Archief voor de ‘Thema: Dood’ Categorie

Doodgewoon weer Augustus

Geplaatst op: 6 augustus 2010 door Carolien Geurtsen in Thema: Dood
Tags:, , , , , ,

Vandaag is het 6 augustus 2010 en is mijn neefje Jelle 3 jaar geworden. Ik heb net met hem geskyped. Hoe leuk dat ook was, er bekruipt mij langzaam ook weer een ritje ‘down memory lane’, vandaar dat ik er nog eens het stuk bijpak wat ik vorig jaar schreef. Met onze schrijfbloq collega’s schrijven we vaak rondom thema’s! En dit schreef ik rond het thema ‘DooD’.
Geschreven op 30 augustus 2009 en eerder gepubliceerd op Linkedin IEDP-columns  en op  Caro’s Blog


…Het is nu  twee jaar en een week geleden dat ze op vrij dramatische wijze overleden is. Ze was alleen thuis en kreeg midden in de nacht een hartaanval, belde 112 en stierf tijdens dat gesprek. terwijl de centrale probeerde haar te laten zeggen waar ze woonde. Ik ben nog steeds verbijsterd dat daar geen automatisch trace system voor bestaat via nummer herkenning,  maar dat terzijde. Ze waren toch niet op tijd geweest vermoed ik.  Ik mis haar dagelijks en ik kan er  ook goed mee zijn dat ze er persoonlijk niet meer is.

Ik mis haar niet omdat het overal en heel vaak voelt alsof ze er gewoon nog is, sterker nog, dat is hoe ik haar ervaar: omni-aanwezig. En als je denkt dat voelen en ervaren hetzelfde is, voor mij  is dat in ieder geval niet zo. Ervaren is dieper, meerdimensionaler, niet op de voorgrond maar alom en compleet.

In het begin was het soms erg schrikken als ik me realiseerde dat ze dood was: “Ze bestáát helemaal niet meer echt, ze is dood!”

Heftig bizar en intens die momenten, en ik barstte dan gerust in huilen uit. Dat was meestal in de Albert Heyn omdat we daar regelmatig samen gingen shoppen. Door de tijd heen is dat verzacht, met af en toe nog flinke schrikdraad-ervaringen.

Tegenwoordig, als ik me redelijk prettig tot zeer goed voel, en haar ineens zo vanzelfsprekend aanwezig ervaar, dan is er op zo’n moment een warme glimlach op mijn lippen en voel ik dat mijn ogen stralen, zo vervullend is die sensatie. Als ik me klote en eenzaam voel – niets menselijks is mij vreemd – dan is er nog steeds een – op zo’n moment licht verdrietige glimlach en verwondering voelbaar en  dan glanzen mijn vochtige ogen. Als ik het intens diepe verdriet van mijn zus zie, ben ik blij en dankbaar met dat ik ben waar ik ben en wie ik ben en met wat ik durf te voelen. Ik voel me rijk met mijn ervaringen.

Evengoed was ik als een kind zo blij en opgelucht, toen ik ruim een jaar geleden voor het eerst eindelijk ook eens over haar droomde, of het in ieder geval kon onthouden. Voor zo een notoire droomonthoudster als ik, had het eindeloos lang geduurd. Ze dacht vast in haar grote alwetendheid van omnipotent bewustzijn, dat ik het niet ‘nodig’ had, zoals ze ook tijdens haar leven altijd wel dacht dat ik me alleen goed kon redden, wat ook zo is. Maar het is prettig en heerlijk om liefde en aandacht te ervaren en af en toe bevestigd te krijgen en niet alleen te weten dat die liefde er is. En een berichtje van gene zijde stel ik altijd zeer op prijs!

De droom was erg ‘matter of factly’ en misschien juist daarom zo prettig:

– In de keuken van het huis in Utrecht waar we vanaf mijn 6e woonden, stond ze een maaltijd te koken voor mijn vader en mij. Mijn zus en broer waren niet in de picture, en – zoals dat in dromen kan gaan – dat deed er ook niet toe. De keuken was nog van vóór de verbouwing, klein en met een granieten aanrecht; mijn moeder ook ongeveer van de leeftijd die ze had toen ik 6 jaar was. Ik was mijn goeie zelf van nu, jong van hart en ouder van leden. Ik vroeg haar waarom ze niet voor haarzelf had gekookt. Ook weer erg matter of factly zei ze: “Omdat ik dood ga”. Die mededeling schokte me niet, wel zei ik tegen haar: “Nou dat is geen reden om tot die tijd niet lekker te eten, ik ga wat voor je maken!” En ik maakte voor haar een maaltijd klaar met zeekraal.

Daar eindigde de droom of in ieder geval mijn herinnering eraan. Ik verbaasde me over de zeekraal, had er wel eens vaag van gehoord maar niet in verband met voedsel of met mijn moeder. Eerder met het bedreigd milieu enzo. Toen heb ik op zeekraal geGoogled en in mijn droom zag het er net zo uit als op de foto’s die tevoorschijn kwamen. “Leuk”, dacht ik nog. Ik heb tenslotte wel vaker helderziende dromen.

Ik heb de droom aan mijn vader verteld. Tussendoor kreeg ik in die week uit heel andere, voedseldeskundige bron, zeekraal geadviseerd als gezond voor mij. Dat vond ik grappig opmerkelijk, gezien mijn droom en de timing. Volwaardig voedsel dus ook nog. Ik voelde me als een vis in het water. Cool.
Mijn vader vond de droom boeiend, keek me verwonderd aan en vertelde dat zeekraal een van haar lievelingssnacks was, die ze regelmatig bij haar visboer haalde, een feit waar ik dus totaal niet van op de hoogte was.

Ik was al tevreden uit de droom wakker geworden de week ervoor en nu begon ik  me nog beter te voelen, een diepe sensatie van tevredenheid breidde zich in me uit en aan mijn vader te merken werkte dat aanstekelijk. Hij was duidelijk ook in zijn sas. Het is dat ik nooit geduimd heb, maar zo knus als ik dat vroeger eruit vond zien, zo voelde ik me nu. Hij vertelde over zijn helderziende dromen van toen hij kind was, waar zijn moder zich het lazerus van schrok. Die lagen dan ook in de orde van grote van: “Tante Mien, die is toch dood?” Terwijl mijn oma van niets wist en een half uur  later een familielid buiten adem op de fiets kwam aanrijden om te vertellen dat tante Mien net was overleden. Mijn vader had zijn vermogens fijntjes leren verbergen door de ontzette reacties van zijn familieleden. Nu haalden we samen bij een kop thee herinneringen op aan zijn vrouw, mijn moeder. Blij ben ik met monze band met mijn verworvenheden, blij dat mijn ouders nooit geschrokken zijn van mijn ‘gekke’ invallen, bizarre voorgevoelens en bijbehorende carriere-pad.

’s Avonds reed ik in mijn auto naar huis, mijn vader nog steeds onwennig alleen achterlatend en zette “Elisabeth slaap zacht ” op, net als nu. Een van de nummers die we ook op haar crematie hebben gedraaid, vandaag twee jaar geleden. “Mam, ik mis je”, zinghuil ik zachtjes mee.

Maar ook:
“Fijn Mam, dank voor je bezoekje, en dank voor de zeekraal tip!” Helend en hartverwarmend. Wat een zegen dit contact! En net als de zeekraal en japans zeewier die we nu elke week wel een keer eten, doodgewoon heerlijk.

Advertenties

De dood als verlosser

Geplaatst op: 17 mei 2010 door Petra Paanen in Thema: Dood

Ik rij in de auto richting Amstelveen waar mijn tante Georgette woont, de zus van mijn vader. Mijn tante die, wanneer ik in de problemen zat of gewoon even wilde praten, meteen voor mijn deur stond. Meestal dronken, met groen of blauw haar en geen schoenen aan in hartje winter, maar wel met sigaretten en de wijste levensadviezen. Het leven is niet vriendelijk geweest voor Georgette. Ze was alleen met een hond en een auto, nooit die lieve vriendin gevonden waar ze zo naar hunkerde en afgekeurd voor haar werk als verpleegkundige wat haar levensinvulling was. Het leven was zwaar en de maatschappij hard en zij was zacht en liefdevol. Vanaf mijn geboorte heeft ze mij als haar dochter gezien en heeft soms ook tegen haar toenmalige geliefdes gezegd dat dit feitelijk zo was, want liegen kon ze als de beste. Georgette was soms zo onuitstaanbaar dat het vaak moeilijk was voor mensen om contact met haar te maken. Als je echter de tijd nam, even stil stond, dan kon je haar zien voor wie ze echt was, een bijzondere liefdevolle vrouw waar het leven te veel wonden had veroorzaakt.

Mijn tante Georgette gaat binnenkort dood en ik ben nu op weg naar haar. Ze heeft kanker en heeft alle behandelingen geweigerd omdat dit haar leven maar minimaal zou verlengen en ze de nadelige gevolgen van chemotherapie kent. Ik ben heel nerveus als ik haar straat inrijd, de dood is zo dichtbij en ik ruik hem als ik uit de auto stap. Een geur die me vult met afkeer, angst en vooral met verdriet. De geur wordt sterker als ik door haar huis loop naar haar slaapkamer. Daar ligt ze, mijn tante Georgette. Ze heeft pijn, maar laat zien dat ze blij is dat ik er ben. Ik ga dicht bij haar zitten en vraag na een tijdje ‘ben je bang om te sterven?’ Ze kijkt me aan en legt uit dat ze weet wat er gaat gebeuren. Ze komt bij een brug naar een ander leven en daar zullen haar moeder en oma haar opwachten. Beiden vrouwen hebben nog kinderen op aarde en kunnen in haar visie daarom niet verder. Ze heeft geen kinderen, bij dit kijkt ze me diep aan, daarom mag zij meteen door naar een plek die we allen ooit zullen zien. Ze vraagt of de familie haar wil loslaten, zodat ze deze weg kan nemen. Op het tijdstip van haar overlijden moet de hele familie een ritueel uitvoeren zodat ze in high speed naar een voor ons onbekende bestemming kan racen, want ze houdt van hard rijden.

Ik huil onafgebroken, maar dat vindt ze niet erg “het is goed peetje” zegt ze, de wijste tot het eind. Over een paar dagen komt de dokter en zal zij, in aanwezigheid van een select gezelschap, het gif uit een tinnen beker drinken. Dat past bij haar, het is groots, gruwelijk en mooi. Ze legt me uitgebreid alle stappen uit die ze zal nemen en laat zien hoe ze gaat liggen nadat ze de tinnen gifbeker heeft uitgedronken en in welke lichaamshouding ze dus zal sterven. Na een tijdje wordt ze moe en vraagt me om te gaan, we nemen innig en emotioneel afscheid in het besef dat dit de laatste keer is dat we elkaar zullen zien.

Een paar dagen later zitten mijn ouders, zus en ik aan de eettafel en op het moment dat zij zal sterven steken wij een kaars aan en wensen haar een goede reis naar een fantastische plek zonder pijn en alleen maar liefde. We laten haar los.

Jaren later als ik mijn eigen dieptepunt in mijn leven bereik en huilend op de grond zit, voel ik een sterke aanwezigheid en een windvlaag over mijn gezicht die mijn tranen probeert te drogen. Ik wist het meteen: Georgette en ik hebben nooit afscheid genomen. Zonder aardse pijnen en een ziek lichaam kan ze dood juist dat doen wat ze alleen maar wilde, liefde geven en voor me zorgen.

Petra Georgette Paanen

In de geest van ons gezin

Geplaatst op: 27 maart 2010 door Thedo Keizer in Thema: Dood

Ons gezin was een hecht gezin. Vader, moeder, dochter, zoon. Lang en gelukkig samen, en in nauw contact toen mijn zus en ik ieder onze eigen weg gingen. Alle verjaardagen en hoogtijdagen werden uitbundig gevierd met elkaar, met de trouwdag van onze ouders in augustus als jaarlijks eresaluut aan ons samenzijn.

Mijn vader overleed plotseling, in 2000, thuis in zijn stoel. Mijn moeder overleed, totaal ontredderd, een jaar later in een ziekenhuis. “Ik mag naar huis”, was het laatste wat ze tegen me zei door de telefoon. Pas toen ze overleden was begreep ik wat ze bedoelde. En mijn zus overleed in 2005, na een dappere, jarenlange maar uiteindelijk vergeefse strijd tegen borstkanker.

En zo was ik binnen vijf jaar opeens in mijn eentje het hele gezin, met alle herinneringen, plakboeken, diadozen en spullen die daarbij horen. Wennen doet dat nooit. Ik laat ze niet los, die drie mensen die zó bij me horen. Ze laten mij ook niet los. Ik voel hun aanwezigheid dagelijks. Maar wat is dat dan? Hun ‘spirit’ die inspireert? De herinnering die letterlijk levend blijft? Van alles wat ik meemaak, en zo graag met ze zou delen, weet ik eigenlijk precies wat ze er van zouden vinden, wat ze zouden zeggen. Ik hoor hun reacties in mijn hoofd. Maar zijn het hun stemmen? Of is het gewoon die van mij?

Oh, wat is de verleiding groot om naar zo’n spirituele bijeenkomst te gaan. Niet naar Char, daar geloof ik helemaal niet in. Maar Derek Ogilvie.. daaraan twijfel ik al minder. Zou ik ook eens..? Een goede vriendin van me had pas via zo’n medium contact met haar overleden vader gehad. Ze kwam er helemaal blij vandaan: “Hij heeft het zo goed daar, hij geniet enorm van zijn nieuwe leven!” En ze wist zeker dat haar vader aanwezig was geweest, gezien alle intieme details die het medium wist te vertellen over haar en de band met haar vader. Eindeloos fascinerend. En intrigerend.

Mijn vader was dominee. Hij twijfelde niet aan het hiernamaals, en aan de mogelijkheid om met geesten in contact te komen. “ Maar”, zei hij streng, “de geesten moet je met rust laten.” Tja… Mijn moeder was zeer spiritueel. Zij geloofde heilig in het bestaan van engelen. Niet als schimmen of geestverschijningen, maar in menselijke gedaantes. Ze wist zeker dat ze af en toe engelen was tegengekomen, op beslissende momenten in haar leven. “Tekenen van boven zijn er altijd”, zei ze, “ voor wie ze maar wil zien.” En mijn zus was biologe. Op de ochtend van haar overlijden spraken we nog over het leven na de dood. Daar geloofde ze niet in. Bijna dood-ervaringen? Getuigenissen van licht en intens vredige gevoelens van mensen die op het randje van de dood hadden gezweefd? Biologisch allemaal heel goed verklaarbaar, zei mijn zus nuchter. Toen ze twee uur later rustig overleed zag ik haar geest verdwijnen, het lichaam verlaten. Maar waarheen?

Gisteren was ik in Den Haag voor een interview. Na afloop had ik even tijd om langs Westduin te gaan, de begraafplaats vlakbij Kijkduin waar mijn ouders en mijn zus begraven liggen. Het was er verlaten. Er hing een mooie, serene rust. Ik begon met een borstel en wat water de steen schoon te maken, en verwijderde wat modder- en vogelvlekjes. En toen daalde er zomaar vanuit het niets een roodborstje neer. Hij ging op de rand van het graf zitten en keek me aan. Onderzoekend. Bijna alsof ‘ie me toeknikte. Daarna steeg hij weer op, fladderde om me heen, en ging weer zitten. Wel een minuut lang bleef het vogeltje me aankijken, voordat hij weer verdween. Ik hoorde mijn moeders stem: “Tekenen van boven zijn er altijd.” Ik heb het gezien. Het is goed.

Doodsbang…

Geplaatst op: 23 maart 2010 door Geert van den Munckhof in Thema: Dood
Tags:, , ,

‘Maar als het tóch waar is?’ Bang kijkt hij me aan. Onze zoon van elf heeft van een vriendje de onheilstijding gekregen dat een komeet de aarde en al het leven daarop zal gaan vernietigen. Huilend heeft hij me deelgenoot gemaakt van zijn angst. Samen zitten we nu voor de computer en tellen het grote aantal Google-hits, waarin de naam van de komeet automatisch gerelateerd wordt aan de term ‘broodje aap’. Het stelt hem voor dat moment gerust, en ik ben blij dat me dat gelukt is. Een kind hoort niet bang te zijn voor de dood…

Een paar dagen later komt  hij met een trillende onderlip van de trap af. De angst blijkt hardnekkig en heeft opnieuw de kop op gestoken. Met name dat gegeven zet me aan het denken. Waar is hij zo bang voor? Nog steeds de komeet? Het onvermijdelijke einde? Of zijn het de gedachten over het verlies van datgene dat hij niet wil verliezen? Wat is er over als iedereen in je omgeving sterft? Dan blijf je alleen achter en wat heb je dan nog? Maakt hij zich ongerust over zijn eigen sterfelijkheid of denkt hij aan de onze? De komeet is ongetwijfeld de aanleiding, maar zit de angst niet veel dieper? Zelf kijk je ook wel eens hoe laat het is op je biologische klok. En dan overtuig je jezelf dat half twaalf nog een heel eind af is van vijf voor twaalf, maar toch. Dingen zijn eindig en onze Mees lijkt dat te voelen. Of vul ik dan teveel in, vraag ik mezelf af. Zit hij er misschien veel aardser in en denkt hij aan de fysieke pijn van zo’n enorme inslag? Wat het ook is, je wil als ouder je kind niet bang zien. Dus probeer ik hem opnieuw gerust te stellen. ‘Je hoeft niet bang te zijn, Mees’… de woorden worden gevolgd door de zakelijke uitleg van het broodje-aap gehalte van de gewraakte komeet. De angst verdwijnt echter niet uit zijn ogen. Ik sla mijn armen om hem heen en ik voel meteen dat in de geborgenheid van die omarming de spanning uit zijn lijf stroomt. ‘Je bent bang hé?’ Mees laat zijn tranen de vrije loop terwijl ik hem vasthoud en stevig tegen me aandruk. Even niks meer zeggen, schiet het als een komeet door mijn hoofd. Kille uitleg maakt plaats voor warm gevoel en dat blijkt veel beter te werken. Het huilen stopt na verloop van tijd en lijkt een bevrijdende werking te hebben gehad. We praten nog wat na en hij gaat weer naar bed. ’s Morgens vertelt hij lekker geslapen te hebben. Gelukkig.

Voor nu. Want hij is een denker. Filosoofje in de dop. Dus zal het zeker een keer opnieuw ter sprake komen. Dat had bijvoorbeeld al gekund bij het onlangs gevonden dode spitsmuisje, dat hij samen met een ander vriendje in onze tuin heeft begraven. We hebben het toen niet over de dood gehad. Misschien omdat mijn opmerking dat ze ‘blij waren met een dode muis’ wat verkeerd getimed was, maar goed. Soms kan je ook met humor een tegen-emotie oproepen is mijn ervaring. Mees en zijn vriendje zullen best wat woorden hebben gewisseld tijdens de ‘begrafenis’. Maar hebben vooral ook gehandeld. Een houten kruisje gemaakt. Een bedje van bloemen gelegd. Emoties gedeeld. Mooi om te zien. En goed om van te leren. Ratio versus emotie. Mannen die van Mars komen en vrouwen van Venus en dat soort dingen. De waardevolle kracht van contrasten. Zonder dood geen leven. Zonder zwart geen wit en zonder geluid geen stilte. Ik word er stil van. Zo stil dat je een muis kunt horen vallen…Op school hebben ze verdraaide spreekwoorden gehad vandaag. ‘Om je dood te lachen, pap’…Hij geniet weer. Lief ventje. Echt waar.