Archief voor de ‘Thema: Oud’ Categorie

Uit het oog, in het hart…

Geplaatst op: 21 december 2010 door Geert van den Munckhof in Thema: Oud

Een brief uit het verledenHoe lang is het geleden dat ik met vrienden op zondagmiddag een potje ging biljarten in het dorpscafé. Meestal ging het biljarten over in een spelletje kaarten. Toepen. Wie het eerst zijn zeven punten kwijt was, betaalde een rondje. Dat schrijven van de punten gebeurde door één persoon, op een lei, met een krijtje. Als je schreef, dan ging daar de suggestie van uit dat je je ‘overlevingskansen’ in het spel in eigen hand had. ‘Wie schrijft, die blijft’ was de gevleugelde uitspraak. Dat ging natuurlijk lang niet altijd op. Ik kan me keren herinneren dat ik schreef en dat ik op de rand van de lei maar bij één naam de verloren rondjes kon aanstrepen. Jawel. Bij mezelf. Ik schreef en bleef. Zelfs veel langer dan gepland, samen met mijn vol leedvermaak elke keer goedkoop proostende vrienden… Ach, het was gezellig, dacht ik dan een dag later. Heel zeker wist ik dat meestal niet.

Zou het ‘wie schrijft, die blijft’ ook nog opgaan, vraag ik me af, als ik er over een hopelijk hele lange tijd niet meer ben? Het is een rare kronkel, maar het schiet me te binnen als ik nadenk over de tijd die me in dit leven nog gegeven is. Ik zie in gedachten een foto voor me van mijn vader in zijn jonge jaren. De foto is gemaakt in Indië. Hij zit daar in zijn militaire kloffie. Bezig een brief te schrijven aan mijn moeder. Ik zag de foto toen ik, heel veel jaren later, een schoendoos met familiefoto’s tegenkwam. Mijn ouders waren toen al enige jaren dood. Wat me trof was de achterkant van de foto. Daar had hij voor mijn moeder een kort berichtje op geschreven. Ik las het en heel kort was hij er weer. Heel even. Omdat hij schreef en bleef.

Ik stel me voor dat ooit mijn kinderen over internet struinen, misschien wel in een net zo melancholieke bui als ik nu. Het kan dan zo maar gebeuren dat internet, de digitale schoendoos van de toekomst, hen ineens een verhaal van mijn hand voorschotelt. Misschien wel ‘Uit het oog, in het hart’, wie zal het zeggen? Wat zij dan lezen is wat ik schreef, met al in het achterhoofd dat ik niet kon blijven. Zoals ik nu lees, wat mijn vader schreef. Hij en ik, we schreven en bleven. Nu valt me op dat als je ‘bleven’ met aandacht uitspreekt, het als ‘beleven’ klinkt. Mooi woord, ook voor later. We schreven en beleven…

Wat je niet kunt veranderen, moet je zo laten. Ik besef dat -‘wie schrijft, die blijft’- een soort van remedie kan zijn tegen het onvermijdelijke. Dat je niet blijft, betekent niet dat je niet schrijft. Integendeel! Dus Pip en Mees: Laat deze zinnen maar een paar keer lekker rondgaan in je hoofd. Laat de woorden maar zachtjes botsen tegen de herinneringen van toen. En laat ze overal kleine lieve letterkusjes geven. Het is een kwestie van beleven.

Dit verhaal, tenslotte, is voor al mijn vrienden. Van toen, van nu en van later. Dit verhaal is voor iedereen die ook aanvoelt dat de slogan ‘wie schrijft, die blijft’ op een wat emotionele manier een beetje wringt. Het klinkt misschien raar, maar het helpt als je ‘wie schrijft, die blijft’ met een wat rebelse bravour omzet naar: ‘wie leest, is er nog niet geweest’. Want waar je nog niet geweest bent, daar kun je altijd nog naar toe gaan. Doe dat, geniet ervan en onthoud het. Zodat je er over kunt schrijven. Over dat momentje in de tijd. Heel even. Een heel leven…

Advertenties

Oud nieuws

Geplaatst op: 18 december 2010 door Carolien Geurtsen in /Actueel/, Thema: Oud
Tags:, , , , ,

Ik kan niet anders zeggen dan dat ik mijn hele leven lang oude mensen vertrouwd heb. Feitelijk ben ik er pas een paar jaar geleden achter gekomen dat dat behoorlijk naïef is. Vooral het horen wat spijteloze oorlogmisdadigers in documentaires vertelden hielp me uit de droom. Later kwam daar ook menig misselijkmakende al of niet religieuze kindermisbruiker bij die voor het voetlicht gesleept werd..

Het was een behoorlijke diepgaande “eyeopener” om die aanname definitief overboord te gooien. Als de inborst “slecht” en verdorven is, of is geworden, dan blijken mensen maar zelden ten goede te veranderen. Waarschijnlijk omdat het wegdringen van zoveel innerlijke lelijkheid door de jaren heen een gewoonte is geworden. Het zal heel wat toewijding vragen om jezelf nog dieper in de ogen en je ziel te durven kijken dan voor de gemiddelde mens al nodig is om van ongewenste gewoontes en patronen af te komen.

Ik blijf het ongelofelijk confronterend vinden waar mensen toe in staat zijn, ook al werk ik al dertig jaar min of meer intensief met ze en ga ik alweer vijftig jaar met ze om.
Ik heb maar mondjesmaat het nieuws van de ongelofelijke kindermisbruiker uit dat kinderdagverblijf tot me kunnen nemen. Dit om mezelf te beschermen in de zin van kunnen blijven functioneren, want er zijn weinig dingen die ik zo moeilijk buiten me kan houden als dit soort nieuws. Wat ik hoorde liet niets aan mijn toch al rijke verbeelding over. Films uitzetten in mijn hoofd is vele malen lastiger dan aan, om het over de bijbehorende gevoelens maar helemaal niet te hebben.

Ik hoorde mezelf van de week zeggen, en sorry voor de dierenbeschermers: “Laat ze dan in Godsnaam geiten nemen zoals ze dat in Italie en andere landen doen”. Ik weet het, afschuwelijke gedachte, maar hij was er.  En ja, ik ben me er van bewust dat ook dat in Nederland gebeurt, met alle dieren die we hier voorradig hebben. Ook riep ik in de keuken uit: “Lang leve de plastic neukpoppen”. Ook geen schoonheidprijs wat betreft intermenselijke contacten, en absoluut triest, maar dat doet verder tenminste geen vlieg kwaad.

Wat schieten we tekort als mensenvolk. Want het kan niet anders dan dat alles wat we wél horen slechts topjes van de ijsbergen zijn die machtmisbruik in allerlei vormen zo illustreren. In de kerk of erbuiten, met of zonder ontvoering, wel of niet verkocht door eigen ouders of een al of niet toevallig voorbijkomende pooier, of zogenaamd vrijwillig omdat je meer over het hoeren ”vak” wil leren: de enormiteit van het fenomeen onmenselijke vrijetijdsbesteding, en/of handel in onmenselijkheid, is gigantisch wijd verbreidt . Dit is – door de stortvloed aan publicaties hierover – een tijd waarin alle moed mij in de schoenen zinkt en ik het echt nodig heb om als tegenwicht veel tot me te nemen aan zogenaamd “goed nieuws” en liefst zo echt en authentiek mogelijk. Klein en subtiel maakt me niet uit, ook niet of het oud of nieuw nieuws is. Dus ja, ik hoor ze heel graag: bemoedigende praatjes. En liefs ook een hoog percentage warme lieve mensen die het, zonder bijbedoelingen, goed voorhebben met mij, met jou en met zichzelf.
Mijn kerstgedachte: “Neem eens wat vaker iemand in je armen.”

Hele goede feestdagen en hartverwarmend Oud en vooral Nieuw

Carolien Geurtsen