Een nieuw thema: Contrast

Geplaatst op: 10 november 2011 door schrijfbloq in Thema: Contrast
Tags:, , ,

“You say yes, I say no 
You say stop and I say go, go, go 
Oh, no 
You say goodbye and I say hello 
Hello, hello 
I don’t know why you say goodbye 
I say hello 
Hello, hello 
I don’t know why you say goodbye 
I say hello “

Een couplet vol met tegenstellingen. Zo begint het lied ‘Hello, goodbye,’ van The Beatles.

Vandaag een eerste verhaal binnen het thema van de maand November: Contrast. Het verhaal is geschreven door Lucas Bezembinder en gaat over tegenstellingen in de taal. Dit is slechts een van de vele mogelijkheden om dit thema invulling te geven. Wij willen jullie dan ook vragen een verhaal of gedicht binnen dit thema te schrijven. Verras ons en de lezers met een bijzondere invalshoek.

Stuur je verhaal naar: lucas.bezembinder@online.nl

De draai van Geert…

Geplaatst op: 29 december 2011 door Geert van den Munckhof in /Actueel/

De oplossing voor onbehagen

Onbehagen. Schrijf het woord op, zet er een kringetje omheen en associeer er op los. Ik onderdruk die aandrang en besluit die mindmap in mijn hoofd te maken. Het woordje ‘mind’ dus eer aan doen, want daar voltrekt zich toch een belangrijk deel van dat ‘onbehagen’. Woorden die ik er aan zou willen koppelen? ‘Tijd’ bijvoorbeeld. En ‘oorzaak’. Voor de handliggend wordt dan ook ‘gevolg’. Is het toeval dat die woorden in deze volgorde in mijn hoofd verschijnen? Bij ‘tijd’ zou ik verder kunnen onderverdelen in ‘verleden’, ‘nu’ en ‘toekomst’. Ik kan me voorstellen dat het onbehagen van het verleden andere oorzaken en gevolgen had, dan het onbehagen van de toekomst. En wie zegt me dat de gevolgen van het verleden niet doorlopen in de oorzaken van de toekomst? Op papier zou ik dan meteen in de knoop komen met een dergelijke mindmap. Mij bekruipt dan altijd het gevoel dat ik niet de juiste associaties heb opgeschreven. En ook in mijn hoofd geven m’n eerste associaties niet meteen richting. Ik wil het grotere verband tussen dingen zien en ik merk dat verdere detaillering me afleidt. Me een gevoel van onbehagen geeft, constateer ik nu terwijl ik dit opschrijf. Ja, waar blijf je dan… dan is het einde zoek als je weer uitkomt bij het begin.

Onbehagen. Bij mezelf en bij anderen. Zou een andere rubricering kunnen zijn. Bij mezelf zou ik vervolgens wel wat oorzaken en gevolgen kunnen benoemen. Bij anderen zou ik een ‘educated guess’ kunnen doen. Ik verwacht tussen die oorzaken en gevolgen weer verbindingslijntjes te kunnen zetten, maar er zullen ook wel hele typische oorzaken en gevolgen enkel op mijzelf van toepassing zijn. Zoals er ook bij anderen hele expliciete oorzaken en gevolgen alleen voor hen van toepassing zullen zijn. Denk ik, maar ik kan daar nu even geen voorbeeld van geven. Dat is dan weer het nadeel van in je hoofd mindmappen.

Onbehagen. Ja of nee. De vraag dringt zich bij me op of het gevoel van onbehagen altijd aanwezig is, al dan niet op de voorgrond of sluimerend. Ja en nee, beken ik voor mezelf. Als je dus vanaf ‘ja’ verder zou rubriceren, dan kun je daar weer verder met ‘mezelf’ en ‘anderen’. En vrij snel zijn ‘oorzaak’ en ‘gevolg’ weer terug. Kortom, het onbehagen is er wel, maar ik kan het nog even niet ‘aanpakken’. Zoals je een plastic roerstaafje op een stenen ondergrond niet zomaar op kunt rapen. Op tapijt gaat dat al beter, maar dan moet je wel op de juiste plaats drukken. Aan het begin of aan het eind van het staafje, want dan komt het aan een kant los en kun je het aan de andere kant aanpakken.

Verhip. Misschien ligt hier ook wel de oplossing van mijn mindmap-dilemma over onbehagen. Ik moet het helemaal niet van alle kanten willen benaderen. Of eigenlijk, niet tegelijk van alle kanten willen aanpakken. Eerst maar eens gewoon ‘op één kant van mezelf drukken’. Dan komt de andere kant vanzelf omhoog en kan ik mezelf daar aanpakken. Ik ga aan de slag. Van één ding genieten en het onbehagen even onbehagen laten. Dat komt later wel. Drukken we dan weer ergens anders. Komt goed. Beste wensen voor 2012 allemaal.

Kerstcontrast

Geplaatst op: 24 december 2011 door Geert van den Munckhof in /Actueel/, Thema: Contrast

Kerstavond. Jodymoon klinkt door de speakers: ‘I speak the words that you wanna say’ hoor ik. Een eerste zin die mijn oren ingaat, terwijl ik dit zit te schrijven. Vaak zijn dergelijke ‘soundbytes’ aanleiding om mijn verhaal een bepaalde kant op te duwen. ‘Paris will be a garden of Eden’ en ‘here we will find our own peace of mind’ vang ik op. Bij deze ook schriftelijk vastgelegd. Maar voor je het weet is zo’n liedje voorbij en blijf je achter met acht vingers stil op de toetsen. En dan? In de drie seconden tussen twee nummers klinkt de stilte snoeihard door. Over contrast gesproken.  ‘Let’s talk about forgiveness’ vervolgt Jodymoon. Een mooie gedachte, op Kerstavond. Vergeving. Waarom niet. Maar ook hier het contrast. Want praten over vergeving lijkt in deze tijd wel hetzelfde als zwijgen over de zonde. ‘You’re a secret long forgotten’, hoor ik. Titel van dat lied: ‘Who are you now’…

Over ‘n uur is het Kerstmis. Het feest van de vrede. Een hele dag lang. Een paar uur geleden is het glazen huis weer gesloten. Ik heb het niet helemaal gevolgd, maar ik begreep dat ze het recordbedrag van vorig jaar wilden overtreffen. Toen was het 7,1 miljoen. Dit jaar moet het meer worden, want het bedrag is voor moeders in gebieden waar je liever geen moeder wil zijn. Of mens. Omdat er geen vrede is. Daar. Hier is het een glazen huis. Breekbaar, omdat er op de beurs gespeculeerd wordt met voedselprijzen. Mensen worden daar rijk van. En anderen arm. Steeds hongeriger ook. De een naar geld, de ander naar eten.

Ondertussen leven wij ons leven. Doen we onze dingetjes. ‘Hear my lullaby’ zingt Jodymoon. ‘Dry another tear, you will find me here’.

=======================

Voor het contrast. Een link naar een orgeldeuntje. ‘Ein bischen Frieden’ van Nicole. Met aangepaste tekst. Een nostalgisch versje over Kerst. Hoe het was. Een herinnering, met beelden van nu. Engelen en licht. Omdat het bijna Kerstmis is. Feest van vrede.

Benieuwd of je het kunt volgen. Want je moet het Horster dialekt wel machtig zijn. Heel taalgevoelig wil ook wel helpen.

Klik hier

De grote waan-zin

Geplaatst op: 27 november 2011 door schrijfbloq in Thema: Contrast
Tags:, , , ,

Als alles gelijkmatig verdeeld zou zijn, was er niet immer beweging. Beroering ontstaat bij ongelijkheid. Het is niet enkel een natuurkundig gegeven. Ook biologisch, sociologisch, psychologisch en economisch lijkt het een vanzelfsprekendheid. Verschillen houden de boel gaande. Ze zorgen voor uitdaging en het zoeken naar nieuw evenwicht. Net als bij communicerende vaten schijnt er telkens weer een zoektocht naar overeenstemming en rust nodig te zijn. Bijna wetmatig is er verlangen naar harmonie.

Waar de onrust of rimpeling ontstaat, is moeilijk aan te geven. Balans is vluchtig en wordt snel doorkruist. Verstoring van precair gewonnen evenwicht, is eerder regel dan uitzondering. Een herschikking van positie, een verandering van perspectief zorgen voor actie en reactie. De wijze waarop dit tot uiting komt, de contrasten die soms schril in beeld komen, bepalen de heftigheid. De ene keer een sluimerend conflict, de volgende keer een ontlading, de reikwijdte steeds enorm. Een gamma aan mogelijkheden, de richting deels voorspelbaar, slechts weinig stuurbaar. Graag delen we ons zelf een grote rol toe, denken we dat situaties beheersbaar zijn. De geïnvesteerde energie soms ongewild contraproductief uitwerkend.

De aandacht die iets trekt of ontvangt is niet altijd evenredig met de waarde en uiteindelijke invloed die het heeft. Processen voltrekken zich ook in de luwte en op kleine schaal. Aan het oog onttrokken vinden veranderingen plaats, verschuiven kleine radertjes en worden nieuwe contrasten geboren. Factoren van werkelijke invloed blijven dikwijls onzichtbaar en ongekend.

Het blijft verrassend, energiebronnen zijn overal te vinden. Een altijd ronddraaiende motor, een slang die steeds weer in zijn eigen staart bijt. Als een veroordeling, een onontkoombaar feit, krijgt de werkelijkheid onvermoeibaar gestalte, steeds opnieuw verbazen wij onszelf en laait het vuur op. We bestaan bij de gratie van contrasten. Uiteindelijk voltrekken gebeurtenissen zich aan ons, ondanks ons.

Nietig zijn wij.

Dit is een bijdrage van gastschrijver Jacquelien van der Hulst

Taal: Als de veren van de pauw of als het groen van de gifkikker

Geplaatst op: 10 november 2011 door schrijfbloq in Thema: Contrast

Zie haar pronken door m’n leven
Kijk haar spelen met de wind
Prikkels die haar gloed me geven
Houd me voor haar stekels blind
Onze dagdromen verweven
Volg ik haar door iedere wind”*

Huub van der Lubbe toont hier de enorme aantrekkingskracht van taal. Mooie woorden geweven tot een verleidelijke constructie.

Helaas bestaat taal ook uit woorden die speciaal bedacht zijn om af te schrikken. Om te laten zien dat iets met zo’n naam wel heel verschrikkelijk moet zijn. De meester van de afschriktaal is op dit moment ongetwijfeld Geert Wilders. Van moskeeën maakt hij ‘haathutten’ van waaruit haatimams met haatbaarden de islamisering over Nederland verspreiden. Steeds meer moslims zorgen met hun ‘kopvodden’ voor een onveilig straatbeeld. Dorpen als Venlo en Volendam sidderen bij het horen van deze woorden.

Na de Algemene Beschouwingen, die overheerst werden door de ‘bedrijfspoedel’ en ‘doe es normaal man’, werd gezegd dat het hier vooral een semantische kwestie is. Dit is veel te makkelijk. In het verleden is gebleken dat taal een prima middel is om mensen klaar te stomen voor een nieuwe, levensgevaarlijke werkelijkheid. Het bekendste en volgens sommigen ongeschiktste voorbeeld is het Derde Rijk. Hitler en de zijnen waren de meesters van de semantiek. Zo werd het woord Jood een zeer negatief bijvoeglijk naamwoord. Er werd altijd gesproken van de Jood Marx en de Jood Heine, hoewel beiden Duits van geboorte waren. De Sovjet-Unie en de Verenigde Staten werden op eenzelfde manier tot een gemeenschappelijke vijand gemaakt door te spreken van de ‘joodsmarxistische wereldbeschouwing’ en het ‘joodskapitalistische uitbuitingssysteem’. In de Duitse maatschappij werd op deze manier heel eenvoudig een tweedeling geschapen tussen ‘Wij’ en “Zij’. Wat er met die ‘Zij’ gebeurde, werd in eufemistische termen besproken. De andersdenkenden kregen een ‘Sonderbehandlung’, wat in de praktijk neerkwam op marteling of moord. Voor de Joden werd de ‘Endlösung der Judenfrage‘  bedacht. Velen hebben lang gedacht en gehoopt dat het alleen om deportatie en tewerkstelling ging. Gedurende de oorlog en zeker daarna werden de gevolgen van wat wij nu de Holocaust of Shoah noemen gruwelijk duidelijk.

De Duitser Victor Klemperer heeft hier een schokkend boek over geschreven. ‘LTI – Lingua Tertii Imperii: Notizbuch eines Philologen’ (Notitieboek van een Filoloog) bestudeert de bovengenoemde taal van het Derde Rijk. Verplicht leesvoer voor iedereen die denkt dat taal nooit pijn kan doen. Niemand mag ooit meer wegkomen met, ‘Ich habe es nicht gewusst’.

** uit ‘Mijn van straat geredde roos’ van De Dijk, tekst Huub van der Lubbe.

Dit eerste verhaal binnen het thema CONTRAST is geschreven door Lucas Bezembinder

Vriendschap

Geplaatst op: 7 november 2011 door schrijfbloq in Dichtsels, Thema: Relaties

Je bent mijn hele leven bij me

kent mijn hoogtepunten

maar ook mijn dalen heb je mee beleeft

soms haatte ik je

doch even zo goed had ik je lief

waar ik ook ging

daar was jij

verstoppen had geen zin

want je wist zonder zoeken waar ik was

dat je nog lang bij me blijft is zeker

ik ben met jouw een vriendschap aangegaan

voor mijn hele leven

lief lichaam

daarom zal ik je vertroetelen

koesteren en verwarmen

een lang en gelukkig leven zal dat niet garanderen

maar het valt te proberen.

Dit is een bijdrage van gastschrijver Elisabeth van der Ark

Op straat

Geplaatst op: 24 oktober 2011 door Geert van den Munckhof in Thema: Relaties

‘Op straat’ is het verhaal van gastschrijfster Uta Halbreiter.
Ze legt de relatie tussen het verhaal zelf en het ontstaan ervan.

Op straat

En de sta je dan, met je hele hebben en houden op straat. Je zet je oude fiets in de gang van je nieuwe woning, en zoals hij daar staat, tegen de muur waarop nog het behang van de vorige bewoners plakt herken je hem bijna niet. Wat zijn de handvatten versleten… Niks nieuwe start, als je al je oude spullen meeneemt.

Op straat ga je verder met het uitladen van de laatste verhuisdozen. “TROEP” had je in haastige hanenpoten op het karton gekrast nadat je al je spullen had opgeborgen en ineens een woord moest verzinnen om op de dozen te schrijven. Zo doe je dat toch als je verhuisd? Je schrijft erop wat erin zit, zodat je op het nieuwe adres alles gelijk op de juiste plaats kunt zetten. Ook al ben je nog niet eens zeker dat het nieuwe adres de juiste plaats voor jou is. Toen leek “TROEP” grappig om erop te schrijven. Nu heeft het iets triests: Je hebt zeven dozen met troep uit je oude leven mee genomen. En veel meer dan die zeven dozen en je oude fiets heb je goed beschouwd ook niet.

Je, wie is dat eigenlijk, hoor je je ineens vragen, stilletjes, in je hoofd. Maar luid genoeg om er niet omheen te kunnen. Wie is “je”? Je ziet je spiegelbeeld in de viese ruit van het woonkamerraam. Ramen lappen zou je nu ook moeten leren. Nooit gedaan. Nooit gedacht ook dat je´t ooit zou moeten doen. Je, wie is dat toch? De vraag blijft door je hoofd spoken. En je kijkt nog eens naar het raam, vluchtig eerst, verlegen bijna, totdat je echt kijkt. En jezelf ziet, een man van begin veertig, spijkerbroek, t-shirt, sportieve schoenen – al bijna 40 jaar is dit de buitenkant van je je. Alleen die oude kop bovenop, die is pas van de laatste jaren. Het haar dat steeds minder lijkt te worden en de rimpels die steeds meer lijken te zijn. Je ziet je daar staan, in de vieze ruit van je nieuwe woning. Dat ben ik, denk je.

Achter je fietst een blonde vrouw door het spiegelbeeld in de ruit, een leeg kinderstoeltje op haar fiets en je kijkt haar na. Vrouw met kind, dan maar niet. Alhoewel, zij kan ook gescheiden zijn, net aan een nieuw leven beginnen net als jij. Het schiet je zo maar door je hoofd. Zo ben je gewoon. Je kijkt, je denkt – of juist niet – en ineens zie je je aan tafel zitten met die vrouw en haar kind. En zo is het weer over. Een gedachte, meer niet.

Op weg naar binnen zie je je fiets weer in de gang staan. Nog geen minuut later zit je erop, fiets je door de nieuwe omgeving van je nieuwe leven, dat helemaal niet zo nieuw zal zijn. Je hebt behalve zeven dozen troep en je oude fiets ook jezelf mee genomen uit je oude leven. Dus, wat verwacht je eigenlijk?

Hoe langer je fietst, hoe verder je je verwijdert van je nieuwe woning, van de verhuizing, van alles, hoe dichter je bij jezelf komt. Op een gegeven moment draaien alleen nog maar je voeten op de pedalen, niet meer de gedachtes in je hoofd en ben je eindelijk alleen met jezelf. Je bent een man op een fiets. Dat is wat je bent. Je fietst. Dat is wat je doet. Niet meer en niet minder.

Je fietst inmiddels over een kronkelig stuk landweg en weet allang niet meer waar je eigenlijk bent. Er zullen wel ooit weer borden komen die de weg terug naar jouw nieuwe woonplaats wijzen. En als je nu gewoon doorfietst? Die gedachte ken je. Van jaren geleden, toen je als 8-jarige jongen woedend thuis weg was gefietst na een ruzie met je moeder. Je boosheid in de trappers stampend had je je voorgesteld hoe het zou zijn als je nooit meer terug kwam. Dat je moeder iedere avond zou huilen als zij jouw leeg bedje zag. Toen ging je zo op in jouw medelijden voor je ouders dat je uiteindelijk terug fietste. Dat was toen. Met een klap besef je hoe anders de situatie nu is: Je zou gewoon door kunnen fietsen. Niemand die je zal missen. Je ex, je vrienden, je broer – allemaal zullen ze hun eigen leven verder leven. Na een tijdje zou jij niet meer zijn dan een apart verhaal dat ze aan iemand vertellen die ze nu nog niet kennen.

De ontdekking brengt je in de war. Voor wie en wat fiets je eigenlijk weg als je alleen maar jezelf ermee raakt? Jezelf, die je toch overal en altijd weer tegen komt, hoe hard je ook fietst. Jezelf, waarvan je nog steeds niet weet wie dat eigenlijk is. De gedachten zijn weer terug en draaien door je hoofd, net op het moment dat ook weer borden langs de weg opduiken. Je bent dichter bij huis dan je denkt. Nog even doortrappen en je bent thuis, of ja, wat ervoor door moet gaan. Je zet je fiets in de gang tegen de muur en scheurt met het stuur een stukje van het behang los. Je staat daar maar en kijkt er naar. Het eerste teken van een herinnering aan jou in deze woning. Het raakt je. Een stuk behang. Het moet niet gekker worden.

 

Op straat (het ontstaan van het verhaal)

Net mijn dochter succesvol bij de peuterspeelzaal afgeleverd hebbend, fiets ik – de hond aan de riem – een bocht om en zie in een flits een man, een busje en een fiets. Die is aan het verhuizen, denk ik. Waarom zich juist deze indruk aan me opdringt, is me later een raadsel: De man had volgens mij ouderwetse wielrenhandschoenen aan, hij wilde waarschijnlijk gewoon ff fietsen. Er waren geen verhuisdozen te zien, het busje stond er waarschijnlijk gewoon geparkeerd. Maar dit denk ik allemaal pas later. Op de fiets voel ik alleen maar: Dit is een begin van een verhaal. Een man en een fiets. Hij verhuist, alles is nieuw, alleen zijn fiets niet. Maar die ziet er wel anders uit in zo´n nieuwe omgeving… Leuk, dit wordt dus een verhaal over verandering, over een nieuwe start in een leven. Wat voor leven? Was hij getrouwd? Heeft hij kinderen? Hoe is het zo ver gekomen dat hij alleen – want zo ver is het verhaal me inmiddels duidelijk – gaat wonen? Terwijl de hond rent en ik fiets proef ik de verschillende mogelijkheden van het verhaal.

Weer thuis lees ik in de VPRO-gids een stukje over een Chileense regisseur die het belangrijk vindt om zijn acteurs – en kijkers – in het ongewisse te laten over het verleden van zijn karakters. „Daar moet iedereen zelf maar een eigen invulling aan geven“, zegt Pablo Larraín, want anders „… hoef je als kijker niets meer te doen. Dan weet je alles al.“ Dat is mooi. En lekker makkelijk ook: Mijn man krijgt geen verleden. Hij verhuist. Waarom? Vul zelf maar in.

Ik hak het begin van het verhaal in de computer en denk de hele dag na over wat er verder zal gebeuren. Ik kijk in gedachten nog eens bij het busje, bij de man. Wat zit in zijn verhuisdozen? Wie helpt met verhuizen? Heel even zijn ze met z´n drieen, heeft hij een koelkast op marktplaats gekocht, die het niet doet, zodat zijn vrienden uiteindelijk eerder afhaken, want warm bier… Nee, toch maar terug naar de man, geen vrienden, geen koelkast, geen afleiding.

Wie is die man, vraag ik me af. Ineens vraagt hij zich dat zelf af. Ziet zijn spiegelbeeld in de ruit van zijn nieuwe woning. En ziet een vrouw met een kinderstoeltje op haar fiets voorbij fietsen, dat ben ik. Heel even wordt hij afgeleid van zijn vraag – en ik van zijn verhaal – dan denkt hij verder en ik ook. „Wie ben ik?“, klinkt een beetje afgezaagd. Wie is „je“? Dat klinkt al stukken beter. Het „je“, wat is dat eigenlijk? Als Duitse ben ik nog steeds niet helemaal aan het frequente gebruik van dit kleine woordje in het Nederlands gewend. Lijkt me leuk om het nu een keer in een verhaal te achterhalen.

s´Avonds in bed lees ik nog een stukje in het boek van Esther Gerritsen dat ik af en toe stuksgewijs aan het herlezen ben. Steeds maar één of twee pagina´s, om er langer wat aan te hebben, zo prachtig is het. En zo compact: zo veel moois op zo weinig pagina´s. Terwijl ik het wegleg schiet me ineens het begin van het boek weer te binnen: het verhaal over het „je“. Oooooh, zou ik mijn idee voor de vraag „wie is je?“ hier vandaan hebben???

De volgende dag wil ik verder schrijven, moet ik verder schrijven, de deadline dringt. Maar ik blijf hangen. Wat moet er nu gebeuren? Ik heb een man, een fiets, een verhuizing. Ik heb een levensvraag. En nu? Ja, zie hier maar uit te komen. Het idee is te mooi om het te veranderen. Maar iets moet er gebeuren, het is nog geen verhaal. Ik herlees het begin nog een keer en ineens is alles duidelijk: De fiets moet weer terug in het verhaal. Hij gaat fietsen. En terwijl de man kilometers op de fiets maakt, maken mijn hersenen, mijn vingers op de toetsen regel voor regel aan. Dit wordt mooi. Dit is it. Hij verdwaalt, hij herinnert, hij vindt de weg terug, hij komt aan. Ineens is er dat stuk behang, los gescheurd door zijn fiets. En er is die zin: Het moet niet gekker worden. En nu eindigen.

Nee, dat kan toch niet, met zo´n zin? Toch moet het nu even, want er moet ook gekookt en gegeten worden. Na het eten, met de kinderen in bed, blader ik bij een kopje koffie door de krant. Blijf bij een stukje over Sergio Caballero hangen, filmmaker en hyperactieve duizendpoot die voor zijn creativiteit alleen op zijn gevoel afgaat. Na het lezen van het stuk over zijn compleet verschillende activiteiten ben ik beduusd, maar weet een ding zeker: Mijn gevoel klopt. Juist met die zin is mijn verhaal af.