Archief voor de ‘/Actueel/’ Categorie

Digitale verhuizing

Geplaatst op: 20 oktober 2012 door schrijfbloq in /Actueel/

Ja. Ik schrijf nog wel eens een verhaal. Destijds verschenen die verhalen dan op dit podium. Het SchrijfbloQ-podium dat ik prettig deelde met Anita, Petra, Carolien, Lucas, Thedo en Frank. Zojuist ben ik op dit podium weer even ingelogd. Benieuwd was ik  naar verbale spinnewebben. Ik wilde even kijken of de laatste wel het licht had uitgemaakt… En dan is het leuk om te merken dat zo’n digitaal thuis totaal niet gevoelig is voor de tand des tijds. Het licht brandde nog en wat er kriebelde was geen spinneweb, maar een lekker gevoel van herkenning. Ja, zo zag het er toen uit. En daar kon je op klikken om in de verhalenkamer van Anita, Lucas of Frank te komen. Gangetje door, links, en daar hadden Carolien en Thedo hun letterruimte. Beetje verder rechts Petra en Lucas. En soms wisselden we van kamer. Legden we gangetjes aan die er nog niet waren. Zo nu en dan kwamen we in real life bij elkaar om elkaar de digitale route nog eens een keer goed uit te leggen.

Zo ontstonden de verhalen. En zo onstaan ze nog steeds. Alleen is deze en gene verhuist. Digitaal wel te verstaan. En sommigen zelfs in real life. Maar de verhalen blijven stromen. Op eigen plekjes op het world wide web. Verhalen, die wat mij betreft, nog steeds worden ingegeven door het moment. Zo’n moment als  pakweg een uur geleden. Toen iemand me op een feestje vroeg of ik geen verhalen meer schreef? Diegene was er destijds via SchrijfbloQ bij uit gekomen. Op dat moment realiseerde ik me dat ik na mijn digitale verhuizing geen verhuiskaartjes had gestuurd. Lost in space dus eigenlijk. Niet goed. En daarom deze poging om dat met terugwerkende kracht nog goed te maken.

Wanneer je hier klikt, zie ik je graag terug in mijn nieuwe digitale kamertje. Je bent van harte welkom!

En mocht ik daar Anita, Petra, Carolien, Lucas, Thedo of Frank tegenkomen… voor jullie ligt altijd een ‘schrijfbloqje’ klaar. Met dank voor toen, nu en later.

Advertenties

De draai van Geert…

Geplaatst op: 29 december 2011 door Geert van den Munckhof in /Actueel/

De oplossing voor onbehagen

Onbehagen. Schrijf het woord op, zet er een kringetje omheen en associeer er op los. Ik onderdruk die aandrang en besluit die mindmap in mijn hoofd te maken. Het woordje ‘mind’ dus eer aan doen, want daar voltrekt zich toch een belangrijk deel van dat ‘onbehagen’. Woorden die ik er aan zou willen koppelen? ‘Tijd’ bijvoorbeeld. En ‘oorzaak’. Voor de handliggend wordt dan ook ‘gevolg’. Is het toeval dat die woorden in deze volgorde in mijn hoofd verschijnen? Bij ‘tijd’ zou ik verder kunnen onderverdelen in ‘verleden’, ‘nu’ en ‘toekomst’. Ik kan me voorstellen dat het onbehagen van het verleden andere oorzaken en gevolgen had, dan het onbehagen van de toekomst. En wie zegt me dat de gevolgen van het verleden niet doorlopen in de oorzaken van de toekomst? Op papier zou ik dan meteen in de knoop komen met een dergelijke mindmap. Mij bekruipt dan altijd het gevoel dat ik niet de juiste associaties heb opgeschreven. En ook in mijn hoofd geven m’n eerste associaties niet meteen richting. Ik wil het grotere verband tussen dingen zien en ik merk dat verdere detaillering me afleidt. Me een gevoel van onbehagen geeft, constateer ik nu terwijl ik dit opschrijf. Ja, waar blijf je dan… dan is het einde zoek als je weer uitkomt bij het begin.

Onbehagen. Bij mezelf en bij anderen. Zou een andere rubricering kunnen zijn. Bij mezelf zou ik vervolgens wel wat oorzaken en gevolgen kunnen benoemen. Bij anderen zou ik een ‘educated guess’ kunnen doen. Ik verwacht tussen die oorzaken en gevolgen weer verbindingslijntjes te kunnen zetten, maar er zullen ook wel hele typische oorzaken en gevolgen enkel op mijzelf van toepassing zijn. Zoals er ook bij anderen hele expliciete oorzaken en gevolgen alleen voor hen van toepassing zullen zijn. Denk ik, maar ik kan daar nu even geen voorbeeld van geven. Dat is dan weer het nadeel van in je hoofd mindmappen.

Onbehagen. Ja of nee. De vraag dringt zich bij me op of het gevoel van onbehagen altijd aanwezig is, al dan niet op de voorgrond of sluimerend. Ja en nee, beken ik voor mezelf. Als je dus vanaf ‘ja’ verder zou rubriceren, dan kun je daar weer verder met ‘mezelf’ en ‘anderen’. En vrij snel zijn ‘oorzaak’ en ‘gevolg’ weer terug. Kortom, het onbehagen is er wel, maar ik kan het nog even niet ‘aanpakken’. Zoals je een plastic roerstaafje op een stenen ondergrond niet zomaar op kunt rapen. Op tapijt gaat dat al beter, maar dan moet je wel op de juiste plaats drukken. Aan het begin of aan het eind van het staafje, want dan komt het aan een kant los en kun je het aan de andere kant aanpakken.

Verhip. Misschien ligt hier ook wel de oplossing van mijn mindmap-dilemma over onbehagen. Ik moet het helemaal niet van alle kanten willen benaderen. Of eigenlijk, niet tegelijk van alle kanten willen aanpakken. Eerst maar eens gewoon ‘op één kant van mezelf drukken’. Dan komt de andere kant vanzelf omhoog en kan ik mezelf daar aanpakken. Ik ga aan de slag. Van één ding genieten en het onbehagen even onbehagen laten. Dat komt later wel. Drukken we dan weer ergens anders. Komt goed. Beste wensen voor 2012 allemaal.

Kerstcontrast

Geplaatst op: 24 december 2011 door Geert van den Munckhof in /Actueel/, Thema: Contrast

Kerstavond. Jodymoon klinkt door de speakers: ‘I speak the words that you wanna say’ hoor ik. Een eerste zin die mijn oren ingaat, terwijl ik dit zit te schrijven. Vaak zijn dergelijke ‘soundbytes’ aanleiding om mijn verhaal een bepaalde kant op te duwen. ‘Paris will be a garden of Eden’ en ‘here we will find our own peace of mind’ vang ik op. Bij deze ook schriftelijk vastgelegd. Maar voor je het weet is zo’n liedje voorbij en blijf je achter met acht vingers stil op de toetsen. En dan? In de drie seconden tussen twee nummers klinkt de stilte snoeihard door. Over contrast gesproken.  ‘Let’s talk about forgiveness’ vervolgt Jodymoon. Een mooie gedachte, op Kerstavond. Vergeving. Waarom niet. Maar ook hier het contrast. Want praten over vergeving lijkt in deze tijd wel hetzelfde als zwijgen over de zonde. ‘You’re a secret long forgotten’, hoor ik. Titel van dat lied: ‘Who are you now’…

Over ’n uur is het Kerstmis. Het feest van de vrede. Een hele dag lang. Een paar uur geleden is het glazen huis weer gesloten. Ik heb het niet helemaal gevolgd, maar ik begreep dat ze het recordbedrag van vorig jaar wilden overtreffen. Toen was het 7,1 miljoen. Dit jaar moet het meer worden, want het bedrag is voor moeders in gebieden waar je liever geen moeder wil zijn. Of mens. Omdat er geen vrede is. Daar. Hier is het een glazen huis. Breekbaar, omdat er op de beurs gespeculeerd wordt met voedselprijzen. Mensen worden daar rijk van. En anderen arm. Steeds hongeriger ook. De een naar geld, de ander naar eten.

Ondertussen leven wij ons leven. Doen we onze dingetjes. ‘Hear my lullaby’ zingt Jodymoon. ‘Dry another tear, you will find me here’.

=======================

Voor het contrast. Een link naar een orgeldeuntje. ‘Ein bischen Frieden’ van Nicole. Met aangepaste tekst. Een nostalgisch versje over Kerst. Hoe het was. Een herinnering, met beelden van nu. Engelen en licht. Omdat het bijna Kerstmis is. Feest van vrede.

Benieuwd of je het kunt volgen. Want je moet het Horster dialekt wel machtig zijn. Heel taalgevoelig wil ook wel helpen.

Klik hier

De draai van Geert…

Geplaatst op: 9 augustus 2011 door Geert van den Munckhof in /Actueel/

Afscheid

Jaren geleden zag ze nog. Hoorde ze nog de stemmen van haar kinderen en kleinkinderen. Toen liep ze nog genietend door haar tuin, die elke zomer vol stond met bloemen. Het was haar lievelingsplekje. Daar leefde ze. Met liefde geteeld. In liefde gedeeld. Daar kleurde ze als het ware met de bloemen mee en ademde hun geuren in. En alles wat groeide en bloeide voelde zich liefdevol door haar gestreeld.Toen…

92 is ze geworden. De laatste zestien jaar in het donker omdat ze destijds in korte tijd nagenoeg blind werd. Een paar jaar geleden kwam daar de stilte bij, omdat haar gehoor steeds minder werd. En voor zover dat te zien of te merken was, leken ook haar herinneringen te vervagen. Op den duur herkende ze zelfs haar kinderen niet meer. Haar spraak werd meer en meer onverstaanbaar en er was uiteindelijk nauwelijks contact mogelijk. Zacht aaien of knuffelen ging nog wel, maar alleen als ze het toeliet. Van het definitieve afscheid lijkt ze nagenoeg niets te hebben gemerkt. Ze stopte op zaterdag met eten, dronk niet meer en hield op dinsdag rustig op met zijn. Moeder stierf. Haar negen kinderen waren er bij en gunden haar die rust. Het was goed zo. Maar toch…

Verstandelijk is er vrede met de situatie maar emotie laat zich daar niet door leiden. Vanzelfsprekend is er de kou van het loslaten. Maar gelukkig bij vlagen ook de warmte van het vasthouden. Ieder ondergaat het afscheid en het einde van het kind-zijn op z’n eigen manier. En dan mogen de zoute tranen van de één even in een schril contrast zijn met de zoete herinnering van de ander. Zo sterk als ze zestien jaar met z’n allen zijn geweest, zo kwetsbaar zijn ze nu individueel. Met z’n negenen zo op zichzelf aangewezen. Hun moeder –’ôs Moek’-  is dood. Geen ouders meer. Niet in deze wereld, althans.

Ze ligt opgebaard bij één van de kinderen thuis. Buiten in de tuin staat de houten deksel van haar kist. Aan de binnenkant ervan schrijven we lieve woorden. Tekenen we bloemen. Voor haar. Maar ook voor elkaar. Als morgen de kist dicht gaat wordt het licht niet donker. Integendeel. Want al snel zal ze het zien. Wéér zien, wellicht, omdat ze het waarschijnlijk gisteren al gezien heeft. Toen het werd opgeschreven. En gehoord, toen het werd gezegd. Omdat alles wat groeit en bloeit zich nu alweer liefdevol door haar gestreeld weet…

 

Het regende in juli.
De zon was dagen zoek.
Dat jij besloot op reis te gaan,
dat deed je goed, ôs Moek

Lang ongezien en ongehoord.
Te stil en te veel zwart.
Loop jij nu weer door tuinen en
strooit bloemen in ons hart

Het licht is geen beperking meer.
Geluid nooit meer te zacht.
Je hoort nu zelf, dichtbij de zon,
en kijkt naar ons, je lacht…

De draai van Geert…

Geplaatst op: 21 juli 2011 door Geert van den Munckhof in /Actueel/
Tags:

Vakantie

Morgen naar Brielle en overmorgen naar Neeltje Jans. Als je ‘rundumhausen’ vakantie viert moet je de cirkel niet te klein trekken. Net over het midden van mijn vrije vier weken hebben we op momenten van zon zoveel mogelijk terrassen in Horst aan de Maas gepakt. En als het een keer regende (ssssjt… het noodlot niet tarten…) dan deden we ‘binnen-dingen’. Een viersterren-sudoko één keer kopieren en dan kijken wie die het snelste klaar heeft. Tussendoor Senseo zetten, maar dan wel allebéi de pennen neerleggen. Eerlijk is eerlijk.

Onze Pip heb ik vanmorgen naar Eindhoven gebracht, naar het vliegveld. Met haar vriend en zijn familie zit zij nu in Turkije. Negen dagen onder de pannen met alles er op en er aan en na terugkomst (hopelijk) bruin én een flesje factor 30 leeg. Onze Mees ging vanmorgen mee, maar vliegtuigen hebben we niet gezien. De zenuwen van Pip’s eerste vliegtuigvlucht wilden we niet onnodig rekken. Afzetten (P1) en met hetzelfde kaartje weer gratis onder de slagboom door, terug naar Horst. Een beetje sneu voor Mees, maar de belofte om in Horst bij de Mac een flurry te gaan eten maakte veel goed. Voor hen die ooit voor een soortgelijke situatie komen te staan met één van hun kinderen: de Mac is pas om 9.00 uur open…

Maar morgen dus naar Brielle. Een vestingstadje in Zeeland. Van ons uit twee uur rijden, op één minuut na, volgens Tomtom. Een belangrijk deel van de dag rondlopen en kijken hoe de mensen gevestigd zijn in zo’n vestingstad. Drie dagen geleden meende ik een hotel in Brielle te hebben gewonnen via vakantieveilingen.nl. De veiling onder de titel ‘Terug in de tijd in de vestingstad Brielle’ wekte namelijk die indruk, maar uiteindelijk bleek ik voor weinig geld een hele hotelketen te hebben gewonnen (47 stuks), waarvan er één (in Naaldwijk) nog plek had. Daar gaan we morgen, later op de middag of vroeg in de avond naar toe. Als het een beetje meezit, gaan we daar ook nog een duin over en zien we de Noordzee. Ja, ja…

De dag erop, vrijdag alweer, rijden we van Naaldwijk naar de Neeltje Jans. Dat blijkt een rit door heel Zeeland, kwam ik vandaag achter. Geen enkel probleem overigens, want we rijden over waterkeringen, waar we in Limburg jaloers op mogen zijn. Onze Mees zal enthousiast zijn en wij (dus) ook. Zo werkt dat op vakanties. Van Pip kregen we trouwens vanmiddag om 13.39 uur de afgesproken SMS: ‘we zijn geland, goddank’. Ook daar dus alom tevredenheid.

Lekker, zo’n vakantie die helemaal vanzelf over gaat. Verhuizen van blogs van jaren geleden; om het uur twee Senseo zetten, sudoko-competitietje afwerken, boeken lezen (niet ik, maar Thea), terrassen bezoeken en mensen kijken. Heel veel verschillende zijn het. Vlak bij Horst, in America om precies te zijn, liggen twee Centerparcs-parken. De gasten die daar zitten tel ik voor het gemak ook bij de ‘rundumhausen’-vakantiegangers. Zouden die ook sudoko-wedstrijdjes houden? Of zouden de trainingspakken wél voor het sporten zijn? Maakt niet uit. Ook die vakantie gaat weer over.

Over het ophalen van Pip hebben we nog niks afgesproken. Ze was er zo van overtuigd dat ze zou neerstorten, dat ons dat een overbodige afspraak leek. Die wrange humor heeft voor de helft al positief uitgewerkt. Toch maar even afkloppen, voor de zekerheid. En eerst zelf maar eens in Brielle zien te komen. Geschiedenis heeft uitgewezen dat daar ook niet iedereen levend vandaan is gekomen. Niet voor niks een vestingstadje van gemaakt, toch? Morgen zullen we het zien. En mochten er Briellenaren op het terras zitten en ons zien lopen of horen praten. Wij zijn geen duitsers. Groeten uit Horst.

De draai van Geert…

Geplaatst op: 25 juni 2011 door Geert van den Munckhof in /Actueel/
Tags:, ,

Het Limburgs Dagblad gelezen en de Volkskrant, met al haar bijlagen. Dat kost op een zaterdag toch al gauw een kleine twee uur, dus op tijd opstaan was geen overbodige luxe. Weer veel ellende in de krant gezien. Vermeende bomaanslag in Berg aan de Maas, op de voorpagina van het Limburgs Dagblad. Berg aan de Maas. Alfabetisch gezien is Horst aan de Maas dan toch ook wel bijna aan de beurt, zou je zeggen. Of hebben wij onze bomaanslagen al gehad? Een paar weken geleden toen er zo’n veertig kannonnen continu stonden te bulderen op het Ruiterterrein in de Kasteelse Bossen. Pardon, Kasteelpark Ter Horst, ik vergis me. En ik vergis me daarin toch nog regelmatig, sinds de naam van wat altijd gewoon de Kasteelse Bossen heette, om marketing-technische en toeristisch-economisch volledig verantwoorde redenen is omgezet naar Kasteelpark Ter Horst. Je moet niet willen blijven hangen in het verleden en soms moet je dingen gewoon even anders noemen. Verstandelijk ben ik het daar wel mee eens, maar het is gek hoe kleverig historie in de hersenen kan zijn. Afijn. Laten we vooruit blijven kijken. Het regent nu nog wat, maar over een paar dagen is het bijna 40 graden Celsius. Dus waar hebben we het over…

Klimaatverandering, zullen sommigen meteen zeggen. Daar hebben we het dan over. Ja, ook over milieu stond er een stukje in de Volkskrant. Daar moest je deze keer wel even goed naar zoeken overigens. Eén, omdat het in de digitale versie van de Volkskrant stond. En twee, het was één van de veertig reacties op een artikel over de vrijspraak van Wilders. De schrijver van de ‘milieu’-reactie stelde dat Wilders misschien wel verzonnen was door Shell en andere petro-chemische groot-industriëlen, om zo de aandacht af te leiden van de echte problemen van deze wereld. Ja, ja, vrijheid van meningsuiting kan allerlei kanten op gaan. Zoals zo vaak hebben we ook hier weer, even voor het gemak, twee partijen. De ‘eensen’ en de ‘oneensen’. En allebei hebben ze over en weer gelijk en ongelijk, vinden ze. En dat gelijk menen ze te halen door de ander vooral van ongelijk te beschuldigen.

Dat frusteert me nog het meest. Dat ik dat van een afstand lees en over de inhoud eigenlijk geen mening heb. Terwijl ik wél iets vind van de manier waarop mensen in de discussie met elkaar om gaan. Even voor de duidelijkheid, ik heb niet het idee dat ik heel bewust vóór de ene of de andere groep ben. Daarvoor weet ik vaak te weinig van de materie, vind ik zelf. En dan kun je moeilijk kiezen.  Ik hoor om die reden altijd in eerste instantie een beetje bij mezelf, maar daar hebben die anderen, heel terecht, geen boodschap aan. Toch wil ik ze best begrijpen.

Daarom lees ik het artikel waar de ‘milieuman’ van net op reageerde. Het artikel is van de hand van Nausicaa Marbe, een columniste van de Volkskrant. Mevrouw Marbe heb ik een jaar geleden, met naam en toenaam een keer in mijn iPhone bewaard. Dat deed ik, omdat ik toen toch wat onaangenaam getroffen werd door een artikel van haar hand. Ze schreef destijds in de papieren Volkskrant Job Cohen compleet de grond in. Bijna vergelijkbaar met wat Wilders volgens mij met de Islam zou willen doen, als ik me die vrije interpretatie even mag permiteren. Het digitale artikel ging toevallig (indirect) over Wilders, dus die vergelijking komt niet voor niets bij me op, denk ik. De strekking van haar verhaal deze keer: De rechters hebben de enig juiste keuze gemaakt door Wilders vrij te spreken; iemand die dat niet snapt is tegen vrijheid van meningsuiting  en als tegenstanders van Wilders nú door willen procederen, dan zijn het –en ik citeer- ‘fanatici, die nooit slapen’ (einde citaat). Het is een verademing om bij een dergelijk Wilders-vriendelijk en ‘links-hatend’ artikel alle reacties daarop door te lezen. Ik merk dat het een goede manier is om m’n eigen mening wat te kneden. Die mening, onbeholpen proberend minder diffuus te worden, krijgt bij elke reactie meer vorm. En wat me na veertig reacties opvalt, is dat mijn affiniteit toch ligt bij die reacties die -hoe zal ik het zeggen- ‘redelijk’ blijven. Met andere woorden, ‘netjes’ blijven, terwijl ze toch duidelijk partij kiezen. Ik haak af bij reacties die met scheldwoorden van 110 decibel de andersdenkenden verguizen. Geef mij maar de wat meer verfijnde reacties. Rustig, beredenerend.

Een dergelijk gevoel van rust krijg ik ook bij het artikel van Arnon Grunberg,  in de rubriek ‘Boeken’ van de Volkskrant. Eén zin hieruit: ‘Wij weten amper wat goed is voor onszelf en om dat te verhullen hebben wij een noodsprong gemaakt: wij weten wat goed is voor de ander’. Daarmee raakt hij de spijker op de kop. Het is vaak veel makkelijker de ander te bekritiseren dan kritisch over jezelf na te denken. De ander confronteren en frusteren om de eigen confrontatie en frustatie uit de weg te gaan. De ander gebruiken als gemakkelijke uitlaatklep van de eigen frustatie.

De wat zure, eenzijdige kritiek van Nausicaa Marbe, richting alles en iedereen die tegen Wilders is, staat in zo’n schril contrast met de weldadig aandoende veelzijdigheid van Arnon Grunberg. Die veelzijdigheid vórmt meningen. Maar dan moet je wél naar jezelf durven kijken. Vooral éérst naar je zelf en van daaruit pas naar anderen. Zélf de maatstaf willen zijn, waaraan je anderen afmeet. Als je zelf één meter tachtig bent, moet je de ander niet voor drie meter zestig willen veroordelen. Zo lang zijn ze niet. En zo groot ben je zelf ook niet. Harder roepen heeft dan niet zo veel zin. Daar wordt je zelf niet langer en de ander niet korter van. De argumenten wel zwakker…

De draai van Geert…

Geplaatst op: 11 juni 2011 door Geert van den Munckhof in /Actueel/
Tags:, , ,

Plus… vlam!

...geen idee wat je overkomt...


Met bakken valt de regen naar beneden. Op buienradar zie ik dat dat nog een kwartier duurt. Het is zaterdagmiddag, bijna 15.00 uur. De dag voor Pinksteren, dus een extra lang weekend. Morgen, op zondag, gaat de vrouwelijke helft van ons gezin, vrouw en dochter, met de auto naar de carbootsale. Om te vérkopen deze keer, dus onze auto heeft morgen een dubbele functie. Personenvervoer en handelstransport. Dat is leuk, maar dat is pas morgen. Voor vandaag betekent het dat de handelswaar verzameld moet worden. Een stevig kledingrek staat beneden en dat rek wordt -na elk bezoek aan de kleerkasten van vrouw, zoon en dochter-  zwaarder behangen met te kleine of niet of nauwelijks gedragen kleding.

Dat wordt achterbank wegklappen, morgen, en in de achteruitkijkspiegel alleen maar jezelf en een heleboel kleding zien. Ach, het is maar een klein stukje rijden, dus dat moet kunnen. Als er morgen op weg naar de carbootsale iemand van achter tegen de auto aan rijdt, dan kan dat nooit erg hard gaan. Van vóren aanrijden is een probleem van een andere orde. De lading zou dan wel eens een tegenovergesteld effect kunnen hebben als de airbags. Hoeveel kilo kleding kun je in je rug verdragen, terwijl je van vóór met je neus in de airbag knalt? Liever niet aan denken. Het zal wel goed gaan. En je moet in deze tijden van economische crisis wat risico durven lopen met je handel. Vanavond weten we hoe zwaar het transport zal zijn.

Ondertussen is het gestopt met regenen en onweren. Een paar uur geleden was er ook al zo’n regenbui. Toen stond ik binnen in de Plus-supermarkt, om de wekelijkse boodschappen te doen. Zo’n lang weekend, dat betekent ook extra veel boodschappen doen. Zo heel af en toe doe ik die weekend-boodschappen en dat is elke keer opnieuw een belevenis.  Een karretje is deze keer snel gekocht, want de euro, die ik normaal altijd niet bij me heb, zit vandaag gewoon in mijn portemonnee. Met kar van buiten naar binnen, via de in drieën gedeelde draaideur is het eerste avontuur. Ik had al gezien dat meer mensen daar moeite mee hebben. Het draaideursysteem is namelijk zo afgesteld, dat wanneer iemand met zijn karretje per ongeluk de deur ook maar heel eventjes aanraakt, de hele handel acuut stopt. Een hilarisch gezicht. Zeker wanneer iemand zonder karretje, met álle ruimte in zijn ‘draaideur-derde’ nietsvermoedend bij zo’n acute stop, met zijn snuit, -vlam!-, vol tegen de ruit aanknalt. Boze blikken door de vensters, in de richting van degene met kar, die op dat moment steevast net doet alsof hij niet heeft gebotst. En dat is ook zo. Niet met z’n gezicht tenminste.

Door goed op te letten, kun je met je karretje echter ook zonder kleerscheuren door de draaideur komen. Mij lukte dat in ieder geval. Maar dán. Dan moet je de winkel zelf nog in. Plus, heet die winkel. En die plus staat symbolisch voor mij, als klant, plús nog zeshonderd andere klanten. Tering, wat een drukte op zaterdag. En omdat alle schappen door die drukte ook supersnel leeg raken, moeten studenten die op zaterdag eigenlijk helemaal niet willen werken, met grote vulkarren precies dáár gaan staan, waar ik met  zeshonderd anderen door moet. Probeer dan maar eens bij het gehakt te komen, achter in de winkel… De uitdrukking ‘waar gehakt wordt, vallen spaanders’ krijgt ineens een hele andere betekenis… Afijn, uiteindelijk lukt het, maar dan blijkt dat ik onderweg de boter voorbij ben gelopen, die vooraan in de winkel ligt. Dat is op zich niet zo erg, maar die staat wél op mijn briefje, ónder het gehakt…

Dus terug. Slim probeer ik de obstakels die de vakkenvullers van net voor me hadden neergezet te ontwijken. Ik kies een ander paadje maar meteen om de hoek blijkt dat ook in dát gangetje vakken leeg zijn.  De zeshonderd anderen hebben net zo’n briefje als ik, zie ik in dat smalle paadje. Bij hen staat het gehakt blijkbaar onder de boter… De balende student van daarnet, die het vakkenvullen zélf niet leuk vindt, vindt wél z’n ontspanning in het meelijwekkend aankijken van klanten. Hij doet dat met een aan treurigheid grenzende berusting in de ogen. En je hoort hem denken: ‘Ik moet hier werken, maar what the fuck doen jullie hier eigenlijk’?

Verder is de sfeer bij de Plus wel relaxed. Plus dat ik me bewust ben, dat de zo af en toe opgedane winkelervaring mij in de toekomst nog wel een keer van pas kan komen. Hoewel ik het idee heb dat de boter en het gehakt toch op een nét iets andere plek liggen, dan de vorige keer toen ik hier was. De Plus zal toch niet expres alle artikelen steeds op een andere plek neer laten leggen door de vakkenvullers, om de klanten nóg meer door de winkel te laten lopen? Ze zullen de klanten zo toch niet willen verleiden tot nòg meer impuls-aankopen? Dat er, daar waar eerst de boter lag, ineens een tube tandpasta je toelacht? Plus, dat je dan meteen gaat twijfelen of die op was of niet. En tandpasta staat niet op je briefje, dus voor de zekerheid…

Nee, dat zal de Plus toch niet doen… Die houden van hun klanten. Maar ja, die vakkenvullers. Die vertrouw ik niet. Die zijn nog maar net een paar uur terug van een flinke avond stappen bij de Lange. Die zijn met een geweldig stuk in de hakken en een paar uur slaap, door hun moeders van hun bed gelicht. Moeders die zo, tevergeefs, een kleine bijdrage proberen te leveren aan het niet aanwezige verantwoordelijkheidsgevoel van hun kroost. Vakkenvullers zijn het, die het verder de reet zal roesten of ze nou boter of tandpasta in de schappen zetten.

Kortom, een belevenis, bij de Plus. Ik sta in de rij bij de kassa waar je alleen maar kunt pinnen. En ik heb geluk. Er staan maar twéé personen voor me, waarvan de eerste de hele inhoud van zijn tot de nok toe gevulde kar al op de band heeft liggen. Helaas leest ze dán pas dat er daar alleen maar gepind kan worden…

Uiteindelijk loop ik na een uur met een volle kar richting uitgang. Daar ben ik nog nét getuige van een tand door de lip van een kleuter en een bloedneus bij een grijsaard. Allebei geen idee van wat hen net overkomen is omdat ze beide geen sjoege hebben van hoe de draaideur bij de Plus werkt. Vlam! Ja, winkelen bij de Plus is best leuk. En ook al ligt het spul er altijd op andere plekken, die draaideur maakt alles goed. Een hilarische mengeling van Slapstick en Jack-ass. Zeker als het hard regent, want dan willen er veel mensen snel naar binnen… Vlam!