Archief voor de ‘Thema: Tweedehands’ Categorie

Secondhand life?

Geplaatst op: 9 juni 2010 door Petra Paanen in Thema: Tweedehands

Yvonne loopt het gebouw binnen waar ze werkt. Ze begroet met een kort ‘dag’ de receptioniste. Die kijkt slechts even op uit de ‘Linda’ en knikt wat obligaat. Yvonne ziet het niet. Ze is al verder gelopen.
Ze wacht niet meer op hartelijke begroetingen en stralende glimlachen als mensen haar zien. Het leven heeft haar dit wel afgeleerd. Ze loopt richting de lift en drukt op het knopje om de lift te halen.

Henri, de chef van de boekhouding, ziet Yvonne staan en zijn hart begint sneller te kloppen. Hoewel hij haar al een hele tijd leuk vindt, durft hij haar nog steeds niet uit te vragen. Hij probeert contact te maken terwijl ze samen op de lift wachten. Yvonne is blij als de lift eindelijk opengaat en zij kan instappen. Henri vraagt vrolijk op welke verdieping ze moet uitstappen. Hij weet echter precies welke verdieping, afdeling en zelfs de werkplek waar Yvonne moet zijn.

Het verbaast Yvonne niets dat deze man nog steeds niet weet op welke verdieping ze werkt. Al staan ze bijna elke morgen samen in de lift. Wie zou haar wel onthouden? Ze vindt zichzelf niet knap of zelfs een beetje aantrekkelijk. Een grijze muis, zoals mama altijd zegt. Henri denkt daar duidelijk anders over. Hij vindt haar lief en schattig. Vooral als ze een beetje staat te dromen, denkend dat niemand haar ziet. Hij hoopt morgen weer een kans te krijgen.
Bij haar afdeling aangekomen, loopt ze snel naar haar computer. Ze kan niet wachten online te gaan. Eerst even koffie halen en met een korte groet haar collega’s gedag zeggen. Tussentijds start ze haar computer op. De meisjes van de afdeling geven elkaar een korte blik. Ze hebben vaak gesproken over waar Yvonne haar kleding koopt. Veel te ouwelijk en truttig. Het is duidelijk dat moeder dit voor haar uitzoekt. Het is jammer, ze zou er zoveel leuker uit kunnen zien.
Yvonne is zich niet bewust van de blikken van haar collega’s. Ze zijn al vergeten. Wel voelt ze de spanning in haar lichaam stijgen. Haar echte leven gaat bijna beginnen.
Het scherm springt aan en zij gaat direct op zoek naar de site die zo belangrijk voor haar is. De site die invulling geeft aan haar leven.
Met bijna trillende vingers toetst ze haar inlogcodes in. Na altijd veel te lang wachten komt haar Hyves-site in beeld. Ze ziet direct de vele openbare krabbels en de tientallen nieuwe privéberichten. Haar mannen hebben weer hun best gedaan. Kees schrijft hoe mooi hij haar vindt en dat hij hoopt dat ze een goede werkdag heeft. Hij doet daar zo’n lief poëzieplaatje bij. Daar wordt ze altijd zo blij van. Yvonne leest alle liefdevolle krabbels van de verschillende hunkerende mannen en jongens die haar site hebben gevuld. Ze schrijven dat ze haar sexy en lekker vinden. Zij is de ster en de mannen willen bij haar zijn. Ze geeft iedereen de aandacht die ze verdienen. Ze houdt van hen en weet zeker dat dit wederzijds is. Sterker nog; ze adoreren haar. Haar hart straalt, ze juicht, ze jubelt terwijl ze aandachtig typt. Haar collega’s kijken niet op. Yvonne is zoals altijd serieus en hard aan het werk.
Nadat alle krabbels zijn bewonderd en beantwoord opent ze haar inbox. Deze staat vol met uitnodigingen van mannen die ook graag bevriend met haar willen zijn. Ze bekijkt uitgebreid de profielen van de mannen zodat ze een beeld krijgt van wie ze zijn. Wanneer dit niet duidelijk wordt, gebruikt ze Google voor meer details. Als ze genoeg informatie heeft, accepteert zij hun uitnodiging. Ze worden een deel van haar leven. Natuurlijk zijn er ook berichten van mannen die expliciet beschrijven wat ze allemaal met haar zullen doen, zouden ze ooit samen in bed belanden. Of op elke andere plek, het is om het even. Ze geniet van deze berichten, maar weet dat dit niet zal gebeuren. Ze zullen haar nooit in het echt ontmoeten. Al willen ze dat stuk voor stuk zo wanhopig graag. Yvonne kijkt tenslotte naar haar eigen profielfoto op haar Hyves-site. De foto die ze ooit eens heeft gekopieerd van een Playboy-model. Die kijkt haar zwoel aan terwijl ze kansloos haar borsten met haar handen probeert te bedekken.
Yvonne glimlacht.
Ze horen allemaal in haar echte leven en niet in dit leven dat werkelijkheid wordt genoemd.

Advertenties

Het tweede handschrift

Geplaatst op: 7 juni 2010 door Frank Stolker in Thema: Tweedehands

Klik op: Het tweede handschrift

De wereld is goedkoop…

Geplaatst op: 5 juni 2010 door Geert van den Munckhof in Thema: Tweedehands
Tags:,

Een dikke zes miljoen hits op google als je ‘tweedehands’ als zoekwoord intikt. Zes miljoen…. Een getal dat je een poosje zorgvuldig door je hoofd moet laten botsen. Ik weet even niet hoe ik in die overpeinzing van google terecht kwam op de site van het CBS, maar daar lees ik dat in 2040 ons land bijna 18 miljoen inwoners telt. Ongeveer één miljoen meer dan nu, in 2010. Waar wil ik naar toe? Naar het beeld dat nu, met wat fantasie, dus al bijna één op de drie Nederlanders gerelateerd kan worden aan het begrip ‘tweedehands’. De één koopt iets nieuws en de ander koopt het een keer over (tweedehands). De derde heeft dan weliswaar nog even niks maar dat is slechts een kwestie van opnieuw iets meer tijd. De tweede verkoopt het namelijk ‘als nieuw’ door aan de derde en voila…wéér zes miljoen tweede- of eigenlijk derdehandsjes. Wij nederlanders zijn een handelsvolk…

Het idee intrigeert me. Op google tik ik voor de aardigheid ook ‘derdehands’ in. Iets meer dan 17.000 hits. Hmm… Da’s nogal een verschil met die zes miljoen. Mag ik daaruit heel kort door de bocht concluderen dat met ‘nieuw’ en ‘tweedehands’ onze productiecirkel al zo’n beetje ophoudt? Daar staan we dan met ons milieubewuste recycle-gedrag. Hoezo ‘cradle-to-cradle’-gedachte? Nee, dat kan niet zijn. Het grote verschil zal vooral wel liggen aan onze creatieve handelsgeest en VOC-mentaliteit (VOC als in Vooral Ongebreideld Cashen…). Derdehands is –creatief handelend gesproken- namelijk net zo iets als tweedehands, maar dan een beetje later op de tijdlijn. Met andere woorden, van die zes miljoen tweedehandsjes zijn er waarschijnlijk ook een heleboel derde- of meerderhands. Maar dat zeggen we er niet bij. Want dat levert niks op. Nee. Wij Nederlanders zijn meer van de ‘als nieuw’-, ‘van een oud vrouwtje’-, ‘niks geleden’- en ‘altijd in de garage gestaan’-uitspraken. En het aardige is dat dat precies is wat we als klant willen horen. Zes miljoen keer als het moet. En dan maakt tweede-, derde- of vierdehands niks uit.

Maar toch, even voor de aardigheid. ‘Vierdehands’? 1650 hits. Vijfdehands? 752! Zesdehands loopt dan vreemd genoeg opvallend op naar 1410. Zevendehands komt op 223 en dat aantal blijft redelijk in stand, tot aan de ‘negatieve uitschieter’ bij negendehands (slechts 6 hits). Tiendehands daarentegen zit weer op 700. Elfdehands komt helemaal niet voor in google, maar twaalfdehands scoort weer een kleine 200 keer. Daarna blijft het allemaal schommelen in de tientallen. Ook honderdstehands scoort nog achtentwintig keer. Met andere woorden, het blijft maar doorgaan. Duizendstehands? Twee keer. Dat zouden u en ik kunnen zijn. Maar dat zou betekenen dat óf u, óf ik iets negenhonderdnegenennegentigstehands moet hebben aangeschaft… Typ dat maar eens in. Net als elfdehands zero hits…Eindconclusie van dit alles: De wereld is, behalve goedkoop, vooral tweedehands en wij lullen daar vervolgens een puntje aan. Met een leugentje zelfs als het moet…maar wel voor eigen bestwil. Want wie wil er nou niet een goedkope Mercedes 500 SEL die van een oud vrouwtje is geweest…

Een tweedehands twijfelaar

Geplaatst op: 3 juni 2010 door Thedo Keizer in Thema: Tweedehands

 

Hoe meet je de staat van je relatie? Aan het aantal keren dat je nog echt en welgemeend samen lacht? Of je je huwelijksdag nog van harte viert? Of je elkaar nog wel eens verrast?
“Kijk in je koelkast,” stelde Youp van ‘t Hek in een conference, “dan zie je meteen hoe het ervoor staat. Verliefde mensen hebben een goed gevulde koelkast vol lekkere dingen.”
Mijn advies: kijk naar de breedte van je bed. Hoe breder het bed is geworden, hoe droeviger het ervoor staat.

Een paar maanden voordat we zouden gaan samenwonen kochten mijn vriendin en ik op een rommelmarkt een prachtig oud tweepersoonsledikant. Een twijfelaar, vertelde de verkoper, 1.20 breed. Voor een tientje mochten we ‘m meenemen.
En zo liepen we even later trots door het dorp, met het bed tussen ons in. Eenmaal opgezet in de tuin nam de poes het meteen tevreden in bezit. Poes had gelijk: het bed lag heerlijk. Met een lief zacht kraakje wiegde het ons ruim zeven jaar lang elke nacht in slaap.

Neem van mij aan: 1 meter 20 is meer dan voldoende ruimte. Sterker nog, ik ben ervan overtuigd dat onze relatie nooit zeven jaar had geduurd zonder dat bed. Hoeveel problemen je overdag ook hebt, hoeveel verwijdering er soms ook ontstaat: ‘s nachts lig je per definitie dicht tegen elkaar aan. Effectieve relatietherapie, verpakt in oud eikenhout.

De tweede vrouw met wie ik een huis ging delen wilde snel een nieuw bed kopen. En een goed bed. Een Auping dus. Mooi hoor: met een breedte van 1.60, verdeeld over twee matrassen, lagen we er allebei vorstelijk bij. Het hoofdeind kon omhoog, het voeteneind kon omlaag, wat een luxe! Wel lastig: als één van de twee nog wilde lezen of tv-kijken, met het hoofdeind omhoog, en de ander al wilde slapen met het hoofdeind horizontaal, dan zat het dekbed vervelend scheef. Eenvoudige oplossing: twee eenpersoonsdekbedden. Nooit meer last van elkaar!
Binnen twee jaar waren mijn vrouw en ik volkomen van elkaar vervreemd. Als het bed gescheiden is, volgt de rest vanzelf.

Toen mijn huidige geliefde zich aandiende, heb ik in één van onze eerste gesprekken heel duidelijk gezegd: als we ooit samen een bed kopen heeft dat één matras en geen afzonderlijk beweegbare delen. Dat is de enige niet-onderhandelbare voorwaarde, dus weet waar je aan begint.
Ze begon er met liefde aan, en mede daardoor vieren we binnenkort ons tienjarig samenzijn. Onze basis is solide: 1 meter 40, uit één stuk. Met dank aan die overtuigende twijfelaar van toen.

De Eerste Druk

Geplaatst op: 1 juni 2010 door Lucas Bezembinder in Thema: Tweedehands
Tags:, , , ,

Met een verbaasde blik houdt hij het boek in zijn hand. Zijn jarenlange zoektocht is ten einde.

Hij had ooit nog wel eens een goedkope herdruk gevonden. Maar diep van binnen had hij het zoeken naar die eerste druk al opgegeven. Tientallen zoekopdrachten hadden niets opgeleverd. Deventer bezocht hij iedere keer trouw. Meerdere keren per jaar ging hij naar Breedevoort. Elke keer als hij in Wales was, bracht hij meerdere dagen in Hay-on-Wye door. Hoewel het gros van de boeken hier Engelstalig is, heeft bijna elke winkel wel een paar planken Nederlandse literatuur. Bijna iedere boekhandelaar kende hem. Regelmatig kreeg hij een mail van een van hen dat ze een tweede of hogere druk hadden gevonden. In het begin sloten ze altijd af met de zin; “We blijven zoeken!” Alleen de meest betrokken boekhandelaars hielden dit vol. Tot vanmorgen. Toen kreeg hij van een boekantiquariaat uit Hilversum een mailtje:

Van: info@joopkaasantiquariaat.nl

Onderwerp: Hebbes!

Datum: 13 april 2010 10:55:26

Aan: lucas.touwslager@gmail.com

Hallo Lucas,

Je gelooft het niet. Maar ik heb ‘m gevonden. Ik moest vanmorgen hier in Hilversum een boedel leeghalen met een stuk of tien dozen oude boeken. Nadat ik vluchtig had gekeken, dacht ik even dat er helemaal niets bijzat. Maar tot jouw geluk begaf de bodem van één van de dozen het. Toen ik de boeken in een andere doos deed en die ene voorkant zag, wist ik het meteen. ‘Dit is de eerste druk waar Lucas al jaren naar op zoek is’. Zelfs ik kreeg er kippenvel van.

Bel even wanneer je het komt halen.

Met boekgroeten,

Joop

Boekantiquariaat Joop Kaas

In- en verkoop van tweedehands boeken

035 2730608

Na een opgewonden telefoongesprek was hij direct in zijn auto gesprongen en naar Hilversum gereden. Joop had hem het boek cadeau gedaan.

“Als je mij vertelt waarom dit boek zo bijzonder voor je is.”

“Het is bijna 50 jaar geleden dat ik dit boek van mijn opa kreeg. Het was voor mijn tiende verjaardag.”

“Hoe komt het dat je het boek niet meer hebt dan?”

“Ik vond het zo’n mooi boek dat ik het overal mee naar toe nam.”

“En toen heb je het helemaal kapot gelezen?” onderbrak Joop hem.

“Nee, ik was er heel zuinig op. Zo legde ik het boek nooit opengeslagen neer. Ik gebruikte altijd keurig een boekenlegger.”

“Wat is er dan gebeurd?”

“Op mijn veertiende ging ik in de paasvakantie een paar dagen bij mijn opa logeren. Ik was er net toen hij onwel werd en met de ambulance naar het ziekenhuis werd gebracht. Ik ging toen met hem mee, maar ik heb hem niet meer gezien. Kort na aankomst in het ziekenhuis overleed hij. Totaal in de war ging ik daarna direct naar huis. Het boek lag nog bij mijn opa en ik heb het nooit meer teruggevonden.”

“Wow, wat een verhaal. Ik dúrf er niet eens meer iets voor te vragen.”

“Dankjewel Joop, dat waardeer ik zeer. Ik kom snel weer een keer langs, maar nu ga ik naar huis, want ik wil het boek direct gaan lezen.”

“Tuurlijk, dat snap ik.”

Iets te snel reed hij terug naar huis. Maar ook de flitspalen wisten blijkbaar dat het een bijzondere dag voor hem was.

Met het boek in zijn hand denkt hij even na en realiseert zich dat het bijna 48 jaar geleden is dat hij het boek kwijt is geraakt. Op 24 april 1962 overleed zijn opa.

Hij slaat het boek open om het te gaan lezen. Dan schrikt hij zich bijna letterlijk dood. Kippenvel doet de grijze haren op zijn armen recht overeind staan. Hij voelt een koude zweetdruppel langs zijn ruggengraat glijden. Op het schutblad staat met trillende letters een verkleurde boodschap;

“3 april 1958

Voor Lucas die vandaag tien jaar oud is geworden.

Je grootvader Cas Touwslager