wij de laatste ronde in. Ik had goed zitten opletten en het was mij opgevallen dat de beide jongens in een iets te zware versnelling steeds dat stukje vals plat waren opgereden. Dat was nog steeds mijn kans. Ook deze ronde hadden de twee geprobeerd mij eruit te rijden. Maar het viel mij wel op dat de lange magere minder meedeed. Hij was of te moe of zijn krachten aan het sparen. Ongezien schakelde ik vlak voor het stuk vals plat terug naar een lichtere versnelling. Ik ging achteraan rijden en wachtte mijn kans af. Op ongeveer 400 meter voor de finish versnelde ik en haalde de twee jongens snel in. Ik durfde niet om te kijken, maar ik was ervan overtuigd dat ik een gaatje had geslagen en de wedstrijd zou winnen. Op ongeveer 100 meter van de finish keek ik toch even achterom. Ik schrok toen ik die lange magere vlak achter mij zag zitten. Ik ging weer op mijn pedalen staan. Op het moment dat ik extra wilde aanzetten voelde ik een tik tegen mijn achterwiel. Ik raakte uit balans. Ik slingerde naar rechts en samen met die lange magere jongen viel ik in de droge greppel naast de weg. Ik hoorde de kleine jongen die achter ons reed voorbijkomen. Ik pakte snel mijn fiets op, maar zag dat haasten geen zin meer had. Ik werd nog wel tweede, maar was daar niet blij mee.

Direct nade finish kwam mijn vader op mij af.

“Pap. Ze hebben vals gespeeld. Die kleine en die lange magere moeten worden gediskwalificeerd,” riep ik verontwaardigd.

“Rustig jongen. Wat is er aan de hand?”

Ik legde hem uit wat er was gebeurd.

“Jongen, dat is geen valsspelen. Bij het wielrennen noemen ze dat een combine.”

Ik heb daarna nooit meer op mijn racefiets gezeten. Dankzij de broek met zeemleer ben ik twee jaar laten nog wel kampioen paalzitten geworden in het Friese Idserdaburen.